Column

Publieke energiefondsen zijn te commercieel

Wanneer de lente begint, start ook het jaarverslagenseizoen van de grote bedrijven. Ietsje later in het seizoen, zo in april-mei, publiceren ook de diverse duurzame energiefondsen hun jaarverslagen. En ik ben heel benieuwd wat er dit jaar in staat, vooral als het gaat om de voortgang die is geboekt met het besteden van middelen. Er is meer dan EUR 600 mln beschikbaar bij de publieke duurzame energiefondsen. Dat moet EUR 1,5 mrd aan duurzame investeringen opleveren, de komende jaren. Enige probleem: het investeringstempo ligt te laag.

Die energiefondsen, vaak met een provincie of gemeente als aandeelhouder, zijn in hun zuiverste vorm een mooie aanvulling op de markt en dragen bij aan projecten die anders niet, of moeilijk, van de grond komen.

Ik heb zelf bijgedragen aan de ontwikkeling van een aantal van de fondsen en ben nog steeds betrokken bij PDENH in Noord-Holland. Maar als ik van enige afstand naar de fondsen kijk en ondernemers spreek die ermee werken, bekruipt me het gevoel dat er een gat bestaat tussen de oorspronkelijke doelstelling van de fondsen en de dagelijkse praktijk. De beleggingsstrategie van de fondsen is vaak toch dat er voldoende verdiend moet worden om de beheerskosten te dekken én idealiter ook nog een redelijk rendement te realiseren. Of op zijn minst koste-wat-kost het fondsbudget in stand te houden. Ik vind dat, zeker in de huidige markt, te ambitieus.

Het inzetten van publieke middelen om financieringen of investeringen te doen juich ik toe, want ik vind dat subsidies lui maken. Dus als we de kans hebben om belastinggeld terug te verdienen moeten we dat doen. Maar als je financieel rendement wilt realiseren met een publiek fonds, vaak ook nog gecombineerd met een ambitieuze maatschappelijke doelstelling, is er is in de huidige markt geen ruimte om projecten te doen die anders niet plaatsvinden.

Dat is eenvoudig te verklaren. De kapitaalmarkt laat weinig tot geen ruimte voor een concurrerende aanbieding van publieke fondsen, want geld is spotgoedkoop. En risico’s van een project zijn voor een publiek fonds niet anders dan voor iedere andere investeerder. Kortom, als een publiek fonds zich op dat vlak (risicopremies) wil onderscheiden, kan het niet anders dan accepteren dat er waarschijnlijk niet genoeg verdiend gaat worden om alle risico’s af te dekken en er mogelijk financiële verliezen ontstaan. Dergelijke verliezen zijn onder professioneel fondsbeheer met gecalculeerde risico’s nog altijd aanzienlijk minder dan wanneer de bedragen aan de voorkant weg worden gegeven in de vorm van subsidies.

Indien een potentieel verlies niet acceptabel is voor de aandeelhouders van een publiek energiefonds en er bovenop de risicopremie een rendement verwacht wordt, is het fonds in de huidige markt te commercieel van insteek, is er geen toegevoegde waarde in het aanbod en kan het projecten beter aan de markt overlaten.

Ik zou het mooi vinden als een aantal aandeelhouders van publieke fondsen hun financiële doelstelling bijstelt en zoekt naar een positief saldo als het gaat om het totaal van de financiële en maatschappelijk-economische baten van projecten. Dat betekent dat het fonds weliswaar revolverend kan opereren, maar in omvang kan afnemen op de lange termijn. Zolang daar maar maatschappelijke waarde in de vorm van CO2-besparing, werkgelegenheid of andere duurzame economische activiteit tegenover staat, is dat niet erg.

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.