Direct naar inhoud

Kamer wil sluiting Groningenveld in oktober dit jaar — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 13 juni 2023

De Tweede Kamer wil dat de gaswinning uit het Groningenveld per 1 oktober van dit jaar stopt, als dat lukt in een “zorgvuldig sluitingsproces”. Ook wil de Kamer duidelijkheid over de samenwerking van de overheid met Shell en ExxonMobil, “waarbij rekening gehouden wordt met het wangedrag van de oliemaatschappijen over de afgelopen vijftien jaar”.

De motie over de sluiting van het Groningenveld die deze dinsdag werd aangenomen, biedt het kabinet wel speelruimte. In de overwegingen stellen de indieners dat definitieve sluiting van de gaswinning van het Groningenveld “mede afhangt van een zorgvuldig sluitingsproces en de oplevering van de stikstoffabriek in Zuidbroek”. Dankzij deze overweging zei staatssecretaris Hans Vijlbrief (Mijnbouw, D66) in het debat naar aanleiding van de parlementaire enquête over de gaswinning vorige week dat hij met de motie kon leven. Het kabinet wil voor de zomer een besluit nemen over de sluiting van het Groningenveld komende herfst of een jaar later.

Groningers demonstreren voor het gebouw van de Tweede Kamer voorafgaand aan het debat over het parlementaire enquêterapport over de aardgaswinning op 6 juni. Van rechts naar links de drie politici Jesse Klaver (GL), Sandra Beckerman (SP) en Pieter Omtzigt (onafhankelijk). (Foto: Robin Utrecht/ANP)

Generaties lang steun voor Groningen

Brede steun kreeg een motie van Jesse Klaver (GroenLinks) die steun voor Groningen boven het politieke speelveld uit tilt. De motie verzoekt de regering om in de “wet Groningen” vast te leggen dat er een meer dan generatielange verantwoordelijkheid bestaat. Die verantwoordelijkheid brengt een reeks verplichtingen met zich mee. De regering moet koste wat kost alles doen om ervoor te zorgen dat alle schade wordt vergoed en iedereen een veilig huis heeft, hoelang het ook duurt. Daarbij mag het kabinet vooraf geen financiële limiet vaststellen voor beschikbare middelen en moet het de kosten voor de schade- en hersteloperatie ook in de toekomst buiten het begrotingskader houden. Uiteindelijk moet het doel van het beleid zijn dat het welvaartsniveau van Groningen gelijk wordt getrokken met de rest van Nederland, en zal het kabinet daarover in de Staat van Groningen verantwoording moeten afleggen.

Nadat de motie (mede-ondertekend door acht leden uit oppositie en coalitie) was aangenomen deed Klaver onmiddellijk het verzoek aan het kabinet om een brief aan de Kamer over de uitvoering.

Klaver nam al tijdens het debat vorige week een voorschot op die uitvoering met een tweede motie die vandaag werd aangenomen. Deze motie loopt vooruit op toekomstige ontwikkelingen rond hernieuwbare energie en waterstof, waar ook bestuurders in Groningen hun zinnen op hebben gezet. De motie van Klaver noteert dat toekomstige opbrengsten daarvan “niet automatisch ten goede komen aan de gemiddelde inwoner van Groningen en Noord-Drenthe”. Daarom moet het kabinet met de regio onderzoeken hoe het er voor kan zorgen dat de opbrengsten van dergelijke projecten niet alleen bij het bedrijfsleven, “maar ook publiek, en bij de regio terechtkomen”.

Intieme relatie

Deze relatie tussen overheid en private sector, en waar winsten terechtkomen, was ook het thema van een aangenomen motie van onafhankelijk Kamerlid Pieter Omtzigt. In de motie spreekt de Kamer uit dat “de oliemaatschappijen een veel te intieme relatie gehad hebben met de regering, waardoor zij erg hebben geprofiteerd van de gaswinning en de ministers zeer eenzijdig geïnformeerd geweest zijn”. Derhalve wil de Kamer nu dat de regering “formeel” aangeeft “hoe zij haar samenwerking met Shell, ExxonMobil en de NAM vormgeeft, waarbij rekening gehouden wordt met het wangedrag van de oliemaatschappijen over de afgelopen vijftien jaar”.

Nadat de motie was aangenomen vroeg Omtzigt om een brief van de regering binnen twee weken, waarop voorzitter Vera Bergkamp de wens temperde met de mededeling dat een termijn van drie weken gebruikelijk is.

Geen afkeuring beleid van tien jaar

Opvallend was de hoofdelijke stemming die Omtzigt had aangevraagd voor een motie waarin hij de Kamer vroeg om afkeuring uit te spreken van het beleid “sinds de aardbeving in Huizinge in 2012”. Tijdens het debat vorige week gaf Omtzigt een zeer specifieke motivering voor deze motie. “Ik keur het beleid niet af dat er gas gewonnen werd in Slochteren”, zei Omtzigt. “Daar begint het probleem niet. Je kunt zeggen dat dingen anders had gemoeten, maar het had anders gemoeten vanaf 2012, vanwege de aardbeving in Huizinge. Dat gedeelte van het beleid keur ik af.”

De motie haalde het niet.