Direct naar inhoud

Europese Commissie trekt opstellen ‘netcodes’ naar zich toe — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 6 januari 2015
De inhoud van dit artikel is gemigreerd. Lijkt er iets mis te gaan, of onderdelen te missen? Neem dan contact met ons op.

Jarenlang is er gewerkt aan de voorbereiding van Europese ‘netcodes’ voor elektriciteit en gas. In december koos de Europese Commissie ineens voor een andere vorm om zulke Europese regels voor de stroommarkt vast te leggen. Betekent dit nu het einde van de Europese netcodes of juist toch het begin ervan? En wat merken we in Nederland van die Europese regels?

Eneco_hh.jpg
Hollandse Hoogte

2014 had het jaar van de voltooiing van de Europese energiemarkt moeten worden. Een belangrijke bouwsteen daarbij vormen de Europese ‘netcodes’ voor elektriciteit en gas. Dit zijn vooral technische regels en soms ook regels voor de markt, vergelijkbaar met de energiecodes zoals we die in Nederland kennen. Alleen gelden die Europese netcodes voor de hele EU. Een stevige vorm van harmonisatie dus.

Het wil echter nog niet zo vlotten met die Europese netcodes. Aan het begin van 2015 bestaan er twee codes voor gas, maar die treden pas aan het eind van 2015 in werking. Voor elektriciteit staat de teller nog op nul. Weliswaar werd begin december vanuit Brussel triomfantelijk gemeld dat de eerste Europese netcode voor elektriciteit een feit was, maar dat is bij nader inzien (nog) niet zo.

Op 5 december is in Brussel een tekst vastgesteld voor nadere regels voor de toewijzing van grensoverschrijdende capaciteit en congestiebeheer. Maar deze tekst moet eerst nog langs de Raad van Ministers en het Europees Parlement. Beide organen moeten nog akkoord gaan.

Bovendien is de (concept)regeling geen ‘echte’ netcode zoals oorspronkelijk bedoeld, maar een soort ‘nieuwe wijn in oude zakken’. De regeling krijgt namelijk niet de status van netcode, maar wordt nu gepresenteerd als een nieuwe (aanvullende) tekst voor de al bestaande Bijlage bij de Europese Elektriciteitsverordening uit 2009 over hetzelfde onderwerp. Deze Bijlage heeft de status van ‘ richtsnoeren’. En dat maakt een verschil, zoals verderop uitgelegd zal worden.

Europese netcodes

Wat zijn die Europese netcodes eigenlijk? Bij elektriciteit en gas zijn heldere (technische) regels cruciaal om het systeem draaiende te houden. Zeker in de huidige markt waarin er veel verschillende partijen zijn die delen van de keten verzorgen. Bovendien zijn de technische regels nauw verbonden met de werking van de markt. Bijvoorbeeld om te zorgen dat de markttransacties ook fysiek uitgevoerd kunnen worden: is er voldoende transportcapaciteit en, zo niet, hoe wordt zulke congestie opgelost?

Alle EU-lidstaten hebben dan ook een of andere vorm van nationale netcodes. Die zijn echter allemaal verschillend. Dat belemmert de Europese integratie van de energiemarkt.

Bovendien bieden zulke nationale regels geen oplossing voor grensoverschrijdende onderwerpen. ‘Hiervoor golden van oudsher regels die door de transmissienetbeheerders zelf waren opgesteld, bijvoorbeeld over hoe ze gezamenlijk de energiebalans in het totale netwerk handhaafden’, legt Hanneke de Jong uit. Zij promoveerde in 2009 op een onderzoek naar de verschillende vormen van grensoverschrijdende regelgeving in de Europese elektriciteitsmarkt. De Jong: ‘Die zelfregulering door de netbeheerders had wel nadelen. Zo waren eigenlijk alleen de transmissienetbeheerders zelf gebonden en golden de regels niet vanzelf voor andere partijen. Daarnaast ontbrak een toets door een overheidsorgaan of het algemeen belang wel voldoende gediend werd door de regels.’

Doorbraak

De mogelijkheid van Europese netcodes is een oplossing voor deze problemen. ‘ Het was dan ook een doorbraak dat de Europese verordeningen voor elektriciteit en gas uit 2009 de vaststelling van zulke codes mogelijk maakte’, aldus De Jong, die nu werkzaam is als Senior Officer Regulatory Affairs bij RWE/Essent.

De procedure voor de netcodes is als volgt. De samenwerkende toezichthouders uit de verschillende lidstaten (ACER) stellen een kaderrichtsnoer vast voor een bepaald onderwerp. Als de Europese Commissie daarmee akkoord is, moeten de gezamenlijke transmissienetbeheerders uit de EU (ENTSO) vervolgens een concepttekst voor de netcode opstellen. Daarna is het aan de Europese Commissie om de netcode definitief vast te stellen. De regels van de netcode hebben dan de status van bindende Europese wetgeving. Ze gelden dan ook in alle lidstaten op dezelfde manier en ze gaan vóór de nationale regels.

Wijzigingen van de netcodes komen tot stand op initiatief van de samenwerkende toezichthouders (ACER), eventueel na een voorstel van belanghebbenden. De Europese Commissie moet een eventuele wijziging vaststellen op basis van ACER’s voorstel.

Goede bedoelingen

Na 2009 ging men voortvarend aan de slag. Voor elektriciteit werden uiteindelijk 10 onderwerpen gekozen waarvoor er een netcode moest komen. De oorspronkelijke bedoeling was dat ‘alle netcodes uiterlijk in 2014 in werking zouden treden,’ zo valt nog steeds te lezen op de site van ENTSO.

