Direct naar inhoud

EU-akkoord over vulling gasbergingen tot minstens 80% — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 28 juni 2022

Europese gasbergingen moeten voor komende winter voor ten minste 80% zijn gevuld, zo besloten energieministers maandag, en lidstaten zullen solidair zijn met landen zonder berging. De Energieraad wil verder een lager percentage verplichte groene waterstof voor de industrie in 2030, namelijk 35% in plaats van 50% als voorgesteld door de Commissie. Wel stemden ze in met verscherping van het doel voor hernieuwbare energie tot 40% van de energiemix in 2030.

Het besluit over de gasbergingen van de Energieraad maandag is een licht afgezwakte versie van het voorstel dat de Europese Commissie deed in maart van dit jaar, namelijk een vulgraad van 90% voor 1 oktober. Voor komende winter moeten de gasbergingen naar een vulgraad van “ten minste 80%” en zullen de lidstaten van de Europese Unie “gezamenlijk proberen” een vulgraad van 85% van alle gasbergingen te realiseren. Pas voor de jaren daarna geldt een vulgraad van 90% als doel voordat de winter inzet, zo besloot de Energieraad. Afgelopen donderdag was de gemiddelde vulgraad van de gasbergingen in de EU ruim 55%, terwijl Nederland stond op 49%.

Lidstaten die in het geheel niet over ondergrondse gasbergingen beschikken, zullen gebruik kunnen maken van bergingen in lidstaten die hier wel over beschikken. Financiële lasten voor het vullen van de bergingen zullen lidstaten in dat geval delen. Luxemburg heeft bijvoorbeeld geen ondergrondse gasbergingen, net als Finland, Estland, Litouwen, Slovenië en Griekenland. De nieuwe regeling is niet van toepassing op Ierland, Cyprus en Malta aangezien zij geen deel uitmaken van de gemeenschappelijke gasinfrastructuur.

Operators van gasbergingen (in Nederland is bijvoorbeeld een deel van de ondergrondse gasopslag in particuliere handen, zoals een partij als Gazprom) zullen een verplichte certificering moeten ondergaan “om potentiële risico’s te voorkomen van externe invloeden op kritieke opslaginfrastructuur”, aldus een persbericht van de Raad, “die de veiligheid van de energievoorziening van de Europese Unie en andere essentiële veiligheidsbelangen in gevaar zouden kunnen brengen.”

Minister Rob Jetten (Klimaat en Energie, D66) in gesprek met zijn collega’s Anna Moskwa (Polen; links) en Teresa Ribera (Spanje) bij de Energieraad in Luxemburg op 27 juni. (Foto: Julien Warnand/EPA)

De verplichte vulgraad van gasbergingen is van kracht tot 31 december 2025, maar de verplichte certificering van operators zal ook daarna blijven. De regeling is in korte tijd tot stand gekomen en nu definitief. De Commissie deed een voorstel in maart, en vorige maand kwamen het Europees Parlement en de Europese Raad tot overeenstemming.

Eurocommissaris Kadri Simson (Energie) noemde de besluitvorming van de Europese Unie een “belangrijke uiting van Europese eenheid, besluitvaardigheid en snelheid geconfronteerd met de inzet door het Kremlin van gasexport als wapen. Het is nu cruciaal dat we onze nieuwe doelen voor opslag behalen en onze paraatheid verhogen voor het geval de situatie verder verslechterd.”

Doel groene waterstof industrie lager

De Energieraad kwam ook tot overeenstemming over herziening van de richtlijnen voor hernieuwbare energie en energiebesparing in het kader van het zogeheten Fit for 55-pakket. Dit pakket stelde de Europese Commissie vorig jaar voor om reductie van de CO₂-uitstoot tot 2030 te versnellen. Het nieuwe doel is verhoogd tot 55%. De Raad moet nog wel met het Europees Parlement in onderhandeling alvorens dit definitief wordt.

In de Richtlijn hernieuwbare energie (Renewable Energy Directive, of RED) is het nieuwe streefdoel een aandeel hernieuwbare energie van 40% van de energiemix in 2030. Momenteel is het doel voor de gehele EU 32%. In september vorig jaar liet het vorige kabinet zich al positief uit over dit plan, al schreef het kabinet toen dat dit voor Nederland waarschijnlijk leidt tot een verhoging van het eigen, nationale doel met tien procentpunt tot 36%.

Opvallend is het percentage van 35% als doel voor het aandeel van groene waterstof in het totale verbruik van waterstof door de industrie in de overeenkomst van maandag. De Europese Commissie had als nationaal bindend doel 50% voorgesteld. In maart van dit jaar schreef onderzoeksbureau CE Delft nog dat dit percentage voor Nederland alleen haalbaar zou zijn als de industrie het verbruik van waterstof (een belangrijke grondstof voor verschillende bedrijfstakken, zoals kunstmestfabrikanten) niet zou verhogen. Dan nog zou het moeilijk haalbaar zijn geweest. Het doel van 50% staat nu voor 2035.

De Energieraad kwam overeen dat het finale energieverbruik voor de hele EU in 2030 moet dalen met 36%, terwijl het eerder in 2018 overeengekomen doel stond op 32,5%. Dit percentage is onderdeel van de Richtlijn energie efficiëntie (Energy Efficiency Directive, of EED). Tegelijkertijd herziet de EU het in 2020 berekende startpunt, en het nieuwe doel komt dan overeen met een extra reductie van 9% ten opzichte van het eerdere uitgangspunt. Energiebesparing moet ook langzaam in een hoger tempo gaan. Vanaf 1 januari 2024 moeten lidstaten jaarlijks 1,1% besparen op hun verbruik, vanaf 2026 1,3% en van 2028 wordt dit 1,5% tot eind 2030.

De Energieraad vergadert de komende dagen verder over het pakket Fit for 55, met minister voor Klimaat en Energie Rob Jetten (D66) als vertegenwoordiger voor Nederland.