Direct naar inhoud

Aanpassing groepsverbod voor netbeheerders in warmtebedrijven ligt op tafel — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 16 februari 2023

Aanpassing van het groepsverbod voor netbeheerders ligt op tafel, zei minister Jetten woensdagavond in een commissiedebat met de Tweede Kamer. Dat groepsverbod kan onder de nieuwe warmtewet netbeheerders belemmeren deel te nemen in warmtebedrijven. Een meerderheid van de Kamer lijkt de nieuwe warmtewet te steunen.

Het groepsverbod belemmert de deelname van netwerkbedrijven in een warmtebedrijf dat integraal verantwoordelijk is voor bron, transport en levering, en vergt dus een aanpassing van de lijst met toegestane nevenactiviteiten voor netwerkbedrijven, en waarschijnlijk ook het groepsverbod. Dat zei minister Rob Jetten (Klimaat en Energie, D66) in antwoord op vragen van CDA-Kamerlid Henri Bontenbal.

Het groepsverbod bepaalt dat een monopolistische en publieke netbeheerder niet in één bedrijvengroep mag zitten met een bedrijf dat zich bezighoudt met de productie en/of levering van elektriciteit en gas. Veel warmtebedrijven leveren niet alleen warmte, maar houden zich ook bezig met stroom en soms ook gas. De ‘splitsing’ tussen netwerkbedrijven enerzijds en productie- en leveringsbedrijven anderzijds was één van de zwaarst bevochten dossiers van de liberalisering van de energiemarkt. “Ik kan de heer Bontenbal geruststellen”, aldus Jetten. “Ik ga het groepsverbod niet opheffen, maar kijken wat er in het groepsverbod moet worden aangepast om netwerkbedrijven de publieke rol te laten spelen”.

De biomassa- en (voor een klein deel) kolengestookte Amercentrale levert nu nog warmte aan het warmtenet van Ennatuurlijk, maar zal daar na 2026 mee stoppen. Vanaf 2025 mag de centrale geen kolen meer verstoken. Vanaf 2027 stopt de subsidie voor biomassastook. Dat maakt de vooruitzichten voor de Amercentrale, en daarmee dus ook voor de warmtelevering vanuit de centrale, onzeker. (Foto: Eugene Winthagen/ANP)

De deelname van netwerkbedrijven in warmtebedrijven is een diepgevoelde wens bij gemeenten, de motor achter de keus voor publieke infrastructuur in de nieuwe warmtewet, formeel het wetsvoorstel voor de Wet collectieve Warmtevoorziening (WCW). Die keus voor publieke infrastructuur is niet onomstreden, private warmtebedrijven zijn hier mordicus tegen. Desondanks hakte Jetten eind vorig jaar de knoop door, en bepaalde dat na de komst van de nieuwe wet uiteindelijk elk warmtenet merendeels in publieke handen moet zijn.

Het groepsverbod belemmert netwerkbedrijven dus om die publieke rol op zich te nemen. Branchevereniging Netbeheer Nederland noemde aanpassing als randvoorwaarde voor netwerkbedrijven om warmtenetten te ontwikkelen en te beheren na ingang van de WCW.

Advies ACM

Jetten benadrukte dat er nog geen definitieve keus is gemaakt over het aanpassen van het groepsverbod. Hij stelde dat hij in lijn met adviezen van toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) kijkt welke “condities en randvoorwaarden” moeten gelden. De toezichthouder zag in eerdere adviezen veel haken en ogen voor deelname van netwerkbedrijven in integraal verantwoordelijke warmtebedrijven. Om dat mogelijk te maken zou het warmte-onderdeel op afstand van het moederbedrijf gezet moeten worden, met eigen financiële middelen en een eigen bestuur, zonder overlap met het moederbedrijf, schreef de ACM in de zomer van 2020. Ook zou het moederbedrijf geen enkele zeggenschap mogen hebben over de activiteiten van de dochter, met een paar uitzonderingen om de investering te beschermen.

