Column

Socialiseren van duurzame infrastructuur doe je met Deltaplan-ambities

Dankzij een rapport van CE Delft uit maart van dit jaar is er weer volop discussie over het al dan niet socialiseren van de kosten van warmtenetten. Het is een goed rapport en het toegepaste principe is eenvoudig: alle Nederlandse op gas aangesloten huishoudens betalen mee aan de (extra) kosten van warmtenetten. Vele handen maken licht werk, is de gedachte. Zo worden warmtenetten haalbaarder en ligt de rekening niet alleen bij afnemers van warmte.

Ik vraag me af of dit een zinvolle weg is -en eigenlijk heb ik ook het antwoord wel: dat is het niet. We willen immers van het gas af en de groep die de kosten meedraagt (gasgebruikers) wordt dus kleiner. Bovendien: de keuze om de rekening bij de huishoudens neer te leggen die toevallig op aardgas aangesloten zijn, is wat mij betreft volstrekt arbitrair. Dat leidt tot een verkokerde aanpak, die we niet kunnen gebruiken. Arbitraire socialisering vindt nu ook al veel plaats doordat een gemeente of provincie besluit tot een flinke subsidie aan een warmtetransportleiding of warmtedistributienet. De kosten van die subsidie worden gedragen door burgers die toevallig in die gemeente of provincie belasting betalen.

Socialiseren is in principe wel zinvol -zeker bij grote infrastructurele opgaven. Zo deden we dat bij de Deltawerken al en zo doen we dat voor waterkeringen nog steeds: de belastingbetaler in Limburg draagt via zijn inkomstenbelasting net zoveel bij aan versterking van zeeweringen als de belastingbetaler in Zeeland. Dat is een aanpak die we heel logisch vinden en die weg is van de willekeur.

We moeten duurzame infrastructuur dus net zo behandelen als traditionele nutsvoorzieningen en waterkeringen, want de opgave en de urgentie is niet minder groot dan bij de Deltawerken destijds. Daarbij is een belangrijk verschil met zeeweringen dat we voor duurzame infrastructuur alleen de onrendabele top hoeven te subsidiëren en socialiseren. De markt kan de rest doen. En wat mij betreft gaat het dan niet alleen om warmtenetten, maar ook om grootschalige én kleinschalige opslag, intelligente elektriciteitsnetten, CO2-leidingen en bijvoorbeeld industriële uitwisselingsprojecten.

Daarbij staan alle verbruikers van energie aan de lat om bij te dragen aan de kosten. Niet alleen burgers die toevallig een gasketeltje hebben hangen. In mijn toekomstbeeld dragen overheden, burgers en bedrijven materieel bij aan de bekostiging van de onrendabele top voor duurzame infrastructuur, door een belasting op energieverbruik, of dat nu gas, elektriciteit of warmte is. Die middelen komen samen in een Duurzame Infrastructuurfaciliteit. De bijdrage aan de Duurzame Infrastructuurfaciliteit is eerlijker verdeeld dan de huidige Opslag Duurzame Energie. Die opslag op verbruik is voor grootzakelijk verbruikers meer dan 65 keer lager dan voor burgers en meer dan tachtig keer lager dan voor het MKB.

Met die Duurzame Infrastructuurfaciliteit kunnen we grootschalig investeren in duurzame infrastructuur. Doordat we schaal maken met grote projecten of het bundelen van kleinere projecten, wordt het ook voor institutionele beleggers interessant. Zij kunnen, zeker als we inzetten op een langjarige faciliteit, instappen in deze markt en pensioenmiddelen zinvol in Nederland inzetten.

Stevig socialiseren lijkt een polderoplossing, maar het tegendeel is waar. Ik verwacht weerstand, gegeven ons nogal povere 'track record' als het erom gaat iedereen mee te laten betalen aan de energietransitie.

Een besluit tot het opzetten van de Duurzame Infrastructuurfaciliteit met Delta-proporties vraagt juist geen polderoplossing maar ambitie, moed en leiderschap van een nieuw kabinet.

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.