Column

Tijd voor een Parlementaire Enquête naar besluitvorming uitrol slimme meter?

Naar aanleiding van een expertmeeting kopte Nieuwsbureau Energeia: "Business case slimme meter wankelt". Uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) blijkt dat de beoogde energiebesparing bij huishoudens uitblijft en derhalve de maatschappelijke business case achter de uitrol van de slimme meters op losse schroeven staat. De kosten van de uitrol becijferde onderzoeksbureau Kema op EUR 3 mrd tot EUR 3,5 mrd en de netto contante baten van de uitrol zou uitkomen op EUR 770 mln. Die baten zouden voor een belangrijk deel bestaan uit energiebesparingen. Omdat die besparingen uitblijven, schiet de samenleving er dus miljoenen euro’s bij in, aldus de rapportage van Energeia.

In het artikel wordt ingegaan op enkele oplossingsrichtingen om alsnog slimme meters te kunnen inzetten bij het realiseren van energiebesparingen. Verbazingwekkend daarbij is dat de meest voor de hand liggende maatregelen niet worden genoemd: verbied het domweg ophangen van nieuwe meters zonder marktpartijen en bewoners daarover afdoende te informeren. Wat is de zin van het publiceren van een plaatsingsplanning als die niet wordt nagekomen? Is het werkelijk te veel moeite om bewoners uit te leggen wat al die knopjes, knipperende lampjes en almaar verspringende cijfers en codes betekenen? Als de monteur zich er met een A4tje van af maakt, waarom dan niet meteen op een neutrale manier de bewoners informeren over aanvullende diensten die aan de slimme meter gekoppeld kunnen worden?

Helaas is de constatering dat de business case voor slimme meters wankelt niet slechts wijsheid achteraf. De Tweede Kamer heeft zich in de periode 2007-2010 in het ootje laten nemen en dat is een kwalijke zaak. De Europese Unie verplichtte1 tot uitrol omdat de gepresenteerde maatschappelijke kosten/baten-analyse positief was. Door een positieve maatschappelijke business case te presenteren is de kleinverbruikers EUR 3 mrd tot EUR 3,5 mrd ontfutseld waar slechts beperkte economische voordelen tegenover staan. In verschillende stappen is Nederland de grootschalige uitrol van slimme meters in gerommeld.

Reeds in 2007 werden tegen beter weten2 in, optimistische verwachtingen over te behalen energiebesparingen en mogelijkheden voor load management (tegenwoordig vraagsturing of demand respons geheten) gebaseerd op ervaringen in landen als Canada en Zweden, landen met lange donkere nachten waar bovendien elektriciteit veel werd gebruikt voor ruimteverwarming. Het Zweedse Agentschap voor Energie ging in haar argumentatie voor de brede uitrol van de slimme meter uit van een totale geschatte besparing van 2% tot 3%, maar dat wel bij een huishoudelijk verbruik dat ruim vijf maal hoger lag dan in Nederland. Uit de praktijkervaringen die in 2007 bekend waren, bleek wel dat de gebruiksvriendelijkheid van het display waarop direct het actuele verbruik, de kosten en historisch verbruik te zien zijn, een belangrijke rol speelde bij het behalen van besparingen. Dat maakt het des te opmerkelijker dat die kennis niet is benut. Sterker nog, de eerder genoemde maatschappelijke baten van EUR 770 mln zijn berekend in een situatie zonder displays.

Door op 3 september 2010 een geactualiseerde kosten/baten-analyse van de slimme meters naar de Staten-Generaal te sturen, maakte EZ de uitrol onontkoombaar. Die analyse was echter vergaand ondeugdelijk. Zo kende opsteller Kema bijvoorbeeld tal van voordelen aan slimme meters toe die ook zonder de uitrol gerealiseerd konden worden. Zo zouden slimme meters EUR 680 mln aan baten opleveren vanwege verbetering van de marktwerking, zoals meer leverancierswisselingen en, vreemd genoeg, omdat leveranciers slimme meters kunnen gebruiken voor klantbinding! Besparingen op callcenterkosten becijferde Kema op EUR 930 mln. De klapper zat echter in de energiebesparing: maar liefst EUR 1,5 mrd aan maatschappelijke baten, en dat zonder geld te besteden aan displays! Hoe Kema de besparing berekend had, leek er niet toe te doen. Dat er gebruik werd gemaakt van verbruikscijfers uit de tijd dat HR-ketels nog bijzonder waren, ledlampen onbekend en gloeilampen nog niet verboden, mocht de pret niet drukken.

De beslissing om slimme meters uit te rollen kan niet meer worden teruggedraaid. Onderzoek naar wie wanneer op welke wijze heeft bijgedragen aan het om de tuin leiden van de volksvertegenwoordiging maakt de geldverspilling niet ongedaan. Het besluitvormingsproces dat tot de grootschalige uitrol van slimme meters heeft geleid staat echter niet op zichzelf. Slechts anderhalf jaar na publicatie van de analyse die Nederland veroordeelde tot uitrol van de slimme meters, hergebruikten3 Kema en CE-Delft enkele van de reeds aan de slimme meters toegekende maatschappelijke baten om uitrol van slimme netten in een positief daglicht te stellen. Omdat verwacht kan worden dat meer van zulke gestapelde besluitvormingsprocessen zullen volgen, moet de Tweede Kamer kritisch blijven als het gaat over slimme netten en besluitvorming daarover goed tegen het licht houden.

Voetnoten

1) De Richtlijn 2006/32/EG betreffende energie-efficiëntie bij eindgebruik schrijft in artikel 13 voor dat eindverbruikers de beschikking moeten krijgen over individuele meters die het actuele energieverbruik van de eindafnemer nauwkeurig weergeven en informatie geven over de tijd waarin sprake was van daadwerkelijk verbruik. In hetzelfde artikel worden echter voorwaarden aan het voorschrift verbonden. Slimme meters hoeven namelijk alleen geplaatst te worden "voorzover dit technisch mogelijk en financieel redelijk is en voorzover dit in verhouding staat tot de potentiële energiebesparingen".

2) De ervaringen binnen Nederland waren in 2007 beperkt en weinig hoopgevend. Bij enkele proefprojecten claimden netbeheerders dat 18% van de verbruikers 10% of meer energie hadden bespaard. Over de hele groep is de te verwachten energiebesparing dan zo’n 2%. Dat is ongeveer 70 kWh/jaar. Van deze besparing gaat echter ruim een kwart weer verloren door de extra 20 kWh/jaar die de slimme meter zelf verbruikt. Als het schamele resultaat behaald in de specifieke studiegroep zou zijn gecorrigeerd voor het feit dat de early movers een veel groter enthousiasme voor besparing zullen tonen dan doorsnee verbruikers, evenals voor het feit dat hun gedrag tijdelijk in de gewenste richting wordt beïnvloed omdat er aandacht is voor hun verbruik, dan viel op basis van de ervaringen tot en met 2007 over de totale Nederlandse bevolking weinig tot geen besparing te verwachten.

3) Strikt economisch gezien was de redenering correct. De beslissing tot uitrol van slimme meters was namelijk zo goed als onomkeerbaar waardoor de investering als sunk costs beschouwd kunnen worden. Maatschappelijke baten die Kema ten onrechte aan slimme meters had toegekend, zoals load management dat met slimme meters zonder aanvullende investeringen helemaal niet gerealiseerd kan worden, kunnen dan sec worden toegerekend aan de investeringen die nodig zijn om de baten wel te kunnen realiseren. Echter, gewone mensen gebruiken voor die economisch zuivere redenering vaak de term: 'boerenbedrog'!

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.