Het demissionaire kabinet start een interdepartementaal beleidsonderzoek naar welk beleid kan helpen om woningen in Nederland tijdig te verduurzamen én de energierekening betaalbaar te houden. Met het huidige beleid gaat dat niet lukken. Een eindrapport staat gepland in juli 2026.

Dat meldt minister Eelco Heinen van Financiën (VVD) in een brief aan de Tweede Kamer. De kans dat Nederland met het huidige beleid de doelen voor energiebesparing en CO₂-reductie in de gebouwde omgeving haalt in 2030, schat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) op respectievelijk 10% en 20%, aldus Heinen. Doordat energiebesparing en verduurzaming leiden tot een lagere energierekening, vergroot de huidige vertraging de kans op energiearmoede, constateert hij.
Bovendien is niet alleen het halen van het 2030-doel onzeker. Volgens EU-richtlijnen moeten in 2050 alle woningen energiezuinig zijn, zonder fossiele uitstoot en zo veel mogelijk met gebruik van hernieuwbare energiebronnen in of nabij het gebouw. Het huidige beleid is “nog onvoldoende” om dat doel te halen en tegelijkertijd de energietransitie betaalbaar te houden voor huishoudens, aldus Heinen.
IBO-werkgroep
Betrokken ministeries:
- Financiën,
- Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- Klimaat en Groene Groei
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Algemene Zaken
Betrokken instituten:
- Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)
- Centraal Planbureau (CPB)
Omdat er meerdere ministeries betrokken zijn bij beleid dat de woningmarkt raakt (zie kader), neemt het ministerie van Financiën nu het initiatief voor een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) energietransitie van de woningvoorraad richting 2050. In zijn brief aan de Kamer schetst Heinen welke opdracht hij geeft aan de ambtenaren van werkgroep.
Vier punten
Het IBO moet op vier punten helderheid geven. In de eerste plaats hoeveel CO₂-reductie en energiebesparing er precies nodig is, hoe groot de benodigde investeringen zijn om dat voor elkaar te krijgen en wat de uitdagingen zijn met betrekking tot de benodigde infrastructuur.
Ten tweede moet duidelijk worden voor welke woningen het efficiënter is om te verduurzamen via een collectieve oplossing (warmtenet) en voor welke een individuele oplossing beter past, zoals een warmtepomp. Voor de eerste categorie moet vervolgens duidelijk worden hoe de overheid ervoor kan zorgen dat een warmtenet – de optie met de laagste maatschappelijke kosten – ook voor individuele huishoudens de aantrekkelijkste optie is.
Het derde punt gaat over de betaalbaarheid van de energierekening. De werkgroep moet duidelijkheid geven over hoe de kosten en baten van de verduurzaming worden verdeeld tussen huishoudens, verwarmingstechnieken en generaties. Ook verschillen tussen woningeigenaars en huurders komen hier aan bod. Daarnaast moet helder worden hoe de overheid lagere-inkomensgroepen het best kan ondersteunen om energiearmoede tegen te gaan.
Tot slot gaat het IBO in kaart brengen wat de rol is van woningcorporaties, gemeenten en provincies, private verhuurders, huiseigenaren en financiële partijen, en welke randvoorwaarden de rijksoverheid moet stellen om de verschillende partijen te prikkelen om te doen wat nodig is voor het verduurzamen van woningen.
Werkgroep
Het IBO start deze maand en zal uiterlijk in juli 2026 een eindrapport presenteren. Daarin komen verschillende beleidsopties te staan, die zoveel mogelijk worden gepresenteerd in samenhang, in zogeheten varianten. Er zal ten minste een ‘budgetneutrale’ variant instaan, waarbij eventuele extra uitgaven door de rijksoverheid op dit onderwerp gecompenseerd worden door lagere uitgaven op andere deelonderwerpen binnen het klimaat- en energiebeleid.