Direct naar inhoud

Ecowende wil riffen creëren van dode bomen bij windpark HKW VI — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 15 juni 2023

Ecowende plaatst op de zeebodem tussen de windturbines bij Hollandse Kust (west) VI kunstmatige riffen opgebouwd uit oude fruitbomen. Deze treereefs vormen circulaire en biologisch-afbreekbare rifstructuren waar vissen kunnen schuilen en zich voortplanten. Het is een van de ecologische maatregelen die er uiteindelijk toe moeten leiden dat het windpark een netto positieve impact heeft op de natuur.

Eneco en Shell wonnen eind vorig jaar als consortium Ecowende de tender voor kavel VI van windpark Hollandse Kust (west). In de tendervoorwaarden was gevraagd om voorstellen die de natuur en biodiversiteit in stand houden of zouden verbeteren.

Ecowende won de tender vanwege de natuurinclusieve aanpak waarmee het offshore windpark uiteindelijk “een netto positieve impact op de natuur” moet krijgen. Donderdag bracht het consortium naar buiten hoe het daaraan invulling gaat geven. Volgens projectdirecteur Folkert Visser gaat het om een “holistische aanpak” zowel bij de bouw als de exploitatie van het windpark en bij de selectie van de ecologische maatregelen. “De Noordzee is een ecosysteem, waarin alles met elkaar in verband staat. Maatregelen kunnen we dan ook niet los van elkaar zien.” Zo kunnen maatregelen die het zeeleven verbeteren bijvoorbeeld ook gunstige effecten hebben voor zeevogels.

Fruitbomen

Een van de maatregelen is het aanleggen van biologisch afbreekbare riffen bij twee tot vier kabelkruisingen. Deze zogenaamde treereefs worden gemaakt van afgedankte fruitbomen. Fruitbomen hebben relatief hard hout en zullen een stabiel rif opleveren. De bomen die gebruikt worden zijn afkomstig van de Nederlandse fruitteelt en worden normaal gesproken gerooid als ze minder fruit produceren.

Ook zal het windpark natuurlijke rifvorming door zogenaamde zandkokerwormen (sabelaria) stimuleren. Deze rifvormende diertjes werden lang als verdwenen geacht in de Noordzee maar in 2017 herontdekt in de Bruine Bank, een natura2000 gebied dat naast HKW VI ligt. De riffen die deze diertjes maken zijn waardevol voor de ecologie omdat veel andere dieren zich graag vestigen op of in de buurt van sabellaria.

Oude fruitbomen die niet meer interessant genoeg zijn voor de professionele fruitteelt worden te koop aangeboden aan particulieren om ze in hun tuin nieuw leven in te blazen. Vergelijkbare bomen wil Ecowende op de bodem van de Noordzee gebruiken als kunstmatig rif. (Foto: Berry Stokvis/ANP)

Vleermuizen

Met andere maatregelen wil Ecowende juist de negatieve impact van het windpark minimaliseren, zoals het voorkomen dat vogels en vleermuizen in aanvaring komen met de rotorbladen van de windturbines. Hierbij borduurt Ecowende voort op kennis uit eerdere onderzoeken van Eneco en Vattenfall. Het nauwkeurig monitoren van vogel- en vleermuistrek maakt het mogelijk de windmolens alleen op specifieke locaties uit te zetten.

Bij de aanleg van het windpark zal rekening gehouden worden met zeezoogdieren zoals de bruinvis, de gewone zeehond en de grijze zeehond. Deze dieren ondervinden vooral overlast van het heigeluid van het plaatsen van de fundaties van de windturbines waardoor het gebied lange tijd ongeschikt wordt als rust- en foerageergebied voor die soorten. Daarom zal Ecowende bij de aanleg gebruikmaken van een vibrohamer die de fundaties van de windturbines door middel van trillingen op diepte kunnen brengen. Bij drie fundaties wordt daarnaast ‘jetting’ toegepast dat met behulp van waterstralen maakt dat de monopaal minder weerstand heeft van de bodem tijdens de installatie.

Alle kennis die opgedaan wordt in de onderzoeken wordt verzameld en openbaar ter beschikking gesteld. Ecowende richt daarvoor een ecologisch datamanagementsysteem. Data die worden verzameld worden bruikbaar gemaakt voor andere wetenschappelijke onderzoeken en publicaties. “Ons windpark wordt een van de grootste offshore field labs ter wereld, waar we gaan experimenteren met nieuwe technieken”, zegt Visser. “In dit field lab bieden we bovendien andere onderzoekers en startups de ruimte om hun innovaties in een offshore omgeving te testen.”

Hoeveel de ecologische maatregelen aan extra investeringen kosten, wil Visser niet kwijt. Maar dat het meer kost mag duidelijk zijn. In een tijd waarin de businesscase van wind op zee al onder druk staat is dat een reëel probleem. Toch is er volgens Visser geen andere weg mogelijk. “In 2030 zal 2.600 vierkante meter van de Noordzee in beslag genomen worden door windparken. Dat oppervlak zal daarna alleen maar groeien. Dat kan alleen in balans met de natuur.”