Column

Ook bij energie grote verschillen tussen theorie en praktijk

Niet alleen voor auto’s maar ook in de energiewereld zijn energieprestatienormen van groot belang nu energie besparing en verduurzaming zowel voor de wetgever als leveranciers en afnemers steeds meer bepalend worden. Op zich is dit een prima zaak maar het leidt er wel toe dat leveranciers alles op alles gaan zetten om goede prestaties voor hun apparatuur en materialen erkend te krijgen. Hierbij kunnen er vaak grote verschillen optreden tussen de 'papieren' waarden en het werkelijk verbruik en/of mate van verduurzaming. Ik wil absoluut niet beweren dat er wordt gesjoemeld. In de meeste gevallen komt het door de wijze van presentatie en de kwaliteit van werken. Een aantal voorbeelden.

Bij nieuwbouw worden er voor het verkrijgen van een bouwvergunning eisen gesteld aan de energieprestaties via de EPC/EPG. Leveranciers van apparatuur, installaties en materialen hebben er belang bij dat zij maximaal worden gewaardeerd qua prestaties. Dit speelt in deze systematiek vooral voor HR-ketels, warmtepompen, warmteterugwinning in combinatie met ventilatie, isolatiematerialen, glas etc. De leveranciers moeten de prestaties volgens voorgeschreven richtlijnen aantonen. Dit gebeurt onder ideale omstandigheden. De werkelijke prestaties zijn vaak veel minder omdat de prestaties afhankelijk zijn van de inpassing in de gehele woning. Ook is er regelmatig te weinig aandacht voor kwaliteitsborging, integrale aanpak bij het ontwerp, bouw en gebruik/bewoning. Voorbeelden zijn het niet goed inregelen van installaties, te weinig voorlichting aan bewoners, geen controle/sturing op luchtkwaliteit, verkeerd gebruik van thermostaten, te weinig controle op kwaliteit (van aanbrengen van) isolatie en glas. De gepresenteerde rendementen van verwarmingsapparaten als HR-ketels en warmtepompen zijn meestal gebaseerd op ideale omstandigheden met alleen (lage temperatuur) levering voor verwarming. In de praktijk wordt het aandeel warm tapwater echter steeds groter en daarmede het totaal rendement slechter. Dit wordt versterkt als de installaties waterzijdig en qua temperatuur niet goed zijn ingeregeld.

Voor bestaande bouw werken we nu met energie labels. De intentie hiervan is prima namelijk het verkrijgen van inzicht in de ranking van gebouwen qua energiepresentatie. De werkelijkheid is dat mensen verwachten dat een goed label ook een laag energieverbruik garandeert. Niets is minder waar. Het energie label wordt bepaald via het aanvinken van genomen maatregelen maar zegt niets over de kwaliteit. Een voorbeeld: Voor glas moet je aangeven of er wel of geen dubbel glas is. In werkelijkheid is er echter een enorm kwaliteitsverschil tussen jaren tachtig glas en het meest moderne glas. Bovendien spelen diverse bij nieuwbouw genoemde problemen hier ook.

Klik op de afbeelding voor een vergroting. Zowel de EPC/EPG als het energielabel houdt nauwelijks rekening met het elektriciteitsverbruik. Vooral bij nieuwe woningen is het elektriciteitsverbruik zowel in volume als kosten hoger dan voor verwarming. Het elektriciteitsverbruik wordt als verantwoordelijkheid van de gebruiker gezien terwijl deze vaak nauwelijks een idee heeft hoe het verbruik verlaagd kan worden. Ook de prestaties van elektrische apparatuur zijn vaak slechter dan ze volgens het genoemde “apparaten label” zijn. Voorbeelden zijn de inbouw koel/vriescombinaties met onvoldoende of geen ventilatie, ondeskundig gebruik van apparaten, te lang wachten met vervanging etc. Hierdoor heeft een energiezuinig gebouwd huis regelmatig een te hoog elektriciteitsverbruik.

De duurzaamheid van onder andere auto’s en warmtepompen is sterk afhankelijk van hoe de benodigde elektriciteit wordt opgewekt. Is dit volledig duurzaam met bijvoorbeeld zon-PV dan is het prima maar zolang we kolencentrales blijven gebruiken om deze elektriciteitsvraag te kunnen leveren dan is het resultaat qua verduurzaming zeer matig.

De nieuwste kolencentrales worden gepresenteerd met een elektrisch rendement van ca. 47% en de nieuwste gascentrales met een rendement van ruim 60%. Dit zijn over het algemeen de garantiewaarden bij oplevering bij een belasting van circa 95%. Zeker bij het toenemende aandeel niet regelbare duurzame elektriciteit zullen deze centrales steeds meer regelend, start/stop of stand by bedrijf gaan voeren. In combinatie met veroudering/vervuiling/onderhoudsvisie zullen de gemiddelde rendementen in de praktijk (soms veel) slechter zijn. Een extra discussie is nog waarom we de restwarmte bij dit soort installaties steeds minder benutten.

Zo kunnen we nog even doorgaan. Denk bijv. aan life cycle analyses, de gehele aardgasketen, warmtenetten etc. De boodschap is echter duidelijk. Staar je niet blind op 'papieren' prestaties. Zorg voor een goede kwaliteitsborging van ontwerp, bouw en gebruik/beheer inclusief harde garanties voor praktijkprestaties en kosten. Houdt rekening met het totale systeem waar binnen apparatuur, installaties en gebouwen functioneren; de integrale aanpak. Let op de mogelijke praktijksituaties en de gehele levenscyclus. Zorg voor een objectief transparant referentiekader om alternatieve opties op praktijkwaarden te vergelijken.

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.