Column

De Energieagenda: gemiste kansen en veel open einden

De Energieagenda is net gepubliceerd door EZ. De meest opvallende punten uit de agenda zijn samengevat in de volgend punten:

1. Het Europese emissiehandelssysteem (ETS) blijft het sleutelinstrument om effectief te sturen op CO2-reductie. Het kabinet zet in op een ambitieuze versterking van het ETS door het jaarlijkse reductiepercentage aan te scherpen en het overschot aan rechten te verkleinen en indien het niet werkt een minimumprijs in te voeren.

2. Tot 2030 gebeurt er niet veel met de industrie want "we doen het al zo goed", daarna moeten we versnellen. Dit lijkt een beetje in tegenspraak met elkaar te zijn en is natuurlijk ook lastig recht te praten.

3. Het Road-project (CO2-opvang en -opslag in Rotterdam) gaat door. Dat, in combinatie met de onlangs toegekende subsidies voor biomassa bijstook, lijkt te wijzen op het openhouden van de kolencentrales, in ieder geval tot 2030. Dit wordt nog versterkt doordat er in het rapport wordt aangegeven dat desinvesteringen moet worden voorkomen en sluiting van Nederlandse kolencentrales zou leiden tot import van minder efficiënte conventionele centrales waardoor het CO2 probleem zou worden versterkt.

4. Voor de reductie van de laagwaardige warmtevraag wordt ingezet op de gebouwde omgeving door energiebesparing en sterke vermindering van aardgasgebruik via stimuleren en inpassen van CO2-arm opgewekte elektriciteit en warmte. Over maatregelen voor glastuinders met een grote laagwaardige warmtevraag wordt niet gesproken.

5. Warmtenetten worden net zo gereguleerd als de elektriciteits- en gasnetten. Dit lijkt te gaan richting onafhankelijk netbeheer. Neemt de overheid nu ook de verantwoordelijkheid op zich voor het realiseren van deze netten en de financiering ervan? Helaas wordt daar niet over gesproken.

6. Uitkoppeling van warmte bij industrie wordt niet gefinancierd door de overheid. Dat lijkt een groot obstakel te kunnen worden aangezien het om grote bedragen gaat.

7. Wind op zee groeit naar 10 GW in 2030. Plus wind op land (8 GW?) plus zon (10 GW?) levert dus bijna 70 TWh elektriciteit op (wat bijna 70% van de elektriciteitsvraag in 2030 is. Dat is natuurlijk heel positief. Alleen hoe dit op het net gebalanceerd gaat worden en hoe congestie wordt voorkomen is onderbelicht.

8. Tot 2035 hoeven we ons geen zorgen over conventionele capaciteit. Dit lijkt echt veel te optimistisch. De geprojecteerde hoeveelheid duurzaam zal tot verdringing van centrales gaan leiden en uiteindelijk tot sluitingen. Zeer waarschijnlijk ruim voor 2030.

9. Aansluitplicht gas verdwijnt, komt warmterecht voor in de plaats. Dat recht moet dan toch door de overheid worden gewaarborgd, hetgeen weer wijst naar unbundling/verantwoordelijkheid voor netten bij de overheid.

10. Gas: het kleine velden beleid wordt voortgezet.

11. Vanaf 2035 moeten nieuwe auto’s emissievrij zijn. Het is een gemiste kans om deze ambitie niet te vervroegen.

12. In de Energieagenda wordt ingezet op emissiereductie doelen en innovatie om die doelen te bereiken. Het is weinig concreet. Er worden geen hint gegeven hoe de overheid denkt dat het toekomstige energiesysteem er uit ziet terwijl daar al wel aanwijzingen voor zijn bijvoorbeeld de in de agenda genoemde elektrificatie van het energiesysteem.

13. Realisatie van de energietransitie vindt vooral plaats op regionaal en lokaal niveau. Centrale overheid stuurt met carrots (SDE+-subsidies) en sticks (regulering zoals energielabels) en verantwoordelijkheid voor de feitelijke acties ligt bij burgers, bedrijven en lagere overheden. Over de rol van de overheid als investeerder en voortrekker voor de totstandkoming van een integrale energie-infrastructuur (warmte, gas en elektriciteit) om de duurzaam opgewekte energie in de toekomst optimaal te benutten wordt niets gezegd. Er wordt slechts aangeven dat er EUR 20 mrd tot EUR71 mrd aan investeringen nodig is en het grootste deel hiervan investeringen in het elektriciteitsnet zijn. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk hoe de overheid denkt dat investeringen voor warmtetransport en grootschalige opslag van de grond komen.

De punten maken duidelijk dat  er in de agenda vooral wordt ingezet op emissiedoelen en op sticks en carrots om die doelen te bereiken. Concreet beleid naar een wenselijk geacht toekomstig energiesysteem is in de agenda niet te vinden, maar er zijn wel een aantal positieve zaken te ontdekken. Zo is het positief dat er meer duidelijkheid komt over de rol van restwarmte, dat zon en wind 70% van de elektriciteitsvraag in 2030 gaan leveren, de aansluitplicht gas verdwijnt en er meer aandacht voor innovatief onderzoek komt.

Daar staan wel een aantal minpunten tegen over. Zo wordt er nog een studie/verkenjaar ingelast mét nog een consultatieronde van de burger. De rol van de industrie als restwarmteleverancier wordt niet benoemd, net als hoe de genoemde flexibilisering van het energiesysteem concreet wordt ingevuld (hoe gaan wij bijvoorbeeld de 70 TWh zon en wind balanceren?). Er wordt weinig gevraagd van de industrie tot 2030, want die "doen het relatief al goed".

Daarbij  vraag je je af of de PVDA bij de totstandkoming van de tekst betrokken is geweest. Er is geen hint te vinden over de uitfasering van kolencentrales. De tekst lijkt er zelfs op te wijzen dat de kolencentrales gewoon open blijven. Bovendien wordt er in de agenda geen concrete invulling gegeven aan het advies van De Nederlandsche Bank, WRR en McKinsey om met forse investeringen de energietransitie te stimuleren. Nederland kiest wel voor duurzame elektriciteit, maar laat economische kansen liggen om van Nederland een echte energiehub te maken.

Al met al nog veel open einden en een paar gemiste kansen.

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.