Direct naar inhoud

‘De middelen an sich zijn niet het grootste probleem voor de warmtetransitie’ — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 12 juni 2023

Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie moet gemeenten helpen om hun beoogde regierol in de warmtetransitie te pakken, zegt directeur Maureen van Eijk. “De stap van de Transitievisie Warmte naar de wijkuitvoeringsplannen is best groot.”

Maureen van Eijk. (Foto: NPLW)

“De warmtetransitie is core business geworden voor gemeenten. Neem de onderhoudsplannen voor de infra, die worden jaren van tevoren vastgesteld. Het ordenend principe is in sommige gemeenten dat de openbare ruimte niet vaker dan één keer in de acht jaar open mag. De warmtetransitie gooit dat allemaal op z’n kop. Hoe gaan we dat organiseren met elkaar?”

Aan het woord is Maureen van Eijk. Zij is sinds het begin van dit jaar programmadirecteur van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). Dat interbestuurlijke programma van het ministerie van Binnenlandse Zaken, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen, Netbeheer Nederland en corporatiekoepel Aedes is de opvolger van het Programma Aardgasvrije Wijken en het Expertise Centrum Warmte. De kennis en ervaring die in die programma’s is opgedaan moet nu verspreid worden onder alle gemeenten in Nederland, zodat die aan de slag kunnen met de warmtetransitie richting het uiteindelijke doel van een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050.

Doel van het NPLW

Van Eijk: “Het NPLW gaat dit voorjaar bij alle gemeenten langs om te zien waar ze staan, wat hun plannen zijn en waar ze ondersteuning in nodig hebben. We willen ze vooral helpen om de regierol te pakken om zo de warmtetransitie voor elkaar te krijgen. We richten ons in eerste instantie op de opgave voor 2030.” Gemeenten hebben Transitievisies Warmte opgesteld waarin staat welke wijk wanneer en op welke manier van het aardgas af gaat. Nu moeten die visies worden omgezet in wijkuitvoeringsplannen. Dat gaat niet altijd soepel. Van Eijk: “De stap tussen de Transitievisie Warmte en de wijkuitvoeringsplannen is best groot.”

Ondertussen dendert de trein voort. Er zijn programma’s voor isolatie en verduurzaming van de gebouwde omgeving, er zijn nieuwe wetten op komst zoals de warmtewet (Wet collectieve warmtevoorziening of WCW) en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (WGIW), die een aanwijsbevoegdheid voor beëindiging van de gaslevering mogelijk maakt. Er is een veelheid aan dossiers, ondersteuning, subsidies, advies, burgerparticipatie. Juist in die overvloed moet het NPLW verlichting brengen, zegt Van Eijk: “Wij hebben een één-loketfunctie. Een gemeente heeft een vraag, dan verbinden wij je met de partij die antwoord kan geven. Het is een netwerk- en kennisorganisatie om vraag en aanbod aan elkaar te verbinden. We hebben ook een signaleringsrol: zijn de randvoorwaarden middelen, beleid en regelgeving goed op orde, voldoet het aanbod aan ondersteuning, waar lopen gemeenten tegenaan? Dat zien wij en agenderen wij bij de juiste partners, zodat zij kunnen handelen en de volgende stap soepeler en beter gaat.”

Het NPLW is nadrukkelijk niet politiek, zegt Van Eijk, wanneer haar wordt gevraagd naar haar mening over de nieuwe warmtewet. “Wij hebben geen visie. Wij vertegenwoordigen geen belangen. Wij zitten tussen beleid en uitvoering in, we kijken: wat gaat de opgave helpen en hoe kunnen we gemeenten helpen hun regierol te pakken zodat er opschaling en versnelling komt in de warmtetransitie?”

Wat houdt Nederland nog tegen om het te gaan doen, om de voornemens en plannen daadwerkelijk uit te voeren?

“Dat is een mooie vraag. Wat houdt gemeenten tegen om de warmtetransitie van de kant te krijgen? Er zijn legio redenen. Voor sommige gemeenten geldt dat de onzekerheid rondom de WCW hen tegenhoudt. Andere gemeenten merken dat een warmtenet hen handenvol tijd kost, en vinden de materie superingewikkeld, waardoor ze een pas op de plaats maken. Dan zijn er de randvoorwaarden, dat het personeel en het materieel er wel moeten zijn. Ook de houding van de gemeenteraad speelt een grote rol. Als de raad duurzaamheid superbelangrijk vindt en een goede verstandhouding heeft met het college van B&W, dan kun je snel aan de slag. Is de verhouding moeizamer, dan moet de wethouder stevig in zijn schoenen staan.”

