Direct naar inhoud

De markt moet in 2015 heel goed op de Opec letten — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 23 december 2014
De inhoud van dit artikel is gemigreerd. Lijkt er iets mis te gaan, of onderdelen te missen? Neem dan contact met ons op.

Voor de buitenwereld lijkt het misschien zo, maar de Opec is allerminst zijn grip op de oliemarkt kwijt. Door niet in te grijpen in de lage olieprijs, opent de Opec juist de aanval op concurrerende olieproducenten, de VS voorop, betoogt TNO-energie-analist Cyril Widdershoven. Opec’s beleid staat niet op een bierviltje, maar is uitgedachte strategie.

RTR4FSRS.jpg
De Saoedische olieminister Ali al-Naimi tijdens een bijeenkomst van de Opec | Reuters

Dat de Opec allerminst ‘amused’ is met het lage olieprijspeil, werd afgelopen weekend duidelijk op een energieconferentie in Abu Dhabi. Daar haalde de Saoedische olieminister Ali al-Naimi uit naar olieproducerende landen buiten het kartel, die door hun productie medeverantwoordelijk zijn voor de daling van de olieprijs met bijna 50% sinds juni dit jaar. Tegelijkertijd toonde hij zich vastberaden: de Opec verlaagt het productiepeil niet om de prijs te ondersteunen. 

Al-Naimi’s woorden maken duidelijk dat de Opec in het partijtje armpje drukken met de Verenigde Staten niet opgeeft. Ondertussen rollen analisten over elkaar heen om maar duiding te kunnen geven aan de mogelijke richting van de markt en de prijsontwikkelingen. De laatste weken hebben het Internationaal Energie Agentschap (IEA) in Parijs en het oliekartel Opec zelf nog eens olie op het vuur gegooid door diffuse rapportages over de markt te publiceren. De markt reageerde zoals verwacht weer negatief, de olieprijs daalde nog eens tot een na 2009 ongekend niveau van US$61,85 per vat Brent.

Onterechte onrust

Toch is de huidige onrust op de oliemarkt onterecht te noemen. Er bestaat geen enkele reden om een olieprijsverlaging van meer dan 40% te rechtvaardigen. De fundamenten zijn nog steeds positief, de vraag naar olie blijft stijgen, terwijl het aanbod niet substantieel is verhoogd indien je rekening houdt met de normale cyclus. De vraag naar olie neemt nog steeds toe, volgens het  IEA met 900.000 vaten per dag, terwijl Opec rond de  930.000 vaten verwacht. Het kartel verwacht voor 2015 een groei van 1,12 miljoen vaten per dag.  De groei in 2015 is bijna evenveel als de totale productie van Shell per jaar!

Sell-off

Een van de meest onderbelichte redenen voor de huidige prijsverlaging is het feit dat zich op de oliefuturesmarkt al maanden een duidelijke ‘sell-off’ manifesteert. Winstnemingen van speculanten, in combinatie met de politieke beslissing van diverse grote olie-importeurs, zoals de VS, China en India, om hun strategische olievoorraden (SPRs) in te zetten, hebben volgens sommige analisten, waaronder mezelf, de eerste aanzet gegeven tot de prijsverlaging. De laatste maanden zijn deze regeringen vooral bezig om hun dure olievoorraden (VS meer dan 700 miljoen vaten olie) in de markt te zetten om de oplopende kosten voor het opslaan van dure olie van te verlagen. Door additionele olie in de markt te zetten, druk je de prijs waardoor je je voorraden de komende maanden weer kunt vergroten tegen een substantieel lagere prijs. 

De enige partij die hier structureel aandacht aan heeft gegeven is de Opec zelf. In haar laatste oliemarktrapport (10 december) staat een duidelijke analyse van deze ontwikkeling. Het IEA echter heeft hier geen aandacht aan geschonken, en wijdt zich vooral aan de normale marktfundamentenanalyse. Dit hiaat in de analyse van de IEA en de meeste andere analisten is dan ook wel vreemd te noemen. 

Machtsverhoudingen

Opec en de IEA verwachten echter wel dat er een duidelijke verandering zal gaan plaatsvinden de komende jaren in de machtsverhoudingen tussen olieproducerende landen (en hun nationale olies) en de internationale oliemaatschappijen en dienstverleners.  De aanval van Opec, om via prijsverlagingen, nieuwe olieproducerende regio’s (VS, Brazilië, Noordpool) uit de markt te drukken is overduidelijk ingezet.  De Arabische staten hebben duidelijk aangegeven dat ze bereid zijn om de pijn van een lage olieprijs te dragen om zo een nieuwe oliemarkt te genereren.  In tegenstelling tot veel analyses die allen aangeven dat veel Opec-landen hun begroting niet meer kunnen rondkrijgen bij de huidige prijzen, blijkt de realiteit anders.  De laatste dagen duiken al veel berichten op waarin de diverse olieproducerende landen hun overheidsbegrotingen hebben aangepast aan de verwachte lagere olieprijs.  Buiten Iran, Venezuela en mogelijkerwijs Irak, zullen de andere Opec-leden geen pijn lijden. De bankrekeningen van de meeste producenten lopen nog over, geld is er voldoende om een langere tijd van lagere olieprijzen te doorstaan.

