Direct naar inhoud

Zie de industrie niet als vijand maar als partner

Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 12 februari 2020

De energietransitie is gepromoveerd tot de grote politieke uitdaging van dit moment. Aan de klimaattafels werd echter slechts schoorvoetend een enkel stoeltje vrijgemaakt voor de grote energiebedrijven. Dat alles onder het motto: de kalkoen dient geen zeggenschap te hebben over wat er met kerst op tafel verschijnt. In werkelijkheid is het echter niet de kalkoen maar de kok die men hiermee zijn plaats aan tafel ontzegt.

Jilles van den Beukel. (Foto: JVDB)

Ooit hadden deze bedrijven een grote invloed op de besluitvorming. Van het gebrek aan transparantie in het vroegere gasgebouw kan men van alles vinden. Maar als de komende energietransitie ook maar enigszins de snelheid en efficiency waarmee Nederland in de jaren 60 van de vorige eeuw aan het gas ging benadert, dan mogen we onze handen dichtknijpen.

De invloed van deze bedrijven mag dan zijn afgenomen; hun rol in onze energievoorziening is dat niet. Nog steeds zijn fossiele brandstoffen verantwoordelijk voor ruim 90% van de Nederlandse energievoorziening. Wel hebben zij er een rol bij gekregen: die van kop van jut.

Velen hebben er blijkbaar belang bij hen af te schilderen als gewetenloze, belasting ontduikende bedriegers die verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering maar het bestaan hiervan lange tijd ontkenden. In Nederland richten zij hun pijlen vooral op Shell.

In werkelijkheid blijkt Shell fatsoenlijk belasting te betalen. Het doet dat niet in belastingparadijzen maar in die landen waar de activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden; iets waar menig groot nieuw technologiebedrijf een voorbeeld aan kan nemen. Joint venture NAM was decennia lang verantwoordelijk voor het grootste deel van de Nederlandse gasbaten.

Het aanpakken van klimaatverandering is iets dat wij als samenleving gezamenlijk te lang hebben uitgesteld. Voor de politiek lag het dermate ver na de volgende verkiezingen dat men er de facto voor koos dit stilletjes te negeren. In gepubliceerde Shell-scenario’s werd lange tijd gesteld dat het niet de vraag is of, maar wanneer hieraan een einde zou komen. Een sector die verantwoordelijk is voor meer dan 90% van onze energievoorziening kan niet, zoals een start-up, vooruitlopen op de samenleving. Achterblijven is evenmin een optie.

Zoals gesteld werd in een recent uitgekomen rapport van het Internationaal Energie Agentschap (IEA), zouden deze bedrijven een belangrijke rol moeten spelen in de energietransitie. Zij beschikken over waardevolle kennis op het gebied van techniek en project management. Het debat over de energietransitie heeft hun input nodig.

De internationale olie- en gasbedrijven, of in ieder geval de Europese onder hen, hebben serieuze plannen voor hun eigen transitie. Daarbij valt op dat hun huidige investeringen in olie en gas, in tegenstelling tot wat velen denken, wel in lijn zijn met een IEA-scenario, het Sustainable Development Scenario, waarin de opwarming tot 2°C beperkt wordt. Het staat in schril contrast met onze steeds verder oplopende wereldwijde consumptie van olie en gas.

Met het demoniseren van de grote energiebedrijven en het ondermijnen van hun financiering schiet de energietransitie niets op. We laten hiermee het speelveld aan de NOC’s (de National Oil Companies). Hun productie is nu al beduidend groter dan die van de westerse olie- en gasbedrijven.

In tegenstelling tot deze westerse olie- en gasbedrijven maken de meeste NOC’s geen plannen om van olie en gas af te gaan. Landen als Rusland en Saoedi-Arabië zetten vol in op fossiel. Het is het enige verdienmodel dat zij hebben. Zij staan klaar om ons de fossiele brandstoffen te leveren die wij nog wel consumeren maar niet meer zelf willen produceren.

Dat zij dit veelal doen met relatief hoge additionele emissies, zoals methaanlekkages, heeft op onze nationale emissiedoeleinden geen invloed. En dat is pas wat echt telt in Nederland.