Column

Verbindingen versterken

Er is iets raars aan de hand. Terwijl de wereldleiders in Parijs het Klimaatakkoord hebben gesloten om de opwarming van de aarde terug te dringen, de kostprijs voor zonne-energie onder de drie dollarcent per kilowattuur is gekomen (notabene in Dubai!) en windenergie wereldwijd een vlucht neemt, lukt het maar niet om de energievoorziening in eigen land drastisch te verduurzamen.

Onlangs publiceerde het CBS de Eurostatcijfers. Hieruit blijkt dat Nederland, op Frankrijk na, van alle Europese landen het verst is verwijderd van de afspraken voor 2020. Nederland is nog niet eens op de helft van de EU-doelstelling dat 14% van het verbruik van energie uit hernieuwbare bronnen komt. Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek van bureau Motivaction dat het maatschappelijk draagvlak voor duurzame energie in Nederland groot is. Mensen laten zonnepanelen installeren, organisaties doen aan energiebesparing (daar mag overigens nog wel een tandje bij) en bedrijven investeren in duurzamere productieprocessen.

Maar dit alles is onvoldoende om de stap naar een volledig duurzame energievoorziening te zetten. Het is al lastig om de korte termijn doelen uit het Nationaal Energieakkoord te halen. Daarbij dreigen we de echt grote stappen die in de jaren tot 2030 en 2050 nodig zijn uit het oog te verliezen. Er is nog geen zicht op de manier waarop we na 2023, als we de 16% doelstelling voor duurzame energie hebben behaald, doorgroeien naar een volledig duurzame energievoorziening. Tegelijkertijd twijfelt vrijwel niemand er meer aan dat doorgaan op de oude voet grote gevolgen heeft voor onze aarde en voor de manier waarop we met elkaar samenleven.

Op dit moment kennen we in Nederland een uitermate robuuste energievoorziening. De netbeheerders zijn volledig gesplitst en het beheer van het energienet is in publieke handen om de leveringszekerheid te kunnen waarborgen. Met positief gevolg. De leveringszekerheid van elektriciteit ligt op 99,994%. De Nederlandse energievoorziening behoort daarmee tot de internationale top en is een waardevol bezit van ons allemaal.

Maar het is de vraag of dit zo blijft. Zonne- en windenergie veroorzaken, ongeacht het tempo waarin duurzame energie toeneemt, pieken in het aanbod. Elektrische auto’s en warmtepompen veroorzaken pieken in de vraag. Omdat deze pieken niet altijd samenvallen is extra capaciteit nodig om te voorkomen dat de stroom uitvalt. Dit kan grotendeels worden bereikt door het elektriciteitsnet te verzwaren. Maar netverzwaring is duur en onpraktisch omdat straten open moeten.

Dus moet de netbeheerder naar andere oplossingen kijken die de flexibiliteit van het net tegen de laagst maatschappelijke kosten vergroot. Denk aan opslag. De netbeheerder kan deze nieuwe oplossingen via de markt inkopen. Daarbij toetst de Autoriteit Consument en Markt of de netbeheerder voldoende kwaliteit biedt tegen een redelijk tarief om de leveringszekerheid op peil te houden.

De komende jaren neemt het aantal uitdagingen op dit gebied toe. We zijn onderweg naar een duurzame samenleving waarin de gebruiker centraal staat. De netbeheerder ondersteunt de energietransitie met marktfacilitering en met een robuust energienet dat betrouwbaar, betaalbaar en bereikbaar is. Het ligt daarom niet voor de hand om de taken van de publieke netbeheerder in te perken.

In de Tweede Kamer is onlangs gesproken over een minister voor Energie zoals veel landen die kennen. In het nieuwe kabinet moet deze nieuwe ministerspost een duidelijk mandaat hebben om de gestelde doelstellingen als vervolg op het Energieakkoord te behalen. De klimaatdoelen zijn te belangrijk en de uitdagingen te omvangrijk om aan slechts één enkele partij over te laten. Marktpartijen, overheid en publieke netbeheerders zullen de handen ineen moeten slaan en zijn samen met klanten verantwoordelijk voor de benodigde omslag naar een duurzaam energiesysteem.

De verdere inperking van netbeheerders en de eenzijdige aandacht voor marktpartijen om de energietransitie vorm te geven, is daarmee de verkeerde weg. Het adagium 'de markt moet het doen' is een vals frame. De publieke netbeheerder als neutrale marktfacilitator is onontbeerlijk in de energietransitie om de gestelde klimaatdoelen dichterbij te brengen. Het is tijd voor ongemakkelijke keuzes: laten we de duurzaamheidsdoelen op zijn beloop? Of durven we echt een keuze te maken voor een duurzaam energiesysteem zodat ook onze (klein)kinderen in een leefbare wereld kunnen wonen? Laten we hopen dat de brede maatschappelijke energiedialoog een bijdrage aan het antwoord levert.

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.