Shake-out

De Westerse en Aziatische producenten (Shell, Exxon, CNOOC, BP) en olieservicebedrijven lopen echter tegen steeds grotere moeilijkheden aan. Halliburton en SBM Offshore hebben grootschalige personeelsreducties aangekondigd. Veel anderen zullen nog volgen, een zogenaamde ‘shake-out’ aan het einde van dit jaar zal zeker plaatsvinden. Lagere olieprijzen zullen resulteren in een duidelijke verlaging van de totale investeringsmogelijkheden en bereidheid om risico’s te nemen.  De aangekondigde ontslaggolf is hiervan maar een onderdeel. Zoals de IEA al aangaf in haar World Energy Investment Outlook 2014 is er meer dan US48 triljoen (48.000.000 miljoen) aan investeringen nodig om de wereld van energie te voorzien tot 2035. Hiervan is rond US$23 triljoen nodig voor olie en gas gerelateerde projecten.  Deze nieuwe investeringen zullen vooral moeten worden gedragen door de olie- en gasproducerende landen, een hogere olie- en gasprijs is dan ook noodzakelijk.  De internationale olie- en gasbedrijven kunnen deze gigantische uitdaging echter niet meer aan, zeker niet indien prijzen laag blijven.

De huidige ‘shake-out’ zal echter tot een omkering kunnen leiden. Lagere investeringen op de korte termijn in olie- en gasproductie zullen direct een hogere olieprijs gaan veroorzaken omdat het aanbod achter blijft bij de vraag.  Tevens is een effect van lagere olieprijzen dat de economische groei zal aantrekken en dus de vraag naar olie zal groeien – structureel meer dan nu wordt aangenomen.  Een ander effect is dat, in tegenstelling tot wat nu wordt verwacht, nationale oliemaatschappijen nog meer de macht kunnen grijpen op de toekomstige oliemarkt.

Olieprijs stabiliseert

Opec verwacht dan ook binnen afzienbare tijd een olieprijsverhoging, zeker indien de markt zich realiseert dat alle prijsseinen weer op groen staan.  De eerste tekenen hiervoor zijn al duidelijk. De prijs is aan het stabiliseren, met nog steeds een potentieel voor een kortstondige daling. Opec heeft al aangegeven niet in te grijpen tot een prijsniveau van US$40 per vat. Dit zet direct een bodem onder de markt.  Veel Westerse olies zullen niet overleven in deze markt, dus er zal zeker productie worden stilgelegd in de VS, de Noordzee en de diverse ‘deep water’-projecten.

Amerikaanse schalieolie

Rond het midden van 2015 kan dan ook een prijsstijging zich aandienen. Bronnen binnen Saudi Aramco, ADNOC en KOC, geven aan dat er dan een structurele opwaartse trend wordt verwacht.  Deze zal zich gaan versterken indien de ‘positieve gevoelens’ over de Amerikaanse schalieolie-hausse zullen verminderen.  Amerikaanse schalieolie (en gas) zullen geen structurele invloed blijven houden op de markt, en de verwachting is dat rond 2020 Washington weer de internationale markt op moet om olie te kopen. Opec-secretaris-generaal Abdullah Al Badri  verwacht ook dat de olieprijs op korte termijn weer zal aantrekken.

Bierviltje

De beslissing om de confrontatie aan te gaan met nieuwe producenten is niet op de achterkant van een bierviltje uitgewerkt door Opec, hier zit doordacht beleid achter. De invloed van nieuwe producenten werd te groot, de nationale olies, in samenwerking met hun overheden, hebben daarom besloten om de markt te herstructureren. Zonder dat het zwart op wit is neergeschreven maken politiek-economische strategieën van Arabische regeringen op dit moment de dienst uit. Ik denk dat de droom over een lage olieprijs voor een langere periode nu al over is. De komende maanden zal er een stijgende lijn in de olieprijs zitten. Wanneer het weer een stabiele markt wordt zoals in de periode 2009-2014 is echter onduidelijk. Voor speculanten, hedgefondsen en aandeelhouders is dat een interessante situatie.  Indien men risico’s wil nemen, kunnen er weer winsten worden gemaakt. Met een opwaarts potentieel de komende maanden lijkt het me goed om Opec in de gaten te houden, niet de analyses van andere financieel analisten.

Cyril Widdershoven is energieadviseur (olie en gas) bij TNO