Column

Stop loopgravenoorlog over stadsverwarming

De laatste weken is in de media voor de zoveelste keer de strijd losgebarsten over het nut van stadsverwarming. Het dreigt opnieuw een zwart wit discussie te worden tussen de stadsverwarming lobby en de all electric lobby. De werkelijkheid is echter veel genuanceerder. Daarom wil ik de feiten laten spreken.

Laten we beginnen met stadsverwarming. Stadsverwarming is rond 1920 in Rotterdam en Utrecht gestart om de zeer vervuilende kolenkachels uit de stad te krijgen. Voor het lokaal verminderen van fijn stof is dit nog steeds een argument. Het hoofddoel van stadsverwarming is echter sinds de jaren '80 energiebesparing en verduurzaming.

Als warmtebron werden vooral de met fossiele brandstoffen gestookte elektriciteitscentrales gebruikt. Deze gezamenlijke productie van warmte en elektriciteit werd Warmte Kracht Koppeling (WKK) genoemd. Met de introductie van de vrije energiemarkt werd de elektriciteitsmarkt leidend en kwam WKK ondanks de forse energiebesparing gigantisch onder druk te staan. Bovendien is deze vorm van warmte niet structureel duurzaam. Het grote probleem met stadsverwarming is nu dan ook: hoe kom ik aan een structureel duurzame bron met structureel voldoende leveringszekerheid?

De kritische vragen over warmtelevering door afvalverbranders zijn zeker op langere termijn terecht. Ook bij biomassa kunnen vraagtekens worden gezet. Hebben we hier wel voldoende van en zijn er geen efficiëntere toepassingen zoals vervanging van fossiele grondstoffen, transport, enzovoorts? Geothermie en zonnewarmte hebben zeker perspectief, maar er moeten nog wel diverse problemen worden opgelost. Ook zijn er ongetwijfeld specifieke lokale warmtebronnen.

Bijkomende problemen zijn nog de beperkte warmtevraag bij goed geïsoleerde gebouwen en de nog steeds voortdurende discussie over de tarieven. Dit terwijl al lang bekend is dat deze discussie vooral gaat over het toepassen van theoretische of praktische energetische rendementen van HR-gasketels als referentie.

Dan de all electric optie. Voor nieuwe goed geïsoleerde gebouwen met afgestemde warmteafgiftesystemen is all electric met warmtepompen een prima optie, ook voor koeling, mits we voldoende duurzame elektriciteit beschikbaar hebben. Dit is echter een groot probleem. Op papier lossen we dit op door voldoende zonnepanelen per woning te plaatsen. Bij appartementsgebouwen is dit lang niet altijd mogelijk. Bovendien leveren de panelen vooral in de zomer elektriciteit terwijl de warmtevraag er vooral in de winter is.

In de praktijk is dit op de meeste plaatsen nog geen groot probleem omdat het openbare net als buffer functioneert. Willen we all electric grootschalig gaan toepassen, dan zal er gigantisch geïnvesteerd moeten gaan worden in opslag van energie en vraag- en aanbodsturing. Dat besef begint nu pas te komen. Voor toepassing van all electric in bestaande gebouwen zijn er bovendien nog veel praktische problemen. Laten we vooral niet de illusie hebben dat stadsverwarming en de all electric-oplossing op korte termijn goedkoper zijn dan de HR-gasketel, zeker zo lang we milieukosten niet financieel waarderen.

Dan zijn er nog nieuwe ontwikkelingen. Hiervan wil ik er twee noemen. Er zijn hoopvolle ontwikkelingen met betrekking tot seizoenopslag van (zonne)warmte. Als dit technisch en financieel haalbaar wordt, dan is dit een fantastische optie voor totale verduurzaming van de warmtevoorziening. Bovendien kan deze optie zowel individueel als collectief worden toegepast en in een overgangsfase in combinatie met bestaande systemen.

Een andere mogelijke optie is power-to-gas waarbij duurzame elektriciteit wordt omgezet in duurzame waterstof. Als dit grootschalig haalbaar wordt, dan komt er mogelijk een revival voor WKK.

Voorzichtige conclusie: Laten we elkaar niet de tent uitvechten maar zoek elkaar op met de intentie de totale energieketen zo efficiënt mogelijk te verduurzamen. Lukt dit de marktpartijen zelf of wordt het tijd voor een echte regisseur?

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.