Direct naar inhoud

MIEK richt blik op sectoren buiten industrie — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 13 februari 2024

Netbeheerders bepalen welke investeringsplannen voorrang krijgen aan de hand van het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). Aanvankelijk was het MIEK louter gebaseerd op de verduurzaming van de industrie, maar sinds afgelopen jaar omvat het ook projecten in de woningbouw, mobiliteit en landbouw.

Voor 2050 zal in Nederland één op de drie straten worden opgebroken voor de aanleg van extra elektriciteits-, warmte- en waterstofnetwerken. Het MIEK moet leiden tot meer regie op deze werkzaamheden. Op de foto, werkzaamheden aan de Haverstraat in Utrecht. (Foto: Egbert Hartman/ANP)

Dat schrijft demissionair minister Rob Jetten (Klimaat en Energie, D66) in een jaarlijkse update over het MIEK aan de Tweede Kamer. In die brief gaat hij onder meer in op de reikwijdte van het MIEK, zoals hij eind januari had beloofd in een debat over netcongestie.

Jetten werd in dat debat onder meer door Suzanne Kröger (GroenLinks-PvdA) bevraagd over de prioriteiten van investeringen door netbeheerders. Het MIEK is wat haar betreft geen goede manier om die prioriteiten te bepalen, omdat de verduurzaming van industrieclusters daarmee voorrang zou krijgen boven het oplossen van andere maatschappelijke problemen, zoals het aansluiten van nieuwe woonwijken op het elektriciteitsnet.

“Een jaar geleden had ik mevrouw Kröger echt helemaal gelijk gegeven”, antwoordde Jetten. Inmiddels klopt die voorstelling van zaken volgens hem niet meer. Alleen al omdat hij naar eigen zeggen inmiddels de ministers van Volkshuisvesting en Infrastructuur op bezoek heeft gehad, die respectievelijk een miljoen woningen moeten bouwen cq. een landelijk dekkend laadnetwerk moeten uitrollen. Hun vriendelijke doch dringende verzoek aan Jetten: “Zullen we dat even meenemen in de prioritering?”

Provinciale MIEK’s

In de praktijk is de verbreding van het MIEK vooral terug te zien in plannen van de provincies, schrijft Jetten nu in zijn brief aan de Kamer. Afgelopen jaar hebben alle provincies de infrastructuurprojecten van regionaal belang op het gebied van energie in kaart gebracht. Zo ontstond een nieuwe laag naast het landelijke MIEK dat voornamelijk plannen bevat voor de verduurzaming van de industrie en de opwek van elektriciteit op zee.

Nieuwe projecten in het landelijke MIEK

Het kabinet heeft drie nieuwe projecten opgenomen in het landelijke MIEK.

  • Hoogspanningsverbinding Vierverlaten-Ens-Diemen. Dit betreft een uitbreiding van het hoogspanningsnet in Noord-Nederland, via een 380 kV-verbinding die grofweg loopt van de stad Groningen naar Amsterdam, via de Noordoostpolder.
  • Waterstofimportterminals Zeeland. Mikt op de realisatie en/of uitbreiding van vijf waterstofterminals voor opslag en doorvoer van geïmporteerde waterstof in de Zeeuwse havens van North Sea Port.
  • Warmtesysteem Zuid-Holland. Coördinatie van het warmtenet Zuid-Holland, een complex project waarbij verschillende sectoren, verdeeld over verschillende gemeenten zijn betrokken.

“Op dit regionale schaalniveau zie je dat naast industrieprojecten ook dienstverlening en (hightech) bedrijvigheid, woningbouw en mobiliteitsprojecten aanleiding geven om infrastructuur te prioriteren”, aldus Jetten.

De provincies werken intussen samen met netbeheerders en gemeenten verder aan hun plannen, zodat ze uiterlijk op 1 februari 2025 een nieuwe versie van de zogenoemde pMIEK’s klaar hebben. Dat is op tijd voor de volgende ronde investeringsplannen van de netbeheerders op de stroomnetten voor de periode 2026-2028.

Verdere verbreding

In de komende periode wil Jetten het MIEK-systeem verder laten ontwikkelen. Bijvoorbeeld om ruimte te maken voor grootschalige projecten die niet aan één sector gebonden zijn. Dat zijn projecten die het energiesysteem als geheel bedienen, bijvoorbeeld gelijkstroomverbindingen voor elektriciteit of een waterstofnetwerk op zee. Jetten wil hier een aparte “route” voor laten ontwikkelen binnen het MIEK.

Een ander punt is dat het maatschappelijk nut van bepaalde projecten nog duidelijker meegewogen moet kunnen worden voor opname in het MIEK. Op dit moment gebeurt dat op basis van een aantal criteria: de bijdrage aan het energiesysteem van de toekomst, de urgentie, de klimaatwinst en het schaalniveau.

Er zijn echter ook sectoren waar de potentiële klimaatwinst niet zo groot is, maar waar het toch belangrijk is om energie-infrastructuurprojecten uit te voeren, bijvoorbeeld vanwege de grote bijdrage aan de nationale economie. Jetten noemt Brainport Eindhoven als voorbeeld.

Het demissionaire kabinet besloot deze hightechregio in november al voorrang te geven bij het oplossen van congestieproblemen. Brainport werd toen niet opgenomen in het landelijke MIEK. “Wij gaan onderzoeken hoe het afweegcriterium maatschappelijk nut meegenomen kan in het afweegkader voor de toelating van projecten tot het MIEK vanaf 2024”, aldus Jetten.

Delen op sociale media