Column

Ontbloot die duurzame billen

Iedereen wil de planeet wel redden en ook over de knop waaraan moet worden gedraaid, is consensus. Die is er alleen nog niet over een concrete marsroute, zo leert drie dagen deelnemen aan duurzaamheidsfestival Springtij.

Op het eerste gezicht leken de bijna vijfhonderd vertegenwoordigers van bedrijven, overheden en NGO’s het roerend met elkaar eens: minimaal 80% CO2-reductie in 2050 ten opzichte van 1990 om klimaatverandering te stoppen en zo de aarde te redden. Schouder aan schouder staan ze, strijdvaardig in het afwenden van een alles overweldigend onheil. Maar zo bevlogen als de pleidooien waren, zo emotioneel als de appèls uit naam van de generaties na ons en zo alarmerend als de waarschuwingen klonken, zo stil was het vaak over de manier waarop het grote doel nu precies moet worden bereikt.

Een stip aan de horizon -of een vlek, zoals Tjerk Wagenaar, directeur van Natuur & Milieu, het mikpunt noemt- heeft alleen zin als er ook een duidelijke route naartoe is. Waar moeten we volgend jaar, volgende maand, volgende week en morgen zijn? Zo’n realistisch parcours zie je zelden. Alsof je op de fiets naar Timboektoe wilt, maar niet weet welke afslag je als eerste moet nemen, en vragen over de koers van medereizigers beantwoordt met een gloedvol betoog over hoe belangrijk Timboektoe is en wat een drama het zou zijn als die bestemming niet zou worden gehaald. Alsof de juiste weg zich op enig moment vanzelf wel zal openbaren.

Zelfs de meest basale vragen over uitvoerbaarheid en betaalbaarheid van de prachtige plannen worden niet zelden gezien als teken dat de vragensteller blijkbaar geen geloof in het einddoel heeft. Hoe directer de hoe-vraag, hoe vager vaak de antwoorden -iets met 'de markt', iets met 'de overheid'. Maar …oordeel niet te hard. 'Hoe' vraagt immers om offers. 'Hoe' kost geld, bloed, zweet en tranen. 'Hoe' tast bestaande belangen aan, doet zeer en is dus ronduit ongezellig -precies wat Springtij niet is. Concrete doelen, zéker die voor de korte termijn, hebben ook de nare eigenschap dat als je ze stelt, men je er weleens aan zouden kunnen gaan houden.

Dat man en paard vaak ver te zoeken zijn, is een logisch gevolg van de unieke opzet van Springtij. Fossielen ontmoeten er duurzamen, grootkapitaal zit naast aandoenlijke kleinschaligheid. Consensus en verbinding staan centraal; een verademing in een tijd die bol staat van polarisatie. Maar de keerzijde is dat pseudo-participatie voortdurend op de loer ligt. Vrijwel geen enkele directeur, ondernemer of hoge ambtenaar kan het zich namelijk nog veroorloven om niet te bekennen dat de groene Heer ook zijn of haar heiland is. Je zou ook wel gek zijn. Woorden zijn gratis. 'Yes, we can' betekent lang niet altijd 'Yes, I will'.

Je zag het tijdens de pleidooien voor de Energie- en Klimaatjury, dit jaar voor de eerste keer op de agenda. Hoewel het 'hoe' centraal moest staan, ging het vooral over 'waarom' en 'wat'. Als onwennige nieuwelingen op het naaktstrand hielden de pleiters liefst de billen bedekt. Dé opgave voor Springtij is om met behoud van de sfeer van eensgezindheid over het walhalla nu vooral de weg ernaartoe te bediscussiëren. Gezelligheid zal soms plaats moeten maken voor schurend ongemak. Het zij zo. Noem man, noem paard. Want als er één plek is waar de cruciale volgende stap in de energietransitie kan worden gezet, dan is het wel op Springtij.

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.