Direct naar inhoud

Molengraaf (Alliander): ‘Gelijkheidsprincipe komt onder druk’ — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 7 april 2015
De inhoud van dit artikel is gemigreerd. Lijkt er iets mis te gaan, of onderdelen te missen? Neem dan contact met ons op.

Door de energietransitie komt het gelijkheidsprincipe steeds meer onder druk te staan, zegt Peter Molengraaf, CEO van netwerkbedrijf Alliander. De voordelen van zonnepanelen en het laden van elektrische auto’s komen slechts bij een beperkt aantal mensen terecht terwijl de kosten daarvan wel door iedereen worden gedeeld. Dat zorgt voor toenemende ongelijkheid.

HoogspanningsmastenOpening.jpg
Molengraaf_hires_tcm299-178212.jpg
Peter Molengraaf | Foto: Alliander

Het CV van Molengraaf leest als dat van een technicus aan de top. Studie technische informatica aan de TU Delft en MBA bij Erasmus Universiteit, commercieel directeur Shell Nederland en voorzitter Nuon netwerkbedrijf (nu Alliander). Commissaris bij Vopak en DNV GL, sinds vorig jaar ook voorzitter van Netbeheer Nederland. Je zou bijna verwachten dat hij arrogant of hooghartig is. In plaats daarvan zit een rustige, vriendelijke man aan tafel die langzaam formuleert en, mede vanuit zijn christelijke overtuiging, grote maatschappelijke betrokkenheid laat zien.

Wettelijke taak

Molengraaf vergelijkt de taken van een netbeheerder met die van Rijkswaterstaat. Die legt niet alleen efficiënt wegen aan maar houdt zich ook bezig met de benutting daarvan. ‘Onze maatschappelijke taak is in essentie hetzelfde: doorstroming goed regelen’, zegt hij. ‘Handel, productie en levering van elektriciteit en gas is niet onze zaak. Maar als je markten over netten goed wilt laten functioneren, dan moet je ook goed kijken naar welke nieuwe markten moeten ontstaan en hoe je de netten beter benut, met als uiteindelijk doel om de transporttarieven voor iedereen betaalbaar te houden.’

Volgens hem betekent dit dat diensten van dochterondernemingen als Allego (laadpalen) en Enwire (aflevering en verrekening van duurzame elektriciteit) niet de markt verstoren maar juist helpen te ontwikkelen. ‘Als we niets aan de laadinfrastructuur zouden doen, dan worden elektrische auto’s uitsluitend tussen vijf en zeven uur ‘s avonds opgeladen en krijg je pieken op het net. De investeringen die daarvoor noodzakelijk zijn, moeten we echter wel met z’n allen ophoesten.’

Socialisatie

Want dat is ten diepste wat Molengraaf zich afvraagt: functioneren de uitgangspunten zoals we die honderd jaar geleden voor het net hebben neergelegd, tegenwoordig nog wel? Nadat hotels en winkels de eerste kleinschalige particuliere netjes aanlegden, is in 1915 bij lokale en regionale overheden het idee ontstaan dat iedereen gelijke toegang tot het elektriciteitsnet moest krijgen. Dat principe gaat nog steeds op: netbeheerders als Liander rekenen één tarief en met dezelfde aansluitkosten voor elke klant, of die nu in Friesland of in Amsterdam-Zuid woont.

Door de energietransitie komt dat gelijkheidsprincipe steeds meer onder druk te staan. Weliswaar is het, in het licht van beteugeling van CO uitstoot en klimaatverandering, noodzakelijk om duurzame energiebronnen via subsidies en korting op aanschaf van elektrische auto’s te stimuleren, maar als dat aandeel steeds groter wordt en de periode voortduurt, dan komt gelijke toegang wel in de knel. Immers, de voordelen van zonnepanelen en het laden van elektrische auto’s komen slechts bij een beperkt aantal mensen terecht terwijl de kosten daarvan wel door iedereen worden gedeeld. Dat zorgt voor toenemende ongelijkheid.

