Column

Weg met die pseudo-consensus

Waren het tot nu toe vooral burgers en de PVV die op de anti-windturbine-barricaden stonden, afgelopen week zijn daar officieel de VVD-achterban en enkele bekende natuurorganisaties bij gekomen. De energietransitie is daarmee in een nieuwe fase beland. Eindelijk beginnen partijen kleur te bekennen.

Zelfs de initiatiefnemers, de twaalf provinciale VVD-besturen, hadden niet verwacht dat hun voorstel het zou halen. Toch gebeurde het. Zonder noemenswaardige slag of stoot keerde de VVD-achterban zich op 19 november tijdens het najaarscongres tegen méér windturbines op land. Die 6000 megawatt in 2020 is nu eenmaal afgesproken, maar daarna: basta.

Nu was de partij nooit echt een liefhebber. Twee verkiezingen geleden sprak Rutte nog smalend over die malle, subsidieslurpende molens. Maar onder aanvoering van VVD-prominenten Kamp en Nijpels werd het Energieakkoord, inclusief miljarden aan windenergieapparaten, voortvarend ter hand genomen. Iedereen, exclusief de PVV, leek het roerend eens.

Al snel begon de VVD-achterban te morren: te weinig aandacht voor innovatie, te veel overlast, te weinig CO2-zoden aan de dijk. Inmiddels is de weerzin zó groot dat de partij vorige week met één pennenstreek het liberale principe –de overheid bepaalt de doelen, de markt kiest de middelen om ze te halen– op energiegebied de nek heeft omgedraaid.

Verzet kwam er ook van een aantal grote, bekende natuurorganisaties. Onder meer Natuurmonumenten, de IJsselmeervereniging en de Waddenvereniging gaan naar de rechter om Windpark Friesland tegen te houden, zo bleek donderdag. De VVD heeft het over ‘genoeg is genoeg’, het credo van de natuurbeschermers is ‘de grens is bereikt’.

Terwijl Greenpeace juist campagne voert vóór meer turbines, keren hun groene wapenbroeders zich er steeds feller tégen. Officieel sluit Natuurmonumenten de molens niet uit, maar wie hun lijst met voorwaarden leest, vraagt zich af waar ze dan wél mogen. Ook ‘waardevolle landschappen’ blijken uit den boze, en wie durft te zeggen dat een landschap dat niet is?

Vooral hun argumentatie is een opsteker voor de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW). Hebben bewoners het vooral over overlast in de voor- en achtertuin, iets wat simpel is weg te zetten als subjectief, de natuurorganisaties spreken over aantasting van het landschap en ‘grote schade’ aan de natuur. Da’s toch heel andere koek.

Zo vanzelfsprekend als windenergie lang leek, is ze niet meer. En niet alleen op land. Als veroorzaker van ‘schade’ komt ook wind op zee, die tot nu toe ogenschijnlijk veilige vluchtheuvel in nimby-land, in gevaar. Natuurmonumenten is inmiddels ook tegen turbines op de Doggersbank. En laat dat nu nét de plek zijn waar er duizenden moeten komen.

Zonne-energie wordt het volgende strijdtoneel. Heel goed hoor, die zon, maar niet hier. Aantasting van het landschap. LTO Noord sprak zich begin dit jaar al uit tegen het gebruik van landbouwgrond voor zonneparken. Net als de ChristenUnie. En in Groningen strijden bewoners fanatiek tegen een park van 160 voetbalvelden – voor zonneparkbegrippen een kleintje.

Positief aan al dat verzet is dat steeds duidelijker wordt dat er van consensus over de transitie geen sprake is. Die was er ook nooit. Zolang niemand er daadwerkelijk last van had, was iedereen het ogenschijnlijk eens, ging iedereen zogenaamd voor dat ene, grote, gezamenlijke belang. Niet dus. Iedereen heeft ook gewoon z’n eigen belang.

Hoe meer de transitie op stoom komt, hoe meer partijen zullen opspelen. Daar is niets mis mee. Al dat verzet zorgt er namelijk voor dat we álle belangen gaan afwegen. Dat niet alleen de nadelen van fossiel op tafel liggen, maar óók die van de alternatieven. Dat we ook goed naar de kosten gaan kijken. Dat we kortom meer afgewogen keuzes maken. Hoe eerder we loskomen van de pseudo-consensus van de afgelopen jaren, hoe beter.

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.