Column

Niet kwaliteit maar deelbelangen, regulering en subsidies bepalen de energiemarkt

De meeste partijen in de energiemarkt zullen in het openbaar de volgende stelling ondersteunen: Energie besparen en verduurzamen tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten dient uitgangspunt te zijn van het energiebeleid. Voor alle mogelijke opties is het daarom nodig de consequenties ten aanzien van directe kosten, beschikbaarheid van energie en maatschappelijke kosten over de gehele keten in de afwegingen mee te nemen. Aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden zal ik laten zien dat echter meestal deelbelangen, regulering en subsidies/energiebelastingen leidend zijn. De te trekken conclusies laat ik graag aan de lezer over.

De dispatch van de elektriciteitsvoorziening:
Deze is vooral gebaseerd op de variabele kosten van productie-eenheden en de marktpositie van betrokken partijen. Energie besparen en verduurzamen spelen daarbij geen rol. Ook zijn de verschillen in investerings- en exploitatiekosten, de milieuconsequenties, de beschikbaarheid en risico's van de diverse aanbodopties variërend van zon-PV tot kerncentrales zodanig groot dat de markt geen level playing field is. Dit gecombineerd met de actuele overcapaciteit van het net en de lage steenkool- en bruinkoolprijzen, brengt alle betrokken partijen in de problemen, zet het vanuit energiebesparing zeer efficiënte WKK buiten spel en benut nauwelijks de lokale integrale energie-opties.

Forse uitbreidingen van het ultra hoogspanningsnet:
Heel Europa volbouwen met hoogspanningslijnen lijkt een dogma te worden. Wordt hierbij wel een integrale afweging gemaakt inclusief de consequenties van locatiekeuzes voor productie, de consequenties voor bedrijfsvoering, maatschappelijke kosten, de lokale mogelijkheden van besparing, vraag- en aanbodsturing, opslag en lokale productie/warmte? Leidt dit niet tot een oneigenlijke concurrentie met lokale smart grids? Wie is hiervoor verantwoordelijk?

De inzet van biomassa:
De toepassingsmogelijkheden voor biomassa lijken onbeperkt. Denk hierbij aan voedsel; grondstoffen voor de industrie; vergisten, vergassen of verbranden voor elektriciteit/warmte/groen gas/opwerken gas naar netkwaliteit; vloeibare brandstoffen; grootschalig/kleinschalig et cetera. De beschikbaarheid van biomassa is echter beperkt. Voor welke opties is er vanuit maatschappelijk belang een structureel toekomstperspectief? Dit is alleen aantoonbaar via onafhankelijk onderzoek.

De elektrische auto's:
Het gebruik van elektrische auto's heeft uit oogpunt van energiebesparing en verduurzaming perspectief als er voldoende duurzame elektriciteit beschikbaar komt en als de beschikbaarheid van de benodigde materialen structureel geen probleem is. De huidige subsidieregeling is echter nauwelijks op gemeten praktijkprestaties gericht. Zeer opmerkelijk is bijvoorbeeld de regeling voor grote plug-in elektrische auto's. Er worden grote aanschafsubsidies op gegeven en de bijtelling was tot voor kort 0%. Deze auto's vereisen veel materieel, zijn zwaar, rijden vaak op een weinig efficiënte verbrandingsmotor, er is geen enkele stimulans om minder kilometers te rijden en de bestuurders hebben over het algemeen een goed inkomen. Verder vindt dit plaats in een land waar nieuwe kolencentrales voor de elektriciteitsvoorziening worden geopend en het aanbod echte duurzame elektriciteit beperkt is.

Zon-PV:
De ontwikkelingen rond zon-PV en ook zonnewarmte lijken hoopvol. De kosten worden nog steeds lager, de energetische rendementen hoger, de beschikbaarheid over het gehele jaar hoger en de mogelijkheden voor opslag van de geproduceerde energie worden efficiënter en goedkoper. Door de hoge energiebelasting op elektriciteit voor kleinverbruikers en de salderingsregeling, stimuleren we vooral individueel kleinschalig, in plaats van efficiënte projecten. Ook is er nauwelijks aandacht voor de back-up functie van het openbare elektriciteitsnet bij weinig of geen zon. Hierdoor zijn de totale maatschappelijke kosten van zon-PV niet duidelijk, benutten we regelmatig inefficiënte opties, zijn er te weinig prikkels voor opslag en vraagsturing en benutten we zon-PV als sluitpost bij woningen om ze administratief energieneutraal of meterloos te maken.

