Direct naar inhoud

Einde aan plafond voor hernieuwbare elektriciteit — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 12 april 2022

De Tweede Kamer heeft een einde gemaakt aan het plafond van 35 TWh voor subsidiabele hernieuwbare elektriciteit, waar het kabinet aan vasthield in de SDE++. Ook wil het parlement een soepelere behandeling van geothermieprojecten in de subsidiemolen.

De motie stelt dat “het plafond van 35 TWh subsidiabele hernieuwbare opwek op land in 2030, zoals overeengekomen in het Klimaatakkoord, in het licht van het coalitieakkoord niet passend meer is”. Derhalve moet het kabinet “in volgende SDE++-rondes of andere vormen van stimulering” niet langer uitgaan van dit plafond, maar rekening houden met de benodigde groei van zonne- en windenergie voor de lange termijn “conform het nog af te ronden plan nationaal energiesysteem”. De motie was ingediend door Henri Bontenbal (CDA), Raoul Boucke (D66) en Pieter Grinwis (CU).

Een nieuw element in de SDE++ dat de Kamer onderzocht wil zien, is het inprijzen van systeemkosten in de SDE++. De systeemkosten, zoals netverzwaring voor een wind- of zonnepark in een buitengebied, die een project met zich meebrengt maken momenteel geen onderdeel uit van de beoordeling voor subsidietoekenning. Kamerleden Grinwis en Silvio Erkens (VVD) vroegen het kabinet daarom onderzoek te laten uitvoeren hoe deze maatschappelijke kosten wel onderdeel van de SDE++-systematiek kunnen worden. De Kamer steunde dit voorstel.

Minister Rob Jetten stond in het debat vorige week niet vijandig tegenover dit idee, en hield zijn stemadvies op “oordeel Kamer”. Jetten meldde destijds al dat hij onderzoek heeft laten doen naar de mogelijkheden hiervoor, maar dat blijkt “complex en kent wat arbitraire keuzes”. Wel zei hij “stap voor stap” te willen naar een systematiek waarin de effecten van gesubsidieerde projecten op het systeem “gemitigeerd kunnen worden”.

Meer ruimte voor geothermie

Geothermieprojecten krijgen voortaan een ruimhartiger behandeling binnen de SDE++. Een succesvol geothermieproject vergt meer geld en tijd dan een gemiddeld zonnepark, maar heeft ook een langere levensduur. Rekenen met een langere levensduur bij de subsidieberekening levert een lagere kostprijs op per uitgespaarde ton CO₂-uitstoot -de benchmark waarop technieken worden beoordeeld.

De Tweede Kamer wil nu de economische levensduur waarmee de SDE++ rekent als het gaat om geothermieprojecten, oprekken van twintig jaar tot dertig jaar. Dit is bovendien conform het een advies van het Planbureau voor de Leefomgeving, noteert de motie van Suzanne Kröger (GL) en Pieter Grinwis (CU). Minister Jetten gaf tijdens het debat al aan dat hij hiertoe bereid is.

Een laatste motie over geothermie ging over projecten die al een beschikking in de SDE++ hebben ontvangen, maar vertraging oplopen. Vertraging brengt de subsidie in gevaar, want die vervalt na een aantal jaren. Het kabinet had de realisatietermijn voor toekomstige projecten al verlengd van vier naar zes jaar, maar Grinwis en Erkens vroegen om coulance voor huidige projecten.

Momenteel kunnen vertraagde projecten in overleg met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO – de uitvoeringsorganisatie) verlenging krijgen, maar verlenging van de realisatietermijn gaat dan wel ten koste van de subsidieduur. De aangenomen motie vraagt het kabinet nu om een toegekende verlenging niet ten koste te laten gaan van de verleende subsidiejaren.

In de omgeving van Leeuwarden doet de Geocombinatie Leeuwarden momenteel boringen om heet water te winnen op een diepte van 2,7 kilometer. Het consortium van Bouwgroep Dijkstra Draisma, Ennatuurlijk, Shell en EBN zou eind 2022 warmte willen leveren aan woningen en bedrijven in de omgeving. (Foto: Anton Kappers/ANP)