U heeft gezocht op: Alex Kaat

46 resultaten

Datum Relevantie

Simpele groene verhaal frustreert energietransitie

Het bagatelliseren van de noodzaak tot drastische klimaatmaatregelen en het presenteren van vrij simplistische alternatieven (gewoon kerncentrales bouwen) was altijd het domein van populistisch rechts. Niet nieuw, maar wel groeiend is het pleidooi van een deel van de linkse en groene beweging dat hier verdacht veel op begint te lijken. Deze erkent wel degelijk de ernst van het klimaatprobleem, maar komt met simpele oplossingen en blokkades tegen serieuze ingrepen. De vorige week gepresenteerde oproep van de ‘tipping point coalition’ is hierin een nieuw dieptepunt.

Woonlastenneutraliteit en keuzevrijheid maken de transitie duur

Wie kan er nu tegen zijn? De garantie van gelijkblijvende woonlasten voor huishoudens als hun woning in plaats van verwarmd op aardgas goed geïsoleerd en duurzaam verwarmd wordt, met tevens een garantie van keuzevrijheid over de keuze om wel of niet van aardgas af gaan. De Tweede Kamer dwong in meerderheid per motie deze twee principes af. De principes dreigen de warmtetransitie te verlammen en onnodig duur te maken. Een geheel andere benadering kan de oplossing zijn.

Groene stroom bestaat niet, maar straks wel

De treinen rijden erop, de meeste huishoudens gebruiken het: groene stroom. Zolang dit product bestaat is er al discussie over hoe groen het eigenlijk echt is. Met de groeiende noodzaak om duurzame elektrificatie van vooral de industrie te ontwikkelen en te ondersteunen is er steeds meer behoefte aan een betere certificering, als bewijs dat het echt gaat om duurzaam opgewekte stroom. Het is een kwestie van tijd tot deze certificering er komt, met grote consequenties voor wat nu nog ‘groene stroom’ heet.

En dan kiezen we voor kernenergie, wat dan?

Opeens was het er weer; kernenergie als het thema voor de verkiezingen op het gebied van duurzaamheid. De regeringspartijen VVD en CDA positioneerden het onderwerp met de suggestie dat er nu een keuze voorligt die eerder niet gemaakt kon worden. Een politieke meerderheid was al voor en dat blijft vast zo. De vraag is dus of de komende jaren de ontwikkeling van een centrale zal starten en wat dit op termijn betekent voor de energietransitie.

Kondig sluiting van de aardgascentrales aan

De elektriciteitsmix in Nederland verduurzaamt razendsnel, voor zon en wind op land zelfs zo snel dat de beleidsambities voor 2030 eerder een plafond dreigen te worden dan een doel. Toch blijven de aardgascentrales gewoon operationeel. Volgens sommigen ‘kunnen we niet zonder’, kijkend naar de wind- en zon-arme momenten. De technieken om die gaten emissievrij te dichten zijn echter voorhanden, maar leggen het qua prijs af tegen het regelbaar vermogen uit fossiele gascentrales. Deze centrales beginnen dus steeds meer een sta-in-de-weg te worden in de route naar een duurzaam energiesysteem.

De lastige keuzes in het klimaatbeleid zijn voor Rutte IV

Het kabinet Rutte III ging van start met een compliment aan zichzelf: “het groenste kabinet ooit”. Of deze superlatief terecht was mag ieder zelf bepalen. Er zijn mooie zaken gerealiseerd op het gebied van het verduurzamen van de Nederlandse energievoorziening. Maar het gestelde doel van -49% ten opzichte van 1990 en zeker de hogere Europese ambitie van -55% emissiereductie worden niet gehaald. De lastige dossiers zijn voor het volgende kabinet die extra complex zijn geworden door de piketpaaltjes die ook de coalitiepartijen zelf geslagen hebben.

SDE++: een oprechte appelbomen met perensap vergelijking

Deze week gaat de nieuwe SDE++-regeling open voor subsidieaanvragen. Velen kijken met interesse, vrees en hoop naar welke technieken in de prijzen gaan vallen en welke niet. Voor het eerst gaat de SDE-subsidie niet meer alleen naar het stimuleren van de opwek van hernieuwbare energie. Ook de conversie van elektriciteit naar bijvoorbeeld warmte of waterstof valt onder de regeling, zo ook de afvang en opslag van CO₂ uit fossiele energie.

