Column

Met de energieagenda zijn we op de goede weg maar er moet wel worden doorgepakt

Volgens de energieagenda groeit wind op zee naar 10 GW in 2030, wind op land naar ongeveer 8 GW en zon naar ongeveer 10GW. Die bronnen produceren samen daarmee in 2030 ongeveer 70 TWh. Dat is meer dan de helft van de totale Nederlandse elektriciteitsvraag in 2030. Vanzelfsprekend een heel mooi resultaat. Alleen wordt in de agenda niets gezegd over concreet beleid voor de ontwikkeling van een moderne infrastructuur waarmee ook de elektrificatie van de energievraag kan worden gefaciliteerd. En dat is nodig voor de optimale benutting van de energie en om overschotten en tekorten die gaan optreden in 2030 op te vangen. Op het gebied van innovatie wordt gesproken over de rol van de topsectoren, maar er ontbreekt nog een programmatische aanpak voor fundamenteel onderzoek naar energie-alternatieven zoals power to chemicals en power to fuels. Daar moet op worden doorgepakt omdat het een essentiële schakel is in de energietransitie.

Volgens de Energieagenda zal in 2030, door elektrificatie van transport en warmte, de elektriciteitsvraag ondanks de energiebesparingen met ongeveer 20% zijn gestegen. Het grootste deel van die vraag zal dan met zon en windenergie worden voldaan. Onderstaande figuur maakt duidelijk dat op basis van het beleid van de energieagenda die vraag regelmatig voor meer dan 100% zal worden voldaan met wind en zon. Steeds vaker zal de productie van zon en wind in heel Noordwest Europa de elektriciteitsvraag gaan overtreffen.

Dat is een geweldige prestatie maar om de duurzaam opgewekte energie optimaal te gebruiken en om netproblemen te voorkomen is de grootschalige inzet van flexibiliteitbronnen noodzakelijk. Zonder deze inzet wordt de vraag grillig en regelmatig negatief. Deze effecten worden nog groter als er rekening wordt gehouden met productie door bijvoorbeeld warmtekrachtcentrales, al dan niet gevoed met biomassa. Door de inzet van flexibiliteit kunnen duurzaam opgewekte productie-overschotten worden geabsorbeerd en tekorten uit voorraad worden aangevuld waardoor de elektriciteitsvraag minder grillig wordt en er geen energie hoeft te worden verspild.

Nu wordt die grilligheid nog gemanaged met flexibele gascentrales, maar dat conventionele potentieel zal door de verslechterende bedrijfseconomische vooruitzichten sterk gaan afnemen. Het potentieel zal moeten worden vervangen door duurzamere mogelijkheden. De toepassing van vraagsturing met batterijen en warmtepompen is daarbij een goede optie zoals ook de rode lijn in de bovenstaande figuur aan de rechterkant laat zien. Maar die technieken functioneren slechts voor korte periodes. Na enkele uren moeten batterijen al weer worden opgeladen en/of is er voldoende warmte geproduceerd.

Er is ook een structurele optie nodig die bovendien kan worden gebruikt om de seizoenspatronen van elektriciteitsvraag en -aanbod op te vangen. Een structurele optie is de elektrificatie van industriële processen zoals power to chemicals, to fuels en to heat. De overschotten van duurzaam geproduceerde elektriciteit worden hierbij gebruikt voor de productie van duurzame brandstoffen zoals waterstofgas, mierenzuur of ammoniak of om er duurzame warmte en/of polymeren van te maken. Zo kunnen conventionele centrales met duurzame brandstoffen elektriciteit produceren op momenten van tekorten en kan de chemische industrie met de polymeren onder andere duurzamere plastics maken. Deze opslagcapaciteit is bovendien bijna altijd en ook voor een langere periodes beschikbaar.

Helaas ontbreekt het nog aan beleid in de Energieagenda waarin duidelijke stappen worden geformuleerd om op de elektrificatie van de Nederlandse energievoorziening in te spelen. De innovaties op dit gebied zullen voortkomen uit projecten met lange terugverdientijden en grote risico’s. Die innovaties zullen niet als vanzelf voortkomen uit de tientallen topsector pilotprojecten die de overheid van subsidie voorziet, aangezien deze projecten veelal zijn gericht op het realiseren van winstgevende businessmodellen rondom marktrijpe innovaties. De politiek moet dus doorpakken en beleid ontwikkelen ter ondersteuning van fundamenteel onderzoek en investeringsprogramma’s voor de ontwikkeling van bovenstaande opslagtechnieken. De toekomstige beschikbaarheid van deze technieken is een belangrijke voorwaarde is om de energietransitie te laten slagen.

Ook in de meeste partijprogramma’s is weinig te vinden over beleid en geld voor substantiële investeringen in de energietechnieken van de toekomst. Dat is jammer want daarmee laten ze niet alleen economische kansen liggen maar voorkomen ze ook dat het enorme productievermogen aan duurzame elektriciteit dat we straks ter beschikking hebben optimaal kan worden gebruikt. Met het beleid uit de energieagenda worden goede stappen gezet op weg naar een duurzame energievoorziening maar er moet wel worden doorgepakt om al die duurzaam opgewekte energie ook optimaal in de toekomst te kunnen benutten.

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.