Direct naar inhoud

Amsterdam wil rekening van afvalverwerker in de markt neerleggen — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Gepubliceerd op: 5 september 2019

Niet de gemeente Amsterdam, maar een marktpartij moet de miljoenen ophoesten om de afvalverwerker AEB weer op de rit te krijgen. In ruil krijgt dat bedrijf dan een aandeel in de noodlijdende vuilverbrander.

Volgens verschillende bronnen geniet dit scenario een sterke voorkeur in het Amsterdamse stadhuis. De hoofdstad ontloopt zo een gepeperde rekening van naar schatting €50 mln tot €100 mln en daarmee een gat in de begroting.

Dat bedrag is deels voor een flinke onderhoudsbeurt van de vier verbrandingsovens die sinds begin juli stilstaan. Maar de rekening loopt ook hard op doordat AEB nu met beperkte capaciteit draait. Het moet al de hele zomer een deel van het afval voor eigen rekening elders laten verwerken. Er was een noodkrediet van de banken en de gemeente nodig om niet om te vallen. Al die kosten wil de stad, de enige aandeelhouder van AEB, niet zelf dragen.

Volop interesse voor AEB

Dit neemt niet weg dat er voldoende interesse is voor AEB, bevestigen meerdere ingewijden aan het FD. Vertegenwoordigers van het Duitse afvalconcern Remondis zouden er ‘de deur platlopen’ en ook investeringsmaatschappij Waterland zit volgens verschillende bronnen op het vinkentouw.

Remondis is marktleider in Duitsland, actief in meer dan dertig landen, en maakt in Nederland een snelle groei door. In 2015 kocht het branchegenoot Dusseldorp in Lichtenvoorde en later ook schroothandelaar Van Dalen. In 2017 boekte de Nederlandse tak met 640 werknemers een omzet van €153,7 mln.

Publiek-private samenwerkingen vormen het handelsmerk van Remondis. Het neemt deel in 55 van dit soort samenwerkingen, onder meer in Duitsland en Polen. In Nederland is het samen met veertien Gelderse gemeenten aandeelhouder van afvalenergiecentrale ARN. Remondis bezit 39,96% van de aandelen. AEB is echter meer dan twee keer zo groot met de 1,4 miljoen ton afval die het per jaar verwerkt.

De Duitsers spraken eerder al de ambitie uit om het marktaandeel in Nederland te vergroten. Daarnaast hebben ze veel ervaring met duurzaamheid en recycling, waarmee ze hoge ogen gooien bij het groene stadsbestuur van Amsterdam. Remondis was niet bereikbaar voor commentaar.

Waterland, de andere gegadigde, heeft veel kennis van de Nederlandse afvalsector. De investeerder kocht in 2013 afvalbedrijf Attero, toen nog Essent Milieu, van een groep provincies. Dat bleek een gouden deal. De afvalmarkt ging door een dal toen Waterland instapte, dus het betaalde weinig. Vorig jaar verkocht het Attero met veel winst door aan een groep investeerders. Het hield ruim een €0,5 mld over aan de investering.

Terwijl Waterland in 2013 alle aandelen overkocht van Attero, zou het nu openstaan voor een deal waarbij Amsterdam met een belang aan boord blijft.

Veel haast en onzekerheid

Hoe hoog de rekening zal worden voor de nieuwe aandeelhouder is afwachten. Wel is duidelijk dat de omstandigheden voor een verkoop ongunstig zijn. Er is haast geboden, omdat AEB naar verluidt dagelijks een €0,5 mln verliest zolang de vier ovens stilstaan.

Bovendien is de afvalmarkt omgeven met onzekerheid, omdat het kabinet een heffing wil invoeren op de import van afval. Daarmee zouden de problemen met overcapaciteit kunnen terugkeren in de branche.

De afgelopen jaren zijn de ovens voor een deel opgevuld met afval uit het buitenland, met name uit het Verenigd Koninkrijk. Als dat niet rendabel naar Nederland gehaald kan worden, valt er jaarlijks 1,5 miljoen ton afval weg. Dat slaat een gat in de verdiencapaciteit van afvalbedrijven en zal zich vertalen in een lagere prijs die potentiële kopers willen betalen voor AEB.

AEB en de gemeente Amsterdam willen geen commentaar geven.