Column

Is het falen van de slimme meter werkelijk vooral de schuld van marktpartijen?

In het pleidooi voor meer speelruimte stelt Netbeheer Nederland dat het marktmodel niet zaligmakend is. Ter illustratie wijzen ze op de tegenvallende energiebesparing bij huishoudens met slimme meters. Dat zou vooral komen omdat marktpartijen er maar matig in slagen consumenten te interesseren voor hun energiebesparingsdiensten. Helaas blijft het daarbij niet. Netbeheer Nederland stelt namelijk ook dat bij de energietransitie maatschappelijke kosten en baten een belangrijke rol spelen. Die afweging heeft volgens Netbeheer Nederland bij marktpartijen geen prioriteit. Daarmee suggereren de netbeheerders dat het met die afweging bij hen wel snor zit. Dat staat gelijk aan vloeken in de kerk.

Juist de uitrol van de slimme meter is een schoolvoorbeeld van een besluitvorming waarbij de maatschappelijke kosten er niet werkelijk toe deden. De slimme meters zouden en moesten er komen. Het geld lag immers al klaar in de vorm van de veel te hoge tarieven voor meetdiensten. Zonder slimme meters moest dat geld terug naar de consumenten en de meettarieven weer worden gehalveerd. Het alternatief was veel aantrekkelijker. Door te kiezen voor slimme meters konden de veel te hoge tarieven nog jaren worden gehanteerd voordat er werkelijk serieuze kosten voor het plaatsen zouden worden gemaakt. Bovendien zouden netbeheerders besparen op de kosten van meteropnemers. Verder zouden de netten vol komen te hangen met speeltjes die mogelijk nog ooit nuttig zouden kunnen zijn, bijvoorbeeld bij het op afstand afschakelen van wanbetalers. Ook werd vaak benadrukt dat slimme meters vraagrespons mogelijk zouden maken maar over het ontbreken van de daarvoor benodigde kostbare infrastructuur, zoals real time volume allocatie en de afhandeling daarvan, werd meestal gezwegen.

Dat slimme meters zonder aanvullende investeringen in slimme netten nauwelijks zinvol zijn kwam pas in 2012 officieel uit de mouw in de maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) slimme netten. De uitrol van domme slimme meters was toen echter al onherroepelijk geworden. Europese regelgeving stelde die uitrol namelijk verplicht als er een positieve maatschappelijke business case was. Die barrière kon eenvoudig worden geslecht door de voordelen schromelijk te overdrijven en de kosten te bagatelliseren. Vooral over mogelijkheden tot energiebesparing werd hoog opgegeven. Zelfs zonder standaard meegeleverde woonkamer displays was de 'maatschappelijke businesscase' positief. Dat de ervaringscijfers over energiebesparing vooral gebaseerd waren op landen als Canada en Zweden met lange winterse nachten en een hoog aandeel in elektrische ruimteverwarming, mocht de pret niet drukken. Dat gold ook voor het feit dat de onderzoeken stamden uit een tijd dat apparatuur veel minder zuinig was (gloeilampen) en dus meer bespaarpotentieel bood dan ten tijde van het opstellen van de MKBA (spaarlampen).

Zeven jaar later komen de zwaar overtrokken verwachtingen over energiebesparing door slimme meters de netbeheerders nogmaals goed van pas. In de strijd om speelruimte schuiven ze de schuld van het falen af op marktpartijen. Alleen daarom al moet he speelveld voor netbeheerders sterk worden ingeperkt. Ze lijken namelijk te geloven in het eigen sprookje dat als iemand een totaaloverzicht van verbruik ontvangt, het duidelijk is welk apparaat het huis uit moet om de rekening te drukken.

Deze column maakt onderdeel uit van de maandag gepubliceerde Vrijhandelsoptiek, waarin energiedeskundige Sjak Lomme in brede mate aandacht besteedt aan de door Netbeheer Nederland bepleite “daadkracht en een heldere koers”. De netbeheerders claimen daarmee ruimte om de energietransitie te bespoedigen maar Lomme neemt in vier artikelen hard stelling tegen deze dadendrang.

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.