All electric:
Ook de all electric maatschappij lijkt een dogma te worden. Elektriciteit is inderdaad een fantastisch product met ongekende mogelijkheden. Het probleem is echter dat duurzame elektriciteit voorlopig beperkt beschikbaar is, terwijl in een all electric maatschappij, zeker als we niet meer aan besparing doen, de vraag gigantisch gaat worden. Hier tegenover staat dat duurzame warmte steeds meer en goedkoper beschikbaar komt.

De staffeling van de energiebelasting:
Er zijn ongetwijfeld diverse argumenten om de staffeling te verdedigen. In de praktijk geeft deze staffeling in combinatie met het grote verschil in energiebelasting tussen elektriciteit en aardgas en ook voorkomende vrijstellingen echter een verkeerd prijssignaal voor een objectieve vergelijking van opties.

De EPC/EPG en energielabels voor gebouwen:
De intentie om de markt zelf te laten kiezen uit beschikbare opties om de gestelde normen te halen is prima. In de praktijk zijn er echter veel tekortkomingen. Het systeem richt zich vooral op warmte en nauwelijks op warm tapwater, koeling, elektriciteitsverbruik en bewonersgedrag. De berekeningen zijn gebaseerd op laboratoriumprestaties, er is nauwelijks kwaliteitsborging over de gehele keten van ontwerp tot en met bewoning en harde garanties ontbreken vaak.

Energie lijkt alleen elektriciteit te zijn:
Het begint te veranderen maar lange tijd leek energie alleen maar elektriciteit. In werkelijkheid is het aandeel elektriciteit slechts circa 15% van het energieverbruik gebaseerd op output energie en ruim 30% op brandstofinput. Het resterende percentage bestaat uit warmte, koude, grondstoffen en transport. Daarom is een integrale benadering van de energieproblematiek een must.

Energie besparen:
Dit blijft voorlopig de eerste prioriteit. Enerzijds zijn er nog gigantisch veel mogelijkheden, anderzijds wordt verduurzaming van de actuele hoge energievraag technisch moeilijk en financieel onbetaalbaar. Dit vraagt een mentaliteitsverandering (besparen kan en is nodig en leuk), in combinatie met een fundamentele herziening van het belastingstelsel, deels socialisering van kosten en bedrijven die energieverbruikers compleet kunnen ontzorgen op het gebied van besparen en verduurzamen.

Smart grids:
Dit begrip wordt voor ongeveer alles wat met lokale energie te maken heeft gebruikt. De kernvraag is: "Hoe kunnen we binnen maatschappelijk te definiëren randvoorwaarden de energievoorziening zo efficiënt mogelijk inrichten met betrekking tot vraag- en aanbodsturing, energie besparen en verduurzamen, opslag, betrokkenheid en slimme ICT?". Dit speelt voorlopig zowel op lokaal als regionaal en internationaal niveau. De belangrijkste problemen lijken voor de korte termijn:

1. Het ontbreken van onafhankelijke deskundige regie;
2. Het financieren van lokale initiatieven;
3. Onvoldoende lokale kennis;
4. Het door de actuele regulering ontstane hokjes denken';
5. De structuur van de elektriciteitsmarkt met regelmatig tegengestelde belangen van betrokken partijen.

De netbeheerders pleiten voor een grotere commerciële betrokkenheid. Is er juist niet meer behoefte aan een onafhankelijke deskundige netbeheerder (nutsfunctie?) die de regie voert?

Opslag van energie:
Zonder wind en zon lijkt een substantiële verduurzaming onhaalbaar. Beide vormen van duurzame energie hebben echter een sterk fluctuerend aanbod. Dit kan nooit alleen worden opgevangen door vraagsturing en energie besparen. De oplossing hiervoor is opslag, zowel van warmte, elektriciteit, biomassa, biogas, power to gas en koude. Wie is hiervoor in de actuele markstructuur verantwoordelijk en kunnen we dit aan de markt overlaten? De technische mogelijkheden lijken hoopvol.

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.