Column

Windmolenminnaars, doe het niet

Net nu de windsector de geitenwollen sokken heeft uitgetrokken en dé grote doorbraak lonkt, steken oude reflexen de kop op. Eén artikel met één mening van één man en windmolen minnend Nederland was van de rel. Want o wee wie kritiek heeft.

De man met de mening was hoogleraar Adriaan Geuze. Niet de minste: wereldwijd geroemd Nederlands landschapsarchitect. Een man ook met een missie, namelijk het stoppen van de landschappelijke verrommeling. Tijdens Zomergasten vorig jaar zette hij dat thema in één klap op de kaart. Afgelopen maand pleitte hij opnieuw voor het einde van de treurigmakende versnippering van de openbare ruimte met een schier eindeloze stroom van kassen, bedrijfsterreinen en… windmolens.

Geuze vindt Nederland landschappelijk te klein en te vol voor nog meer windmolens. Sluit een deal met Scandinavië en zet ze daar, opperde hij. "Of zet ze op zee, ver weg, op de Doggersbank." Laat die laatste locatie nou net vól in de belangstelling staan. Landelijk netbeheerder Tennet had er een week eerder een plan voor gepresenteerd, minister Kamp is fan en TNO, Natuur en Milieu, de olie- en gassector en de Nederlandse Wind Energie Associatie (Nwea) zien daar ook het beloofde windmolenland.

Geuzes pleidooi stond op 18 juni in de Volkskrant, toevallig op Open Winddag, de afsluiting van een ‘feestweek’ waarin de sector de jaarlijkse Winddagen had gehouden. Het had positieve berichten geregend. Minister Kamp noemde wind een ideale energiebron, Shell wil mee doen en Vattenfall investeert tot 2020 EUR 5 mrd. "We hebben een point of no return bereikt", zei Nwea-voorzitter Hans Timmers.

Na zoveel goed nieuws viel Geuze koud op hun dak. "Triest hoe deze professor Nederlandse verantwoordelijkheid voor duurzaamheid afschuift op andere landen , twitterde Nwea. Dat was vreemd. Geuze wil namelijk wind op zee, op de Doggersbank, waar Nwea ook naar kijkt. Volkskrant-journalist Jeroen Trommelen deed er een schepje bovenop. Hij noemde Geuze "een rare man" omdat hij zou hebben gezegd dat alléén Groenlinks en D66 windmolens willen. Maar dat had Geuze niet.

Ook Groenlinks-Kamerlid Liesbeth van Tongeren klom in de pen. Volgens haar was Geuze op energiegebied "de weg kwijt". Waarom ze hem niet had gehoord over de 1.700 boorplatforms op zee, of de kolen- en gascentrales? Ook zij verweet hem, net als Nwea, de verantwoordelijkheid bij andere landen te leggen. Ook zij had blijkbaar over Geuze’s voorstel voor wind ver op zee heen gelezen, zullen we dan maar zeggen.

Het patroon is bekend: zodra iemand kanttekeningen bij duurzame energie plaatst, krijgt hij of zij de volle laag. Inhoudelijke argumenten maken plaats voor jij-bakken. Goed lezen blijkt ineens razend lastig. Die reflexen stammen uit de tijd dat er tegen de klippen op een plekje moest worden bevochten. Wanhopig op zoek naar aandacht, er stevig in om iets van het eigen standpunt gehoord –en liefst geaccepteerd– te krijgen.

Die fase is windenergie voorbij. Politiek, bedrijfsleven, zelfs de grote fossiele bedrijven doen mee. Zeker, die laatste willen er geld aan verdienen, maar dan nog. Tel je zegeningen, zou ik zeggen. Maar nee. Komt er kritiek, ook als die goed is onderbouwd door iemand die er verstand van heeft –van het landschap in dit geval– dan lijken de sector en z’n sympathisanten al snel op een verongelijkte Calimero met een ochtendhumeur.

Pas toch op. Pas toch op dat jullie geen sector worden die maar één lied kent, namelijk ‘meer van ons’ en die bij het minste of geringste in de gordijnen vliegt. Accepteer dat niet iedereen dezelfde mening heeft. Ga bij gefundeerde kritiek het debat aan op een manier die past bij een volwassen sector die de steun en miljarden van het Rijk in de rug heeft. Oftewel, zelfverzekerd en tegelijk bescheiden, in de wetenschap dat hooghartigheid uiteindelijk altijd als een boemerang terugslaat. Altijd.

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.