Noodfonds Energie

Het Noodfonds Energie verwacht dat het deze winter de energierekening van 150.000 huishoudens vier maanden lang kan compenseren met gemiddeld €150 per maand. Dat staat in een brief van minister Carola Schouten (Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, ChristenUnie) aan de Tweede Kamer.

Kamerleden vroegen tijdens het debat met minister Rob Jetten (Klimaat en Energie, D66) of dat niet wat karig was voor gezinnen in energiearmoede. Jetten antwoordde dat het noodfonds het sluitstuk is van veel meer beleid om gezinnen in energiearmoede te helpen. Hij noemde zowel algemeen koopkrachtbeleid zoals hogere lonen en inzet op verduurzaming van woningen, als specifiek beleid om de energierekening te ontlasten, zoals het prijsplafond, de regeling voor blokaansluitingen en de energietoeslag.

De verwachte uitgaven van het fonds komen neer op een totaal van €90 mln aan uitkeringen, en €10 mln aan uitvoeringskosten, schrijft Schouten in de brief. De huidige omvang van het fonds bedraagt €49,5 mln, bijeengebracht door energieleveranciers en aangevuld door het rijk. Binnenkort komt het Noodfonds met meer informatie over de stand van het fonds zelf “met het oog op de eventuele werving van meer private middelen”. Het kabinet heeft laten weten de inleg van private partijen te willen verdubbelen tot een maximum van €50 mln.

Zorgen wegnemen

In de Tweede Kamer tekende zich een voorzichtige meerderheid af voor de nieuwe warmtewet. De coalitiepartijen D66, CDA en ChristenUnie hebben zich achter het voorstel geschaard. VVD-Kamerlid Silvio Erkens zei de keus voor de publieke route te begrijpen, maar had wel zorgen over de vertraging die optreedt door alle onduidelijkheid. Die onduidelijkheid is ontstaan nadat Jetten een radicaal andere koers heeft gekozen met de voorwaarde van publieke zeggenschap over de infrastructuur. Private warmtebedrijven maken zich daardoor zorgen over hun investeringen en hebben op de rem getrapt.

Jetten probeert aan die zorgen tegemoet te komen. Allereerst kondigde hij aan voor bestaande projecten een leidraad te hebben ontwikkeld samen met warmtebedrijven en gemeenten. Die leidraad moet alle partijen duidelijkheid bieden wat ze van elkaar kunnen verwachten in de overgangsfase tussen het oude (private en publieke netten) en nieuwe (publieke infra) regime. Die duidelijkheid moet er dan weer toe leiden dat partijen besluiten durven te nemen.

Ook liet hij weten dat er een onderzoek loopt naar hoe de restwaarde van de warmtenetten moet worden bepaald op het moment dat private bedrijven die moeten overdoen aan publieke partijen. De warmtebedrijven maken zich zorgen dat er door verschillende einddata een lappendeken aan publieke en private netjes ontstaat. Jetten zegde toe om de voor- en nadelen van één einddatum waarop alle netten in één keer van privaat naar publiek gaan te onderzoeken. Ook onderzoekt het kabinet om betere financiële steun aan gemeenten te bieden, zodat de publieke route ook daadwerkelijk van de grond kan komen, liet Jetten aan de bezorgde Kamerleden weten.

Tot slot waren er veel vragen over de positie van energiecoöperaties. In bijvoorbeeld Denemarken worden die gezien als publieke entiteiten. Kan dat ook in Nederland, vroeg GroenLinks-Kamerlid Suzanne Kröger zich af. Coöperaties zijn geen publieke lichamen, stelde Jetten, maar hij onderzoekt wel of er voor coöperaties uitzonderingen mogelijk zijn om hun rol in de warmtetransitie ook na invoering van de WCW voor kleinere en grotere netten mogelijk te maken.