Of dat ongewenst is, is een politieke uitspraak waartoe Molengraaf zich als netbeheerder niet wil laten verleiden. Toch laat hij er, vanuit een technische invalshoek, wel iets over los. ‘Misschien zou je moeten zeggen: we vinden het nog steeds belangrijk dat iedereen toegang heeft, maar als je een elektrische auto nu beslist tijdens de piek tussen vijf en zeven wilt opladen, en wij moeten daarvoor grote netinvesteringen doen, dan gaan we dat niet socialiseren, dan hoort dat gewoon bij de kosten van elektrisch rijden.’

Basisaansluiting

Om de laadproblematiek op te lossen, staan twee routes open: aan de kant van de eindgebruiker, of aan de zijde van de netbeheerder. ‘Je zou terug moeten naar de definitie van wat een basisaansluiting inhoudt’, licht Molengraaf toe. ‘Als je iets meer of iets anders wilt, dan moet je de maatschappelijke kosten daarvan ook in rekening brengen, vergelijkbaar met de keuzes bovenop een basisverzekering. Stimuli kunnen gedifferentieerde tarieven zijn. Je kan echter ook het aanbod doen dat automobilisten overdag sneller kunnen laden in ruil voor vertraging of stop tijdens de spitsuren. We zullen net zo lang aan het marktmodel moeten sleuren en trekken totdat we iets hebben gevonden waarbij mensen vrij kunnen kiezen terwijl we intussen een betrouwbare, betaalbare infrastructuur met gelijke toegang voor iedereen behouden. Ik zou bijna zeggen dat ik mijn werk als netbeheerder niet goed doe wanneer ik dergelijke marktontwikkeling links zou laten liggen: de eindgebruiker kan nu nog niet kiezen maar betaalt wel de rekening.’

Zwaartepunten

De zwaartepunten voor Alliander liggen de komende tijd, naast het reguliere werk en uitbreiding, in de puntjes op de i op de uitruil van netten met Enexis en het uitrusten van onderstations met ICT. Zo werd twee weken geleden een akkoord op hoofdlijnen gesloten om het Brabantse Endinet, tot nu toe van Alliander, in te ruilen tegen de gasnetten van Enexis in Friesland en de Noordoostpolder. ‘Op een klein plukje na, het gasnet Stedin in Dokkum, is nu heel Friesland in onze handen’, zegt Molengraaf. ‘Dat is voor de klant gemakkelijker en werkt voor ons efficiënter.’

Het grote werk komt de jaren erna, namelijk het plaatsen van ICT op de hele infrastructuur. Handen aan het net is immers één ding, meten en sturen een andere. Alliander heeft daarvoor investeringen in glasvezel en draadloze verbindingen gedaan, dat laatste onder meer om openbare verlichting in de toekomst lokaal aan te sturen. ICT heeft volgens Molengraaf twee grote voordelen.

‘Als ICT op de gehele infrastructuur is gezet, kunnen we beter op piektijden sturen en gerichter investeringsbeslissingen nemen’, zegt hij. ‘Omdat we het nu nog niet weten, worden er soms extra kabels aangelegd op plekken waar ze, achteraf gezien, misschien niet echt noodzakelijk waren. Ondertussen moeten we wel rekening blijven houden met zaken als privacy en veiligheid.’

Lange termijn

Netwerkbedrijven zijn van nature op de lange termijn gericht, met kabels die dertig, veertig jaar mee moeten gaan. Alliander stopt dan ook niet met investeringen wanneer de tarieven dalen, gaat evenmin extra investeren als de tarieven stijgen. Molengraaf verklaart. ‘Als we gaan meebewegen met de zaagtandcurve – drie jaar stijgende investeringen bij stijgende nettarieven – lopen we het risico dat we nu eens veel, dan weer te weinig werk hebben en dat we mensen moeten ontslaan, vakmensen die we waarschijnlijk niet meer terug krijgen. Je moet er dus een beetje doorheen kijken. Gelukkig hebben we daarvoor de financiële ruimte die op de lange termijn natuurlijk wel moet kloppen. Dat kan alleen door efficiënt te werken.’

