Column

Tussen democratie en dictatuur

Windpark 'De Drentse Monden en Oostermoer' toont de worsteling van Nederland met de energietransitie. Of beter gezegd: het gevecht dat steeds vaker gevoerd zal gaan worden. Met de Tweede Kamer in een cruciale rol.

Dit voorjaar velt de Raad van State zijn oordeel over het geplande windpark in de Drentse veenkoloniën, een voorlopig slotakkoord van een jarenlange strijd. Bewoners willen de molens niet, Nederland wel. Van VNO-NCW tot de vakbonden, van milieubeweging tot Rijksoverheid én Tweede Kamer, allemaal willen ze 6.000 Megawatt wind-op-land in 2020. Ook Drenthe krijgt z’n deel. De provincie wees het zoekgebied aan en ja, dan komen ze uiteindelijk érgens te staan.

Mooi niet, zeggen lokale actiegroepen. Zoals het modern energieverzet betaamt, hebben ze een alternatief: een zonnepark. Daartegen zou géén verzet zijn, zeggen ze. Hoewel minister Kamp al meteen aangaf dat méér zonne-energie los staat van méér wind – beide zijn nodig, en nog véél meer – en zonne-energie bovendien ongeveer twee keer zo duur is als wind, ging de Drentse zonnetrein toch rijden.

De lokale politiek haakte aan en inmiddels is ook 'Den Haag' aan boord. SP-Tweede Kamerlid Eric Smaling, die windmolens in de veenkoloniën "landschappelijke genocide" noemt, vroeg Kamp met klem om naar het zon-alternatief te kijken. Zijn CDA-collega Agnes Mulder uit Assen wil ook dat de minister het voorstel van haar provinciegenoten overweegt. Maar nog belangrijker voor het verzet: sinds kort hebben ze een coalitiepartij aan hun kant.

Terwijl PVDA-Kamerlid Jan Vos hartstochtelijk pleit tégen fossiele en vóór meer groene energie, heeft hij zich tóch aangesloten bij het kamp dat op z’n minst uitstel – en liefst afstel – van het windpark wil. Zo’n plotse verandering van standpunt terwijl de PVDA altijd voor was, zou je een draai kunnen noemen. Of erger. Of het is democratie in optima forma, zoals anderen zeggen.

Een flink deel van de bewoners wil de molens niet. Feit is ook dat de sfeer in de veenkoloniën met pogingen tot sabotage en zelfs brandstichting ronduit grimmig is. Als één plan voor meer hernieuwbare energie dát losmaakt, is het dan niet juist heel goed dat een volksvertegenwoordiger van gedachten verandert? Of is het toch gewoon een kwestie van slappe knieën? Het is dat laatste. Kijk naar de praktijk.

Tegen vrijwel alle grote windparken in Nederland is verzet, of is verzet geweest. Parken die de materialisatie zijn van een brandende energie-ambitie die ook de Tweede Kamer in grote meerderheid heeft. Parken waarover wordt gewikt en gewogen, waarvoor strenge wet- en regelgeving geldt, die pas na jarenlange procedures een vergunning krijgen en die uiteindelijk óók nog door de rechter worden getoetst.

Kamerleden zouden uiterst terughoudend moeten zijn om in dat proces in te grijpen. Dat zijn ze nu niet. Ook krijgen gelijke monniken geen gelijke kappen. De grootste amokmakers hebben de grootste kans op Haagse steun. Dat werkt escalatie in de hand. Als de Kamer vindt dat wet- en regelgeving bewoners onvoldoende beschermt, moeten ze die wet- en regelgeving aanpassen. Dat is waar de Kamer voor is, niet om het ene windpark wel en het andere niet te stoppen.

Een aangenomen motie van SP en PVDA die opriep tot 'een bezinningsperiode', legde minister Kamp dan ook naast zich neer. Uitvoering zou betekenen dat hij vergunningen moest intrekken, zo schreef hij de Kamer. Met schadeclaims en een deuk in de betrouwbaarheid van de overheid tot gevolg. Smaling sprak daarop van een 'energiedictatuur'. Het kenmerkt de populistische moord-en-brand-politiek die vooral de bijl aan de eigen wortels zet.

Die politiek zal eerder toe- dan afnemen. Ons land gaat voor de energietransitie volledig op de schop. Ook in 2023, als het Energieakkoord erop zit, zijn we er met 16% groene energie nog lang niet. Nu staan we op zo’n 6%. Laten we dus leren van de stappen en stapjes die we nu zetten. Laten we de politieke verantwoordelijkheden en rollen duidelijk definiëren. En laten we vooral leren accepteren dat alles ook nadelen heeft.

Windparken in de gebouwde omgeving kunnen overlast voor mensen veroorzaken. Natuurmonumenten wil ze niet in de natuur. Zonneparken zijn relatief duur en tasten het landschap aan, in waterkrachtcentrales komen vissen aan hun einde en voor geothermie gaan chemicaliën de bodem in. Biomassa dan? Gebruiken we die waardevolle grondstof hoogwaardig in de chemie of laagwaardig voor elektriciteit?

Uiteindelijk draait de energietransitie niet om technische oplossingen, niet om met veel pathos verwoorde ambities en zelfs niet om breed gedragen energieakkoorden. De transitie draait om politici die accepteren dat alles waar ze vóór zijn, ook een schaduwkant heeft. Om politici die vervolgens met die boodschap de kiezer tegemoet treden – onverschrokken en met rechte rug. Om politici die strijden voor het algemeen belang in plaats van voor dat van hun partij.

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.