Column

Kost dat nou, die transitie?

In Den Haag wordt er fanatiek over gezwegen. En ook buiten de Tweede Kamer is het geen hot topic: de kosten van de energietransitie. Da’s opvallend, met ramingen richting de EUR 100 mrd in een land dat plannen maakt om 'ons ben zunig' in het volkslied te verwerken. Zwijgen zou op termijn weleens meer kapot kunnen maken dan ons lief zou moeten zijn.

Eigenlijk is er maar één partij die het mondje dicht over de kosten aan z’n laars lapt en dat is de PVV. Of de minister kan vertellen wat al die windmolengekte, klimaatpoppenkast en duurzaamheids-hocus-pocus de burger gaat kosten? Veel inhoudelijke antwoorden krijgt de partij niet. Om te beginnen omdat minister Kamp zelf ook niet precies weet hoe groot de cheque is die hij in 2013 heeft uitgeschreven. Maar al wist hij het wel, in de bedrágen is de PVV maar matig geïnteresseerd.

Met veel misbaar het klimaat- en energiebeleid onderuitschoffelen, dat is het doel. Op de bekende PVV-manier trekt de fractie met het bekende PVV-idioom fel van leer, waarna de minister en andere partijen een verbale sneer of stoot onder de gordel geven zónder op de inhoud in te gaan. Iedereen blij. Ook de PVV. Niet de antwoorden hebben effect, weet de partij, maar de vragen en de karrenvrachten pathos waarmee die worden gesteld.

Nu 'kosten' inmiddels een stevig PVV-issue zijn, is het voor andere partijen lastig om er óók naar te vragen, hoe zinnig dat ook kan zijn. Voor je het weet, word je bij de groep-Geert ingedeeld. Op social media zie je de snelkookpanversie: één vraag over of een maatregel nu wel zo kostenefficiënt is en je wordt subiet in het anti-transitie- en klimaatontkennerskamp gezet. Want wie de wereld wil redden, die praat niet over geld -dat is het sentiment.

De VVD, die op dit punt het minst ver van de PVV af staat, heeft de transitie inmiddels omarmd als verdienmodel. Als het Nederland lukt om voorop te lopen met alle innovaties die nodig zijn om de opwarming van de aarde te beteugelen, kan het weleens een heel goede investering zijn. Bovendien kun je verkiezingen op klimaat en energie nog niet winnen, maar wel verliezen. Dus go with the flow, is het liberale adagium.

Klimaat en energie zullen de komende jaren steeds meer een verkiezingsthema worden. Nederland verandert ingrijpend en de mens houdt niet van verandering. Alle vormen van energie hebben ook nadelen. De strijd tegen wind op land vindt inmiddels steeds meer weerklank. Bovendien zullen de kosten stijgen: de toeslag die huishoudens voor hernieuwbare energie betalen, stijgt volgens de Algemene Rekenkamer van zo’n EUR 40 nu naar zo’n EUR 250 in 2023. En dat is nog maar een deel.

Ook zal steeds duidelijker worden dat de bijdrage van Nederland aan de wereldwijde opwarming -toch de vlag waaronder de transitie tot nu toe vooral wordt verkocht- relatief gering is. Zelfs met alle toezeggingen in het kader van 'Parijs' halen we de 1,5°C tot 2°C niet. Oftewel, de PVV kan nog járen voort. En hoe harder 'de linkse grachtengordel-elite', zoals die in PVV-jargon heet, zich op dit punt van de partij afkeert, hoe meer kiezers ze zal weten te trekken. Snaren raken is immers hun corebusiness.

Iedereen die de transitie een warm hart toedraagt, doet er dan ook goed aan om het juist wél over de kosten te hebben. Kosten in relatie tot waarde, en dan vooral waarde dicht bij de eigen voordeur: niet meer met je neus in de uitlaatgassen, geld verdienen met energie-innovaties en onafhankelijk zijn van Poetin cum suis. Als de geschiedenis één ding leert, is het wel dat een potentieel heikel onderwerp nog nooit is verdwenen door er simpelweg over te zwijgen.

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.