In dat licht moet het beroep dat de netbeheerders via het CBB (College van Beroep voor het Bedrijfsleven) tegen het besluit over de tarieven van toezichthouder ACM hebben aangespannen gezien worden. Voor de periode 2014 – 2016 mogen netbeheerders van de toezichthouder minder hoge tarieven bij hun klanten in rekening brengen. Een complexe kwestie die energienieuwsdient Energeia op 6 maart naar voren bracht en dat in essentie gaat over hoe de rente wordt berekend.

‘De toezichthouder heeft de rentevergoeding op de korte termijn berekend’, licht Molengraaf toe. ‘Maar omdat wij op de lange termijn investeren en ook nog oude leningen hebben, zijn onze rentekosten ook niet gerelateerd aan de laatste paar jaar. Je kan het verhaal ook omkeren: als de rente straks weer omhoog gaat, kijkt ACM dan ook naar de korte termijn of neemt het een veel langere periode in acht? Je gaat investeringen die je voor de komende dertig, veertig jaar doet, immers niet kort financieren. Dat doen banken ook niet bij hypothecaire leningen.’ Over een half jaar spreekt het CBB zich uit over de herberekening van de toezichthouder.

Warmtenetten

Ondertussen gaat het kabinet, om iets minder afhankelijk van het aardgas uit Groningen te worden, het gebruik van restwarmte voor de verwarming van woonhuizen en bedrijven stimuleren, zo staat in de Warmtevisie die minister Kamp van Economische Zaken vorige week naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Volgens de minister is dat tevens een mooi moment omdat veel gasnetten in grote steden aan vervanging of renovatie toe zijn.

De aanleg van warmtenetten is echter een kostbare operatie waar grote leveringsbedrijven, nu ze zo weinig vlees op de botten hebben, terughoudend in zijn. Zo kost het warmtenet Nijmegen voor 4.000 nieuwbouwhuizen, oplopend naar zo’n 14.000, ruim honderd miljoen euro, waarvan Nuon zo’n tachtig miljoen heeft opgebracht (de rest komt van de gemeente, het Rijk en Alliander). Garanties vanuit de overheid zijn voor de lange termijn daarom noodzakelijk, evenals continuïteit vanuit de markt.

Molengraaf is blij met de Warmtevisie van Kamp. ‘Dit maakt de problematiek zichtbaar, de keuzes die we de komende decennia zullen moeten maken. Gaswinning in Groningen neemt misschien sneller af dan aanvankelijk gedacht. Met onder andere het nieuwe, door de minister geopende warmtenet in Nijmegen spelen we daarop in. Het is een open warmtenet, iedereen mag er onder gelijke condities op. Zo scheppen we een regionale warmtemarkt. En door de diversiteit van bronnen – uiteenlopend van geothermie, restwarmte van ARN tot aan die van elektriciteitscentrales – zorg je ervoor dat de kans op continuïteit wordt vergroot.’

Honderd jaar

In het kader van haar 100-jarig bestaan zal Alliander de komende tijd meer bekendheid geven aan het werk aan de netten. ‘Veel van onze medewerkers komen in het nieuws bij calamiteiten, als het net soms niet werkt’, besluit Molengraaf. ‘Dit is een prima gelegenheid om het publiek te laten zien wat er achter de schermen gebeurt, hoe duurzame energiesystemen tot stand komen. Ik kan niet voorspellen hoe Alliander er over honderd jaar uit zal zien. Eén ding staat echter als een paal boven water: ook over honderd jaar zullen er netbeheerders zijn die de energiemarkt – zowel voor bewoners als voor de bedrijven – zullen faciliteren.’