Elektrificatie vraagt om een volledig vergroende elektriciteitsmix

Elektrificatie van de industrie, gebouwde omgeving en mobiliteit is synoniem geworden voor verduurzaming. De komende jaren wordt de elektriciteitsmix inderdaad in razend tempo vergroend met vooral productie uit zon en wind. Maar een fors deel van de vraag wordt het komende decennium nog altijd ingevuld met kolen- en gascentrales. Zolang dat de situatie is, is elektrificatie van bijvoorbeeld de industrie voor het klimaat weinig zinvol. Extra vraag leidt immers niet tot extra wind of zon maar tot extra draaiuren voor deze centrales.

Stel duurzaamheidseisen voor CCS-subsidies

Op 17 februari jongstleden presenteerde de minister voor EZK de nieuwe subsidieregeling SDE++. Vanaf eind september komt niet alleen hernieuwbare energie opwek in aanmerking voor subsidie, maar ook de afvang van CO2 bij het gebruik van fossiele energie. Alle technieken dingen in competitie mee voor de subsidie, op basis van kosten per ton vermeden CO2-emissie. Of de straks gesubsidieerde CO2-afvang werkelijk bijdraagt aan de bestrijding van klimaatverandering, is echter de vraag.

Lokale eisen aan hernieuwbare energie bedreigen de transitie

Hernieuwbare energie is uitgegroeid tot een serieuze energiebron, maar dit gaat ook gepaard met weerstand tegen bijvoorbeeld de plaatsing van windmolens en het gebruik van biomassa. Deze scepsis is vooral op provinciaal en gemeentelijk niveau vertaald in beleid. Voorbeelden zijn de afstandseisen die gemeenten en provincies stellen voor zon en wind op land en verwachtingen over omgevingsfondsen en participatie. Deze eisen en verwachtingen gelden enkel voor hernieuwbare energie en gaan verder dan het generieke beleid voor bijvoorbeeld geluid, landschap of planschade. De vraag is of ze te combineren zijn met het wensbeeld van de transitie: een land dat volledig op emissievrije energie draait.

Is er behoefte aan veel meer hernieuwbare elektriciteit?

Met het Klimaatakkoord is er niet alleen een ambitie voor de productie van elektriciteit uit zon en wind vastgesteld, maar de facto ook een plafond. Terwijl de nu razendsnel groeiende duurzame elektriciteitsproductie lijkt te worden begrensd, wordt in het debat over bijvoorbeeld groene waterstof gesteld dat er hiervoor de komende tien jaar juist onvoldoende duurzaam geproduceerde elektriciteit beschikbaar zal zijn. Dreigt er nu door subsidies te veel duurzame elektriciteit te komen of is juist een veel forser aanbod gewenst?

Breng de effectiviteit van de SDE+ niet in gevaar met nevendoelen

De SDE+-subsidieregeling en het kleine broertje ISDE, zijn er om de duurzame energietransitie te bevorderen. De politieke druk om deze regelingen ook te gebruiken om neveneffecten van de energietransitie te adresseren, is hoog. Het gaat hier om bescherming van natuur en landschap, luchtkwaliteit, deelname van burgers en het voorkomen van netcongestie. Het belang van deze zaken staat buiten kijf. Er is geen automatisme om ze ondergeschikt te maken aan klimaatbeleid. Het is echter wel de vraag of en in hoeverre de (I)SDE-regelgeving hiervoor het juiste instrumentarium is.

PBL toont dat de energietransitie nog moet beginnen

Afgelopen vrijdag na de presentatie van de Klimaat en Energie Verkenning door het Planbureau voor de Leefomgeving ging de aandacht vooral naar het net niet halen van de klimaat- en duurzame energiedoelen. Wat de studies echter impliciet ook toonden, is dat in de meeste sectoren fossiele energie blijft domineren, ook na uitvoering van de afspraken uit het Klimaatakkoord. Vooral eenmalig laaghangend fruit wordt nu geplukt: reductie van industriële methaan, fluor en lachgas-emissies en CO2-opslag (CCS). Enkel de elektriciteitssector maakt flinke stappen naar hernieuwbare energie. Voor de andere sectoren moet de energietransitie nog beginnen. Politieke moed is daarvoor vereist.