Direct naar inhoud

Europese Commissie wil einde aan crisismaatregelen elektriciteitsmarkt — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 6 juni 2023

De tijdelijke crisismaatregelen die de EU vorig jaar nam om de energierekening voor Europeanen te verlagen, worden niet verlengd als het aan de Europese Commissie ligt. Een review van de maatregelen geeft geen aanleiding tot een verlenging, vooral omdat delen ervan zijn overgenomen in onder meer de herziening van de EU-elektriciteitsmarkt.

In september vorig jaar presenteerde de Europese Commissie tijdelijke maatregelen om de toen volop aanwezige energiecrisis het hoofd te bieden. Sindsdien zijn de gas- en elektriciteitsprijzen aanzienlijk gedaald en bovendien gestabiliseerd, constateert de Commissie. Ze verwacht de komende winter daardoor minder prijspieken op de elektriciteitsmarkt, dan in 2022 te zien waren. Dat komt onder meer doordat de gasbergingen beter gevuld zijn.

Het Europese noodpakket bestond uit drie belangrijke punten. Ten eerste een verplicht besparingsdoel voor lidstaten van 5% voor uren met een hoge stroomvraag. Die verplichting liep tot 31 maart 2023, en is dus al afgelopen. Ten tweede was er een inkomstenplafond (inframarginale heffing) voor elektriciteitsproducenten die relatief goedkope technieken gebruiken zoals hernieuwbare elektriciteit dat geen last had van stijgende brandstofprijzen (in principe tot 30 juni). En ten derde waren er ruimere mogelijkheden voor lidstaten om consumenten en mkb te helpen hun energierekening betaalbaar te houden (tot eind dit jaar).

Lidstaten kregen relatief veel vrijheid hoe ze deze maatregelen wilden invoeren. Zo kende de inframarginale heffing een maximum van €180 per MWh. Een aantal lidstaten nam dat maximum over, maar zeventien landen kozen voor een lager inkomstenplafond, zoals Nederland, dat de grens op €130 per MWh zette. Ook de termijn waarvoor de maatregelen gold, verschilde per land. Zeven landen, waaronder Nederland, zetten de inframarginale heffing met terugwerkende kracht in. In elf landen loopt de heffing ook volgend jaar nog door.

Inframarginale heffing

Het Berlaymontgebouw in Brussel waar de Europese Commissie zetelt. (Foto: Guillaume Périgois/Unsplash)

De Commissie ziet een aantal redenen om de inframarginale heffing niet te verlengen. Ten eerste hebben verschillen in de uitvoering van de maatregel door de lidstaten geleid tot onzekerheid voor investeerders, wat hen zou ontmoedigen nieuwe investeringen te doen. Ten tweede geldt de maatregel als moeilijk te implementeren. De administratieve kosten zijn relatief hoog, vergeleken met de opbrengsten.

Daarnaast leidde de maatregel in sommige landen tot moeilijkheden bij bijvoorbeeld windenergieproducenten die afnamecontracten (PPA’s) hadden gesloten. De heffing ging uit van een marktprijs, terwijl deze producenten een andere, vaak veel lagere prijs hadden afgesproken met hun afnemers. Dit leidde soms tot paradoxale situaties dat zij hun stroom met verlies moesten verkopen, aldus de Commissie. Deze praktijk staat haaks op de herziening van de EU-elektriciteitsmarkt, waarin het stimuleren van PPA’s juist een belangrijk doel is.

Besparing

Wat betreft het besparingsdoel ziet de Commissie geen noodzaak om de crisismaatregel in stand te houden. Het stimuleren van flexibele stroomafname zou ook al voldoende zijn meegenomen in het voorstel voor herziening van de elektriciteitsmarkt. Datzelfde geldt voor de steunmaatregelen voor consumenten en mkb. Het herzieningsvoorstel bevat mogelijkheden voor landen om tijdens een elektriciteitsprijscrisis tijdelijk vergelijkbare maatregelen te nemen als tijdens de afgelopen crisis.

De Commissie houdt nog een slag om de arm wat betreft haar conclusies. Alle informatie waarop de review is gebaseerd komt van de lidstaten zelf (alleen Hongarije en Roemenië leverden geen gegevens aan). De Commissie “heeft niet beoordeeld in hoeverre de aangeleverde informatie accuraat is”. Daarnaast hebben de lidstaten de gegevens begin dit jaar verzameld en aangeleverd, toen de maatregelen nog volop in zwang waren.