Direct naar inhoud

De lange droom van de tweede Zeeuwse kerncentrale — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 5 augustus 2020

Al twintig jaar is Energeia dé dagelijkse bron van energienieuws. Sinds 2000 verschijnt elke werkdag onze nieuwsbrief met daarin de belangrijkste ontwikkelingen in de sector. Deze zomer blikken we terug op enkele dossiers uit twee decennia berichtgeving. Wat speelde er de afgelopen jaren in energieland? En zijn er lessen te trekken uit het verleden? Deze woensdag: de tweede Zeeuwse kerncentrale.

“Wat ik altijd opvallend heb gevonden: de generatie die na Tsjernobyl is opgegroeid, is nooit zo fel tegen kernenergie geweest als generaties daarvoor”, zegt Peter Boerma, die zich als directeur van het Zeeuwse energiebedrijf Delta aan het begin van deze eeuw lang heeft ingezet voor een tweede kerncentrale in Zeeland. “Tot die tijd waren de Koude Oorlog en de rol van kernwapens daarin natuurlijk belangrijk in de beeldvorming over kernenergie. Nu niet meer”, constateert hij tijdens een telefonische terugblik op de afgelopen twintig jaar vanuit zijn woning in het Zeeuwse dorp Nisse, onder de rook van kerncentrale Borssele. “De interesse in kernenergie zuiver als energiebron neemt nu toe.”

“In Zeeland praten we makkelijker over een nieuwe kerncentrale dan over een nieuwe windmolen”

De heersende opinie over kernenergie wisselt met de jaren, zo heeft Boerma aan den lijve ondervonden. Hij was directeur van Delta van 2006 tot 2011, een periode waarin het licht op groen leek te staan voor meer kernenergie. Delta, het huidige PZEM, is met 70% meerderheidsaandeelhouder in de kerncentrale Borssele, die wordt geëxploiteerd door EPZ. De overige 30% is nu, door de overname van Essent, in handen van het Duitse concern RWE, dat ook in eigen land nog een viertal kerncentrales bezit.

Sluiting voorkomen via Raad van State

Ruim voor het aantreden van Boerma, in de jaren negentig, leek het einde van kernenergie nabij. Het eerste kabinet Kok besloot in 1994 dat Borssele op 31 december 2003 moest sluiten. In 2000, het beginjaar van Energeia, vernietigde de Raad van State dit besluit echter in een zaak die aanhangig was gemaakt door een coalitie van werknemers van de centrale zelf (Stichting Borssele 2004) en specialisten uit praktijk en wetenschap: het Koninklijk Instituut van Ingenieurs en de Netherlands Nuclear Society. Voorstanders van kernenergie kregen vervolgens de wind mee. In 2003 besloot het kabinet Balkenende om de centrale in Borssele open te houden tot 2013, en in 2006 werd dat nog eens verlengd tot 2033.

Peter Boerma (Foto: Peter Boerma)

Datzelfde jaar, 2006, trad Boerma dus aan bij Delta. Hij zette zich onmiddellijk in voor de bouw van een tweede centrale in Borssele. “In Zeeland praten we makkelijker over een nieuwe kerncentrale dan over een nieuwe windmolen”, zei Boerma destijds. Twee jaar later gingen zijn gedachten weer een stuk verder en zei hij tegen Het Financieel Dagblad dat Delta overwoog twee tot vier kerncentrales erbij te bouwen. Weer twee jaar later, in 2010, startte Delta het overleg met het Franse staatsbedrijf Electricité de France (EDF) voor de werkelijke ontwikkeling van een nieuwe kerncentrale in Borssele.

Toen kwam in maart 2011 de ramp in Fukushima, Japan. De zware aardbeving veroorzaakte op zich nog geen schade aan de reactoren die zichzelf naar behoren uitschakelden. Maar vervolgens overspoelde een massieve vloedgolf het terrein en daartegen waren de dieselgeneratoren, die nu de koeling van de reactoren verzorgden, niet bestand. De koeling viel uit, reactorvaten raakten oververhit en radioactief materiaal verspreidde zich over de omgeving. De wijde omtrek werd ontruimd en tot no-go-area uitgeroepen. “De mensen van EDF waarmee ik in gesprek was, zeiden na Fukushima: ‘Bedankt voor het gesprek maar we moeten nu kijken wat we met onze 58 kerncentrales in Frankrijk gaan doen.’ Ze vertrokken”, zegt Boerma nu.

Voor Delta kwam zo het plan om in Borssele een tweede centrale te bouwen abrupt ten einde. “Dat deze tweede kerncentrale niet doorging was ook de directe aanleiding voor mijn vertrek”, zegt Boerma, gezien zijn vereenzelviging met dit plan.

“Het is natuurlijk verschrikkelijk wat daar gebeurd is, maar we hebben er veel van geleerd en over de hele wereld is de veiligheid van kerncentrales verbeterd.” Wat vooral veranderde, zegt Boerma, is het perspectief op kernenergie. Technici mogen nuttige lessen hebben geleerd, de perspectiefverandering zorgde voor een radicaal besluit als de versnelling van de Atomausstieg in Duitsland.

Debat kernenergie gaat in golven

De kijk op kernenergie gaat in golven, merkt Boerma. Nu, bijna tien jaar na Fukushima, is het onderwerp weer bespreekbaar. Maar er zit een groot gat tussen ‘bespreekbaar’ en het opstellen van een realistisch plan.