Daar is dus weinig van terecht gekomen. De meeste netcodes ‘ hangen’ momenteel nog ergens in de procedure.

Richtsnoeren

En nu heeft de Europese Commissie dus ineens een andere route genomen: namelijk het instrument van ‘richtsnoeren’. Dit is gebaseerd op een ander artikel van de Europese verordeningen voor elektriciteit en gas dan de netcodes.

Wat is het verschil? De richtsnoeren zijn, net als de netcodes, ook bindend. Dat is vergelijkbaar.

Het belangrijkste verschil zit ’m in de rol van de verschillende betrokken partijen. Bij de netcodes spelen ACER en ENTSO een centrale rol. ENTSO stelt de concepttekst van de codes op en ACER heeft het initiatief voor latere wijzigingen. Hun bevoegdheden rond de netcodes zijn duidelijk vastgelegd in de Europese energieverordeningen.

Bij het instrument van de ‘richtsnoeren’ zit de Europese Commissie aan het roer. Zij heeft het initiatief en hoeft ACER en ENTSO hoogstens te consulteren. In deze procedure is de rol van de samenwerkende toezichthouders en de gezamenlijke transmissienetbeheerders dus een stuk zwakker.

Draai

Is deze stap van de Europese Commissie om te kiezen voor richtsnoeren in plaats van een netcode nu een éénmalig iets of is het een voorbode voor een kleine revolutie binnen het bouwwerk van de Europese energieregelgeving? ENTSO wil op zijn website doen geloven dat deze wijziging slechts ingegeven is door ‘ juridisch-technische redenen’ en samenhangt met het betreffende onderwerp, maar de signalen vanuit Brussel zijn zeer sterk dat méér (ontwerp)netcodes uiteindelijk de juridische status van richtsnoeren zullen krijgen.

Zo gaf TenneT in een bijeenkomst met een aantal marktpartijen begin december al aan dat vermoedelijk alle netcodes die betrekking hebben op de markt als ‘ richtsnoeren’ zullen worden vastgesteld. En, hoewel niemand het nog officieel wil bevestigen, wordt er gefluisterd dat ook een aantal ‘ technische’ netcodes de status van richtsnoeren zullen krijgen.

Dat is opmerkelijk. Want jarenlang is gewerkt aan regelgeving volgens de procedure voor de netcodes en als de eindstreep in zicht is, slaat de Europese Commissie een andere weg in.

Het zou ook wel eens het (begin van het) einde van de Europese netcodes als bedoeld in de energieverordeningen kunnen betekenen. Want als de Europese Commissie dan toch liever de regels vaststelt als richtsnoeren, dan kan ze in het vervolg beter meteen de lange weg van het ontwikkelen van netcodes overslaan en vanaf het begin de (kortere) route van het opstellen van richtsnoeren volgen. Vanuit het perspectief van de Commissie zou dat immers een stuk efficiënter zijn.

Betekenis voor Nederland

Wat gaan we in Nederland merken van de netcodes of richtsnoeren? Het zijn beide direct werkende regels, net als Europese verordeningen. Ze gaan vóór op onze nationale regels, zoals de energie­wetten en technische codes. Als deze laatste in strijd zijn met de netcodes of richtsnoeren, zullen we onze wetten of codes moeten aanpassen.

Per onderwerp zal de impact verschillend zijn. Zo verwacht TenneT bijvoorbeeld dat de in december vastgestelde tekst voor de richtsnoeren met betrekking tot de toedeling van transportcapaciteit en congestiebeheer weliswaar noodzaakt tot een aanpassing van de regels, maar dat de praktijk in de markt vrijwel hetzelfde kan blijven. Dat is mede omdat de markt al redelijk heeft geanticipeerd op de nieuwe regels. De (verwachte) Europese regels voor aansluitingen van opwekinstallaties zullen naar verwachting een veel grotere verandering inhouden voor de betrokkenen. Andere netcodes of richtsnoeren zullen (kunnen) raken aan ons systeem van energieprogamma’s of de manier waarop we in Nederland de onbalansmarkt hebben georganiseerd.

Ook de mate van invloed van belanghebbenden op de uiteindelijke regels zal veranderen. In Nederland hebben stakeholders (zoals marktpartijen en netbeheerders) verschillende mogelijkheden om door middel van inspraak en eventueel bezwaar en beroep invloed uit te oefenen. In het Europese proces tot vaststelling van netwerkcodes is er wel enige ruimte voor andere partijen dan toezichthouders of transmissienetbeheerders om hun zegje te doen, maar op de grote Europese hoop zal de invloed van Nederlandse partijen over het algemeen kleiner zijn dan wat nationaal mogelijk is. Bij de procedure tot het vaststellen van richtsnoeren is de inspraakmogelijkheid nog weer geringer.

Jaar van de waarheid

2015 wordt dan ook het jaar van de waarheid voor de Europese netcodes. Wordt het nog iets met het instrument van de netcodes of verschuift alles naar de richtsnoeren? Maar belangrijker nog voor ons als energiegebruikers: wat wordt de inhoud van die Europese regels (of ze nu netcodes heten of richtsnoeren) en wat gaat dat betekenen voor Nederland en ons? De toekomst zal het leren.

Gelukkig maar dat elektriciteit zich aan zijn eigen natuurkundige wetten houdt. Daardoor blijft het licht bij ons (voorlopig) in ieder geval nog aan.