Column

Ironie

Jarenlang probeerden klassieke milieuorganisaties als roependen in de woestijn de energietransitie op gang te brengen. Dat lukte met vallen en opstaan. Maar nu de vaart erin begint te komen, blijken ze zelf niet in staat tot de noodzakelijke verandering om ’m te versnellen. Dat bleek in een week die bol stond van protest.

De ondertekening van het Energieakkoord in 2013 was een doorbraak: door de afspraken die werden gemaakt, maar vooral door wie ze maakten. In een mega-pact zetten bijna vijftig organisaties, waaronder Greenpeace en Milieudefensie, hun handtekening onder een deal die de bijna 5% hernieuwbare energie van toen opkrikt naar 16% in 2023. Een deal waarvan olie, kolen en gas uiteraard deel uitmaakten – 16% is immers nog geen 100%.

Ook Greenpeace en Milieudefensie deden wat in een coalitieland als Nederland nodig is om majeure veranderingen voor elkaar te krijgen: compromissen sluiten. Beide organisaties toonden de moed om constructief met hun fossiele tegenstrevers tot afspraken te komen: langjarige afspraken, voor tien jaar. Een enorme stap voor wie groot is geworden met compromisloze actie tégen. Een ommekeer leek aanstaande.

Nog geen twee jaar later was het optimisme alweer voorbij. Aanleiding was de Urgenda-rechter die 5%-punt meer CO2-reductie opdroeg dan de EU-eisen waaraan Nederland zich houdt. In plaats van aanpassing van het Energieakkoord op eenzelfde constructieve wijze als in 2013 om aan het vonnis te voldoen, keerden beide organisaties zich meer en meer tegen de partijen waarmee ze eerder tot afspraken waren gekomen -openlijk en fel.

Niet het feit dát Greenpeace vorige week in de Eemshaven actievoerde tegen steenkool was opvallend -de organisatie heeft er nooit twijfel over laten bestaan dat wat haar betreft álle centrales dicht moeten- maar het 'moreel verwerpelijk' waarmee steenkool en dus ook impliciet de mensen die in de branche werken, werden gekwalificeerd. Van een constructieve dialoog en wederzijds respect is duidelijk geen sprake meer.

Ook Milieudefensie liet zich tijdens het debat over gaswinning in Groningen, afgelopen woensdag, niet onbetuigd. Hoewel minister Henk Kamp de winning op advies van SODM op 24 mrd kuub bracht, een halvering ten opzichte van het gemiddelde tussen 2010 en 2013, is Milieudefensie woedend: het moet naar nul. Ook hier is vooral de manier waaróp de organisatie die eis kenbaar maakt, het meest sprekend.

De minister is ‘een ramp’, zo liet de campagneleider weten. Hoewel hij alles uit de kast trekt zodat de 16% in 2023 wordt gehaald, hoewel hij een dag eerder had aangegeven dat de gaswinning vanaf 2021 met nóg eens 2 miljard kuub per jaar kan worden verlaagd, vindt Milieudefensie hem 'een ramp'. Vorig jaar kreeg hij het verwijt dat de ‘leveringszekerheid’ die hij óók liet meespelen in zijn beslissing, een ‘kulargument’ was.

De transitie is onderweg. Geen enkele partij krijgt bij een dergelijk complexe, decenniadurende operatie ooit volledig zijn zin. Zo’n overgang gaat met vallen en opstaan, met keuzes maken en met nadelen accepteren. Greenpeace en Milieudefensie kunnen of willen er niet aan. Zij vallen terug in oude reflexen als het aanwakkeren van woede en wantrouwen tegen wie zich niet óók compromisloos tegen fossiel keert.

Campagne-technisch is er geen speld tussen te krijgen. Fossiele energie is nog decennia nodig, zelfs in het meest optimistische transitie-scenario. En dus kan ook de strijd tegen fossiel nog decennia mee, zéker als de boodschap is dat fossiele energie helemaal niet nodig is en er dús sprake is van onwil. Daar is zeker een doelgroep voor. Maar de massa, nodig voor voldoende draagvlak voor de transitie, zal er zich langzaam van afkeren.

Greenpeace en Milieudefensie zijn al lang geen roependen in de woestijn meer. Politiek en bedrijfsleven zijn overtuigd, maken beleid en investeren. Er trekt inmiddels een imposante karavaan door de woestijn, hoopvol en positief in het vinden van hernieuwbare oasen, terwijl de twee die de stoet in gang hebben gezet, boos en verongelijkt aan de kant blijven staan. Volgens mij is daar een woord voor.

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.