Eric Wiebes, de VVD-minister van Economische Zaken en Klimaat, is als Delfts ingenieur een liefhebber van technische oplossingen. Zo zei hij in maart van dit jaar in de Tweede Kamer op de vraag waarom de regering niet inzette op kernenergie, dat “als het puur aan mij lag, ik dan kerncentrales aan het bouwen was, maar daar ga ik niet over”. Bouwen is aan energiebedrijven en “het loket is open”. Elke geïnteresseerde partij kan een vergunning aanvragen.

Helaas zijn er geen geïnteresseerde partijen, bleek uit een rondgang van Energeia in 2018 bij de grote energieproducenten in Nederland, nadat VVD-voorman Klaas Dijkhoff zich voor kernenergie had uitgesproken. Belangrijke oorzaak van deze desinteresse -ook bij de mede-eigenaar van Borssele, RWE- is de ervaring met de drie kolencentrales die begin deze eeuw na overleg met de overheid werden gebouwd, maar wegens een veranderend politiek klimaat vervroegd weer dicht kunnen. De recente ommezwaai in het denken over biomassa is slechts een bevestiging van deze volatiliteit van het beleid.

De markt zal geen nieuwe kerncentrale bouwen

“Via marktwerking gaat dit niet gebeuren”, zegt Boerma over een mogelijke nieuwe centrale. De markt is voor Boerma echter niet heilig bij het oplossen van de problemen van deze tijd. “Het besef dat het klimaat verandert is nu veel meer doorgedrongen dan in voorgaande jaren en daarom moeten we onze energie anders opwekken dan vroeger. Maar wat daar dan de consequenties van zijn, dat besef is nog niet ingedaald.”

“In een vrije markt telt iedereen z’n eigen knopen”

“De groei van wind- en zonne-energie is door de overheid gestuurd. Maar er moet ook een CO₂-vrije basislast zijn die anders werkt dan zon en wind. Gascentrales met CCS zijn een mogelijkheid, maar zou dat niet duurder zijn dan een kerncentrale? De overheid moet een rol in spelen in het garanderen van leveringszekerheid en betaalbaarheid, en zich afvragen: hoe krijgen we dit voor elkaar? De elektriciteitsvoorziening is belangrijker voor de samenleving dan de KLM, waar de overheid nu ook iets mee doet.”

“In een vrije markt telt iedereen z’n eigen knopen en kijkt niet meer naar de lange termijn. Als ik her en der vraag wie nu eigenlijk wel die lange termijn, die leveringszekerheid in de gaten houdt, dan vind ik het lastig om daar een antwoord op te krijgen in Nederland. Ik krijg ook geen antwoord als ik vraag: waar staan we over twintig jaar? Dat is natuurlijk het gevolg van marktwerking.”

Den Haag worstelt met vrije markt

Den Haag worstelt daar nu mee, worstelt met de juiste manier om dat aan te pakken, ziet Boerma. “Als je kijkt naar een goed opgebouwde energievoorziening, dan heeft de staat daar toch een sturende en stuwende rol in. Alleen de staat kan twintig jaar vooruit kijken. Ook Tennet kijkt naar de staat als het gaat om de invoeding in het net. Maar deze staat heeft met de liberalisering van de energiemarkt in 2001 allerlei handvatten om de energie-opwek te sturen losgelaten.”

Boerma wil daarmee niet betogen dat het land terug moet naar de tijd dat de N.V. Samenwerkende Elektriciteits-Productiebedrijven (SEP) jaarlijks vastlegde welke centrales er nodig waren in het land. “Maar er is wel weer een kentering terug naar meer sturing in de hele samenleving, ook in bijvoorbeeld de zorg, en dat is denk ik ook logisch. Ook in de energiemarkt kunnen we toe met minder markt en meer sturing.”

Voor het garanderen van leveringszekerheid en betaalbaarheid op de lange termijn moet volgens Boerma ook ruimte worden gemaakt voor kernenergie. Hij laat zich niet uit het veld slaan door een verwijzing naar de enorm oplopende kosten en eindeloos uitgestelde opleverdata van de drie nieuwe projecten die momenteel lopen: Olkiluoto 3 (Finland), Flamanville 3 (Frankrijk) en Hinkley Point C in Groot Brittannië.

“Het gaat om een nieuwe generatie centrales en dan zijn de kosten vanzelfsprekend hoog. Enkele jaren terug staken we nog miljarden subsidie in wind op zee, nu is het subsidieloos, behalve de netverbinding dan. Daarnaast kwamen er tijdens het bouwproces aanvullende eisen, en dat leidt altijd tot extra kosten. Het idee is en blijft, ook bij kerncentrales: hoe meer je bouwt hoe goedkoper ze worden.”

De kern is, als het gaat om kernenergie: “Er wordt nergens ter wereld een kerncentrale gebouwd zonder overheidssteun.” Maar om de bevolking mee te krijgen in dit idee, stelt Boerma, moet de overheid zich ook uitspreken, het gesprek aangaan, de kwesties rond de veiligheid blijven uitleggen en zich actiever gaan opstellen voor de bouw van één of meerdere kerncentrales om een CO₂-vrije, betrouwbare en betaalbare energie voorziening te realiseren voor 2050.

Zou er ooit een tweede kerncentrale verrijzen naast de bestaande in Borssele? (Foto: EPZ)