“Eén van de problemen waar wij hard tegenaan lopen, is dat het bestand van ambtenaren gigantisch in beweging is. Van de namen die wij bij aanvang hadden gekregen als contactpersonen is een derde alweer elders aan de slag. Trajecten voor warmtenetten zijn onzeker en het is moeilijk om de budgetten binnen de klauwen te houden. Gemeenten zijn risicomijdend. Als het bestuur of het management terugschrikt voor complexiteit van de projecten, de risico’s en de budgetten die gemoeid zijn met de warmtetransitie, dan gaan de bevlogen ambtenaren in de uitvoering om zich heen kijken, op zoek naar een gemeente die meer durf heeft om de nek uit te steken.”

U noemt geld niet als reden dat de warmtetransitie niet op gang komt. Is er inmiddels voldoende geld?

“De hoeveelheid middelen is verbeterd en aanzienlijk verruimd. Inmiddels is er ook draagvlak onder de bevolking voor isolatie en verduurzaming, er is een enorm momentum. De middelen an sich zijn niet het grootste probleem om van de kant af te komen, maar niet alle financiële risico’s in de projecten zijn afgedekt. Dat vergt ook wel wat van het politieke systeem. Je kunt als gemeente zeggen: we gaan het risico aan, we werken adaptatief, we passen de plannen iedere keer aan op basis van de stand van zaken. Daar heb je wel bewoners en een gemeenteraad voor nodig die je ondersteunt, en die niet bij iedere afwijking de wethouder daarop afrekent.”

“Dat geldt ook voor andere partijen in de keten, de warmtebedrijven, de woningcorporaties. We moeten het met elkaar doen. Daar zit wederzijdse samenwerking in en een gunfactor. Je moet dezelfde taal spreken en transparant zijn. Dat heb ik in Amsterdam gezien, daar hebben we twee aardgasvrije wijken van de kant af gekregen. De gemeente stelde geld beschikbaar voor de onrendabele top en er was volledige transparantie. Dat was best spannend. Je hebt elkaar heel hard nodig.”

“Zo’n proces kan niet op elke individuele gemeente worden gelegd. Er zijn vast grote en vooruitstrevende gemeenten die dat kunnen, maar er zijn ook gemeenten die denken ‘we wachten nog wel even af’. De vraag is ook: hebben alle gemeente wel voldoende capaciteit om zo’n project aan te kunnen? Neem bijvoorbeeld plattelandsgemeenten met meerdere dorpskernen, waar dan één of twee ambtenaren het traject trekken. Dat kunnen heel deskundige mensen zijn, maar als iemand ziek wordt, of een ander project krijgt voorrang, dan ligt het toch weer stil. Regionale samenwerking is belangrijk om kleinere gemeenten te helpen. Er is ontiegelijk veel aanbod, maar het is nog best ingewikkeld om dat aanbod op de juiste plaats te krijgen. Juist daar kunnen wij als NPLW helpen met onze functie als één loket voor kennis en ondersteuning voor gemeenten.”

U noemt een aantal keer het belang van samenwerken, tussen raad en wethouder, tussen gemeente en warmtebedrijf, tussen burger en overheid. Hoe lukt een goede samenwerking?

“Transparantie is van groot belang. Vanuit transitiedenken hoort daar ook proberen en falen erbij. Een transitie is geen lineaire lijn tussen start en einde. Om te kunnen beginnen moeten we met elkaar accepteren dat dat erbij hoort en zo uit onze angst komen. Het werkt niet om zulke grote projecten van A tot Z uit te lijnen met de verwachting dat alles loopt zoals gepland. Als een project bij één partij lijkt vast te lopen en te stokken, moeten we elkaar vast houden en kijken hoe we het wel door kunnen laten gaan. Daarvoor is het dan wel nodig dat we met elkaar erkennen dat het even niet lekker loopt.”

“De warmtetransitie is ook heel leuk! We kunnen de warmtetransitie ook enorm problematiseren, maar als we niet steeds oordelen over elkaar, maar mét elkaar aan het werk gaan dan zien we mooie dingen ontstaan met elkaar. Het is allemaal mensenwerk.”