Column

CCS-soap eindelijk ten einde

Vorige week gaven Uniper en Engie het al jaren mank lopende Rotterdamse CO2-opslagpaard dan eindelijk een genadeschot. Daarmee kwam een einde aan een soap van tien jaar met bedrijven die zeiden wat de politiek graag wilde horen, en de politiek die niet durfde te zeggen dat de harde afspraken die ze zeiden te hebben, in werkelijkheid boterzacht waren.

Een mooi stukje amateurtoneel speelde Pex Langenberg. De Rotterdamse wethouder noemde deze week het besluit van Uniper en Engie "onverwacht". Tja. Als de twee trekkers van het enig overgebleven Europese CCS-project na zeven jaar nog altijd geen definitieve investeringsbeslissing hebben genomen, is de kans dat het goed komt net zo groot als de kans dat de Zangeres Zonder Naam weer gaat optreden.

Dat zowel de gemeente als het Rijk inmiddels buitengewoon pissig is, bleek vooral uit de opmerkelijke reactie van minister Kamp. Die liet weten dat als de bedrijven zich terugtrekken "gekeken zal worden of juridische stappen gezet kunnen worden om eventueel te veel betaalde subsidie terug te vorderen". Hij zei nog net niet dat ze zijn portemonnee hadden gerold.

Feit is dat de energiebedrijven sinds 2007, toen de vergunningen voor hun nieuwe kolencentrales op de Maasvlakte werden verstrekt, jarenlang zeiden dat ze echt, heus, hélemaal voor CO2-afvang en -opslag gingen. Ze zouden gaan 'investeren', er was 'commitment', ze zagen CCS als hun 'maatschappelijke verantwoordelijkheid' en meer van dat soort mooie woorden.

Uniper en Engie zeiden dat allemaal omdat partijen in de Tweede Kamer en de Rotterdamse raad het dolgraag wilden horen. Vooral de PvdA. Nadat Balkenende II (CDA, VVD, D66) de markt om nieuwe kolencentrales had gevraagd, werden de vergunningen verstrekt onder Balkenende IV (CDA, PVDA, ChristenUnie). De PvdA wierp geen blokkade op, maar echt lekker zat het de partij niet.

Nog voordat duidelijk was dat de nieuwe elektriciteitscentrales kólencentrales zouden worden, had Balkenende II in 2006 al verklaard dat áls het kolencentrales zouden worden, CCS niet verplicht zou worden. Twee kabinetten later, in 2007, kwam in de vergunning alleen te staan dat ze capture ready moesten zijn, oftewel 'voorbereid' op CO2-afvang. Dat heeft weinig om het lijf, maar het klinkt goed.

Milieuminister Cramer (PVDA) was er in ieder geval “zeer content” mee, zei ze. En ze zei nog meer: "Kolencentrales zijn uiteindelijk alleen nog maar acceptabel door een combinatie van (…) de inzet van een substantieel deel biomassa, benutting van vrijkomende warmte en de toepassing van CCS." Ze zei het, ze meende het, maar het kabinet verbond er op dat moment geen enkele consequentie aan.

CCS werd niet verplicht. Dat kon ook niet. Cramer verwachtte dat het pas in 2017 "de stand der techniek" zou zijn. Daarmee was ze, achteraf, nog optimistisch, want CCS staat nog altijd in de peuterschoenen. In 2007 bedrijven verplichten om een niet-volwassen en dus dure techniek, toe te passen, zou betekend hebben dat de kolencentrales -die het kabinet zo graag wilde- er niet zouden zijn gekomen.

En dus begon een soap waar Joop van den Ende nog een puntje aan kan zuigen: wie de meeste moeite met kolencentrales had, riep het hardst dat het dankzij CCS allemaal wel goed zou komen. De inspanningsverplichting die Uniper en Engie aangingen werd als resultaatsverplichting verkocht. Dat het zelfs áls het door zou gaan, maar een proefproject van drie jaar was waarbij het slechts om zo’n 15% van de totale uitstoot ging, verdween ook al snel uit beeld.

Terwijl de energiebedrijven tot grote ergernis van Rotterdam hun definitieve groene CCS-licht jaar op jaar niet gaven, bleef de stad tegen de klippen op volhouden dat er harde afspraken waren. Er werden meermaals ultimatums gesteld. Als een muis die voor de eigen muizenfamilie tegen twee olifanten staat te brullen dreigde de gemeente zelfs dat de centrales niet open zouden mogen zonder CCS -alles voor de bühne.

Uniper en Engie trekken nu definitief de stekker uit het project omdat hun voortbestaan zeer onzeker is, zeggen ze. Dat klopt. Steenkool ligt in Nederland zwaar onder vuur. De stad wil de centrales liefst zo snel mogelijk sluiten en de toenmalig DG Energie van EZ zei bij de opening van de Uniper-kolencentrale in 2016 onomwonden dat er voor steenkool geen plaats is in het toekomstige energiesysteem.

In 2013 waarschuwde de gemeente Rotterdam dat als de twee bedrijven hun CCS-belofte niet zouden nakomen, hun reputatie ernstig beschadigd zou raken. Inmiddels valt er niet zo veel meer te beschadigen, zullen Uniper en Engie hebben geconcludeerd. Hun warmte mag niet op de aangekondigde warmterotonde in Zuid-Holland en ook tegen het bijstoken van biomassa is veel verzet, óók van de PVDA.

In zo’n situatie tientallen miljoenen stoppen in een techniek die nul komma niks onder de financiële streep oplevert, om partijen een plezier te doen die het liefst zien dat je morgen de deuren sluit, daar hebben de twee geen zin in. De grote vraag is alleen of ze er ooit wel écht zin in hebben gehad. Zeven jaar lang geen investeringsbeslissing nemen, lijkt te wijzen op 'nee'.

Aan de andere kant hebben de politieke CCS-fans de kolencentrales zó in de hoek gedreven dat die eigenlijk niets meer te verliezen hebben. En dus rest de politiek weinig anders dan hun eigen straatje nogmaals schoon te vegen en de schuld volledig bij Uniper en Engie te leggen. Nee, een heel verheffend schouwspel was het niet, deze soap.

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.