Direct naar inhoud

EZK: deal met Denemarken is eenmalig — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 22 juni 2020

De aankoop van -statistische- hernieuwbare energie uit Denemarken is eenmalig, verwacht het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Volgend jaar komen er offshore windparken online die ervoor zorgen dat Nederland niet onder het Europese 14%-doel zakt voor hernieuwbare opwek.

Afgelopen vrijdag werd bekend dat Nederland 8 TWh tot 16 TWh aan hernieuwbare energie koopt van Denemarken. Het gaat om een ‘statistische overdracht’, een boekhoudkundige afspraak om zo het Europese doel te halen.

Deense biomassa

De energie die Nederland bij mag schrijven van Denemarken is hernieuwbaar, maar er is geen onderscheid gemaakt naar de bron van de hernieuwbare opwek. Dat blijkt uit het contract dat Wiebes naar de Kamer stuurde. Het overgrote deel van Deense duurzame opwek bestaat uit “bioenergy”, blijkt uit het Deense Integrale Nationale Energie- en Klimaatplan. Weliswaar is de elektriciteitsopwek voor een groot deel duurzaam op basis van wind, maar elektriciteit maakt maar een klein deel uit van het totale energieverbruik, dat ook warmte en transportbrandstoffen omvat. Voor warmte wordt in de Deense warmtenetten veel gebruik gemaakt van biomassa (dit is overigens exclusief warmte uit afvalcentrales, die apart vermeld worden). In heel Europa geldt de verplichting om een percentage biobrandstoffen bij te mengen in transportbrandstoffen.

Dat doel was gesteld op een percentage van 14% aan hernieuwbare opwek in het totale energieverbruik. Afgelopen jaar bleef Nederland steken op 8,6% en het Planbureau voor de Leefomgeving becijferde dat dit jaar uit zou komen op 11,4%. Dat is te weinig, en dus dreigden Europese sancties. Die dreiging is nu voorkomen door de toestemming van Denemarken om een deel van de Deense duurzame opwek bij te schrijven in het Nederlandse boekje. Daarvoor betaalt Nederland €100 mln tot €200 mln, geld dat gestoken wordt in een nog te ontwikkelen elektrolyseproject (€12,50 per MWh).

De enige deal

“Dit is de enige deal die we sluiten”, zegt Dion Huidekooper, woordvoerder bij EZK. “Onze inschatting is dat we met deze deal voldoende flexibiliteit hebben om in alle scenario’s het doel te halen.”

Dat betekent, omgerekend, dat het ministerie verwacht om dit jaar minimaal op een aandeel duurzame opwek uit te komen van 11,3%, in lijn met de verwachting van het PBL. In het beste geval komt Nederland uit op een percentage van 12,6%. In beide gevallen is het flinke sprong ten opzichte van 2019: in het beste geval 50% meer dan een jaar eerder. Ter vergelijking: de stijging van 2019 ten opzichte van 2018 bedroeg 16%, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Coronacrisis

Dat zou te maken kunnen hebben met de coronacrisis. In het totale energieverbruik wordt ook transport meegenomen, en dat is de afgelopen maanden flink afgenomen. Hoe lager de hoeveelheid verbruikte energie, hoe makkelijker het percentage duurzame opwek kan stijgen. Ook heeft Wiebes de afgelopen maanden maatregelen aangekondigd om te zorgen voor meer duurzame opwek, zoals de extra ronde voor de SDE+-regeling, die voor de bouw van meer zon- en windparken moet zorgen.

Offshore wind moet ervoor zorgen dat Nederland niet opnieuw onder het 14%-aandeel hernieuwbare energie zakt. (Foto: EPA/Orsted)

EZK laat weten zich geen zorgen te maken dat als de economie weer op gang komt en de wegen volstromen met auto’s het aandeel duurzame opwek weer keldert. Weliswaar mag Nederland volgend jaar niet onder het percentage van 14% zakken, maar het ministerie verwacht niet dat dat gebeurt, omdat er dan een aantal grote energieprojecten online komen. Zo is voorzien dat Ørsteds windpark (754 MW) Borssele I+II dan gaat draaien.

Europese doelen

In 2030 is er een nieuw Europees doel afgesproken: een aandeel van 32% hernieuwbare opwek. Maar dat doel is niet in Brussel per lidstaat vastgesteld. In plaats daarvan is lidstaten gevraagd Integrale Nationale Energie- en Klimaatplannen in te dienen, die dan door de Europese Commissie naast elkaar worden gelegd, en waar doelen uit volgen. Het Nederlandse Inek is gestoeld op het Klimaatakkoord, en richt zich op CO₂-reductie in plaats van specifieke doelen voor duurzame opwek en energiebesparing. Toch is daar wel iets over gezegd: Nederland koerst voor 2030 op een aandeel van 27% hernieuwbare opwek en een maximaal energieverbruik van 1.950 PJ.