Column

Kunnen we de integratie van Europese elektriciteitsmarkten versnellen?

Het Europese ideaal kampt de laatste jaren met een imagoprobleem, en sinds de recente Brexit wordt verdere samenwerking binnen Europa kritisch bekeken. Het systeem wordt ervaren als ineffectief en traag, en bureaucratie wordt als een zodanig probleem gezien dat Eurocommissaris Timmermans zich volledig mag richten op de bestrijding ervan. Integratie zou vele voordelen moeten bieden (samen sta je sterk), maar waarom verloopt dat zo stroperig?

De energiesector illustreert treffend hoe uitdagend internationale samenwerking is, zo kan ik uit eerste hand vertellen. Samen met mijn collega’s van Magnus Red ondersteun ik nationale netbeheerders (TSOs) in Europa bij de integratie van de elektriciteitsmarkt. De nodige business diplomacy is vereist voor dit complexe proces.

Waar doen we het allemaal voor?
Energie moet vrij kunnen stromen zonder technische of regelgevende barrières. De voordelen zijn groot: een geïntegreerde elektriciteitsmarkt kan prijsverschillen tussen landen reduceren en door de grotere, Europese markt zou de gemiddelde Europeaan een lagere prijs voor zijn energie betalen. In de elektriciteitssector wordt deze verbeterde marktwerking uitgedrukt (en berekend) in social welfare. Naast economische en operationele belangen biedt een breed Europees netwerk de mogelijkheid voor de groei in duurzame energiebronnen, niet onbelangrijk voor de groene optimisten onder ons.

Complexer dan gedacht
Sinds de jaren ‘90 werkt de Europese Commissie aan wetgeving voor integratie van de Europese elektriciteitsmarkt. Hoe staat het er, twintig jaar later, dan voor?

Om heel eerlijk te zijn, is het fysiek al lang één netwerk: alle landen zijn met elkaar verbonden. Weliswaar niet allemaal direct, maar wel via een ander land. Zo moet elektriciteit van Duitsland via Nederland of Frankrijk naar België. Maar een geïntegreerde markt is meer dan hoogspanningskabels tussen landen.

De TSOs van de Europese elektriciteitsregio’s spelen een belangrijke rol omdat zij de toegestane capaciteit bepalen. Elke TSO heeft hiervoor haar eigen methoden, systemen en interne processen zorgvuldig opgebouwd waardoor harmonisatie veel interne aanpassingen vereist. Niet alleen op technisch vlak maar ook op economisch vlak. Regionaal worden de verdiensten en kosten namelijk beïnvloed door de compensatie acties die TSOs gebruiken (remedial actions) om het netwerk te balanceren of de capaciteit te vergroten.

En ook landelijke of regionaal verenigde toezichthouders (zoals Autoriteit Consument & Markt) en marktpartijen mengen zich op detail niveau in de harmonisatie tussen TSOs, wat veel onderzoeken en vragen oplevert. Want de consumentenbelangen moeten worden beschermd, maar het eigenbelang (zoveel mogelijk capaciteit beschikbaar krijgen op de eigen markt) net zo hard. En zo zijn zelfs de toezichthouders niet verenigd, hoewel gezamenlijk Europees beleid dat wel van hen verlangt.

Dit Europese beleid is helaas niet erg toegankelijk en interpretatieverschillen -zowel tussen TSOs als toezichthouders- komen geregeld voor. De 'netwerkcodes' geven de spelregels voor marktintegratie uiteengezet in juridische artikelen. Ik kan u vertellen dat het al uitdagend genoeg is om de juiste, meestal drukbezette experts van elke TSO aan tafel te hebben om tot een gemeenschappelijk begrip te komen in een meeting op een vliegveld ergens in Europa. Maar ook juridische experts zijn nodig om de juiste vertaling van de netwerkcodes te maken, die bovendien gedragen wordt door alle TSOs, alle toezichthouders en alle marktpartijen. Dit is niet alleen een logistieke maar ook een diplomatieke uitdaging.

Erg verbazingwekkend is het dus niet dat we twintig jaar na het besluit van de Europese Commissie nog geen volledig geïntegreerde Europese markt hebben. Kan het echt niet sneller?

Het kan dus wel
Centraal-West-Europa (CWE) heeft als best-practice regio laten zien dat marktintegratie haalbaar is. Het begint met de erkenning van het belang van een gecoördineerde berekening en gekoppelde regionale markt door spelers op elk niveau: van politiek tot toezichthouders en netbeheerders. Ook de vroege start en de pragmatische aanpak waarbij stap-voor-stap verbeterde oplossingen worden geïmplementeerd, heeft bijgedragen aan het succes van CWE.

Maar hoe versnellen we de marktintegratie voor heel Europa? Verminder de tijd die verloren gaat bij pan-Europese processen door nationale of politieke belangen. Laat toezichthouders hiervoor hun belangen convergeren naar één regionaal standpunt. Dit reduceert het aantal parallelle activiteiten en hiervoor benodigde coördinatie waarmee partijen vooral elkaar bezig lijken te houden. Focus op het behalen van de eindresultaten, beschreven in de netwerkcodes.

Vereenvoudig het Europese beleid waardoor de doelen voor alle partijen duidelijk zijn en verschillende interpretaties niet voorkomen. Vereenvoudig ook het beleid voor het aanleggen van nieuwe netwerkelementen waardoor moeilijke discussies sneller opgelost zouden kunnen worden door de aanleg van een extra kabel.

En ten slotte, laat de TSOs transparanter zijn over hun uitdagingen en belangen: de bewegingsruimte en vereisten per partij zijn dan tenminste in een vroeg stadium duidelijk waardoor gezamenlijk naar een oplossing gezocht kan worden.

Ook Entso-E, het Europese verbond van de TSOs, ziet het belang in om transparantie te vergroten en de standpunten van de stakeholders gecoördineerd en op hoog niveau te bespreken. In september is hiervoor een adviesgroep opgericht met de belangrijkste EU-stakeholders die samen aanbevelingen doen voor de Europese marktintegratie. Die groep -onze eigen 'Timmermans'- is een goed begin voor de versnelling van de marktintegratie in heel Europa!

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.