Direct naar inhoud

Meer scheepvaart naar Eemshaven door toekomstige biomassacentrale RWE — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 1 februari 2024

RWE wil de Eemshavencentrale volledig op biomassa laten draaien en jaarlijks 8 tot 10 miljoen ton CO2 afvangen. De biomassa en CO2 moeten per schip worden vervoerd. Dat leidt mogelijk tot een toename van het scheepvaartverkeer van en naar de Eemshaven. RWE moet uitzoeken wat de gevolgen daarvan zijn.

Uitzicht op de Eemshavencentrale vanaf de Noordzee. (Foto: Tobias Kleuver / ANP)

Dat schrijft de Commissie MER in zijn advies over de reikwijdte en het detailniveau van het milieueffectrapport dat RWE moet opstellen voor het plan om de Eemshavencentrale 100% op biomassa te gaan stoken. Het volledig stoken van de Eemshavencentrale op biomassa en het afvangen van de CO2 zijn onderdeel van de BECCUS-strategie van RWE, dat staat voor biobased energy, carbon capture, utilization & storage.

Biomassa-verbranding geldt als groen, en de koolstofuitstoot telt niet mee voor emissiehandelssysteem ETS. Als de CO₂-uitstoot van de biomassacentrale wordt afgevangen en opgeslagen, dan geldt dat als negatieve CO2-emissie. Ook voor de Amercentrale in Geertruidenberg is een CO2-afvanginstallatie voorzien. RWE zou met beide centrales 11 megaton tot 14 megaton aan CO2-uitstoot kunnen reduceren.

Toename scheepvaart

De centrale heeft nu een vergunning om op 30% biomassa en 70% steenkool te draaien en stookt momenteel 20% biomassa mee. Voor de volledige elektriciteitsproductie op biomassa is naar verwachting jaarlijks 5 megaton tot 6 megaton biomassa nodig. Volgens de notitie reikwijdte detailniveau (NRD) die aan het MER voorafging zal 90% tot 100% daarvan over zee de centrale bereiken, wat mogelijk tot meer scheepverkeer zal leiden.

Ook kan het zijn dat de bestaande haven hiervoor moet worden aangepast. De stookwaarde van biomassa is minder hoog dan die van kolen. Voor dezelfde energieproductie is meer dan het dubbele volume biomassa noodzakelijk in vergelijking met steenkool. Dat betekent dat er meer opslagruimte op het terrein nodig zal zijn en wellicht ook grotere schepen de Eemshaven zullen aandoen.

Eén passage per getij

Maar het aantal in- en uitgaande vaarbewegingen in de Eemshaven is momenteel beperkt voor zeeschepen langer dan 200 meter of dieper dan 10 meter tot één passage per getij (in- of uitvarend). Hierdoor, en door beperkte beschikbaarheid van loods- en sleepboten, is de capaciteit van de haven gelimiteerd tot maximaal 365 van dit type zeeschepen per jaar.

De Commissie MER vraagt RWE dan ook te onderzoeken hoeveel havencapaciteit er nodig is om de centrale te kunnen draaien op biomassa en de CO2 af te vangen en op te slaan. Ook wil de Commissie weten hoe kwetsbaar de centrale is, mochten zeeschepen de Eemshaven door slecht weer meerdere dagen niet binnen kunnen lopen en de bevoorrading stagneert. De Commissie wil dan ook dat RWE in het MER een alternatief uitwerkt waarbij de brandstoffen ook gedeeltelijk per spoor of per wegtransport worden aangevoerd.

RWE is van plan de afgevangen CO2 per schip te vervoeren naar de opslaglocatie. Een alternatief daarvoor is een buisleiding. Maar ook een buisleiding kan gevolgen hebben voor natuur en milieu. De Commissie wil daarom weten wat de uitvoerbaarheid en de mogelijke effecten zijn van de eventuele aanleg van een buisleiding door het Natura 2000-gebied en werelderfgoed de Waddenzee. Daarbij moet ook het transport buiten de inrichting, het gebruik en de ondergrondse opslag van CO2 elders meegenomen worden. In de NRD was dit nog buiten beschouwing gelaten, maar dit geeft juist een beter beeld van het “grotere plaatje van het initiatief”, aldus de Commissie.

Delen op sociale media