Direct naar inhoud

Natuur & Milieu: minder focus op basisindustrie, meer op hoogwaardige productie — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 26 juni 2023

Een fossielvrije industrie is mogelijk in Nederland, maar dan moet de focus wel verschuiven van de basisindustrie naar nieuwe industrie en hoogwaardige productie. Kort gezegd: maak halffabricaten als ruwijzer en aluminium niet zelf, maar importeer ze, en doe in Nederland de minder energie-intensieve verwerking tot eindproduct.

Overhandiging van de toekomstvisie in Nieuwspoort. Vlnr: minister Micky Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat (VVD), Natuur & Milieu-directeur Marjolein Demmers en Michèlle Prins, programmaleider industrie bij Natuur & Milieu. (Foto: Marco De Swart)

Dat staat in een verkennend onderzoek van CE Delft, uitgevoerd in opdracht van Natuur & Milieu. Marjolein Demmers, directeur van de milieuorganisatie, overhandigde de toekomstvisie deze maandag aan minister Micky Adriaansens (Economische Zaken en Klimaat, VVD).

Het document is nadrukkelijk bedoeld als een aanzet tot discussie over de toekomst van de Nederlandse industrie. “We moeten dit gesprek publieker gaan voeren”, aldus Demmers. “Door de maatwerkaanpak van het kabinet ontstaat op zijn minst de indruk dat het beleid zich richt op de bestaande industrie. De discussie daarachter, over welke industrie we in de toekomst willen in Nederland, blijft een beetje buiten beeld.”

Adriaansens kon zich wel vinden in die oproep, al voegde ze er meteen aan toe dat het kabinetsbeleid veel breder is dan de maatwerkaanpak die zich richt op de twintig grootste uitstoters van Nederland. “Er gebeurt veel op alle vlakken, van ontwikkelingssubsidies voor de prille fase van duurzame technieken, tot ondersteuning bij de opschaling en de uiteindelijke uitrol ervan.”

Fossielvrij in 2037

Natuur & Milieu vroeg CE Delft een toekomstbeeld op te stellen van een fossielvrije Nederlandse industrie in 2037. Dat jaartal is gebaseerd op het jaar waarin het koolstofbudget voor Nederland opraakt, ervan uitgaande dat de wereldwijde temperatuurstijging beperkt moet blijven tot 1,5°C.

Daarmee gaat de verduurzaming die Natuur & Milieu voor ogen heeft sneller dan bijvoorbeeld het Europese emissiehandelssysteem EU-ETS, dat bedrijven dwingt tot netto nul uitstoot in 2040. Een belangrijk verschil is dat bedrijven in het laatste geval nog steeds fossiele brandstoffen kunnen gebruiken, mits ze de CO₂-uitstoot daarvan afvangen en opslaan (CCS). Het onderzoek van CE Delft gaat echter uit van een situatie zonder CCS. “Fossielvrij is precies wat het zegt: een complete stop op het gebruik van alle fossiele brandstoffen en grondstoffen”, leest het document.

Concurrentiepositie verandert

“In een wereld waarin alles hernieuwbaar is, is elektriciteit in Nederland kostbaar ten opzichte van andere landen”

Rapport CE Delft

De concurrentiepositie van de Nederlandse industrie verandert wezenlijk door de transitie naar fossielvrij, schrijven de onderzoekers. “In een wereld waarin alles hernieuwbaar is, is elektriciteit in Nederland kostbaar ten opzichte van landen met meer zon- en/of winduren en meer ruimte voor hernieuwbare energieopwekking.”

Als gevolg ziet CE Delft kansen voor een aantal sectoren: ten eerste de verwerking van energie-intensieve halffabricaten naar eindproducten, maar bijvoorbeeld ook voor de elektrificatie van sectoren die wél energie-intensief zijn, maar hoge transportkosten hebben, zoals de keramische industrie en de glasindustrie. Daarnaast ziet het rapport kansen voor nieuwe industrieën, zoals groenewaterstofproductie, hoogwaardige recycling van onder meer kunststoffen, en -in beperkte mate- biobrandstoffen.

Daar staat tegenover dat het economisch voordeliger wordt om bepaalde halffabricaten te importeren in plaats van in Nederland te produceren. Het gaat om: aluminium en zink, ruwijzer, ammoniak en methanol, synthetische brandstoffen en polymeren. Verder veranderen de grondstoffen en processen voor de fossiele organische basischemie zodanig dat een groot deel van de productie naar het buitenland verplaatst, aldus de onderzoekers. Fossiele raffinage verdwijnt uit Nederland, “omdat de huidige installaties niet geschikt zijn om de nieuwe biobased producten te produceren.”

Kritiek

“In Mauritanië ligt bij wijze van spreken nog geen enkele kabel, dus ik weet niet of het daar nou zo hard gaat”

BP Nederland-CEO Karen de Lathouder

Het debat dat Natuur & Milieu voor ogen had, werd tijdens de presentatie van de plannen al meteen aangezwengeld. Tijdens een paneldiscussie wees BP Nederland-CEO Karen de Lathouder erop dat een raffinaderij eigenlijk een verzamelnaam is voor een hele hoop fabrieken, waarvan sommige juist bij uitstek geschikt zijn om de verduurzaming van de industrie vorm te geven. “Raffinaderijen zijn bijvoorbeeld hele geschikte plekken voor elektrolysers.”

Volgens haar is het te eenzijdig om alleen te kijken naar het potentieel van een land om goedkoop hernieuwbare elektriciteit en waterstof te maken. Investeringsbeslissingen hangen immers ook af van de stabiliteit van een land, het beleid en de aanwezigheid van afnemers. “In Mauritanië ligt bij wijze van spreken nog geen enkele kabel, dus ik weet niet of het daar nou zo hard gaat”, aldus De Lathouder.

Volgens haar is de industrie in het zogenoemde ARRRA-cluster (Antwerpen-Rotterdam-Rijn-Ruhr-area) sterk met elkaar verbonden. “Daar zit veel kracht in. Als de sneeuwbal daar eenmaal gaat rollen, dan komt er veel meer bij elkaar.”

2037 ‘ambitieus’

Gert Jan Kramer, hoogleraar duurzame energie aan de Universiteit Utrecht en mede-initiatiefnemer van het Sustainable Industry Lab, noemt het doel van een fossielvrije industrie in 2037 “ambitieus”. De keuze heeft volgens hem nadelige kanten, voornamelijk de terugtrekking uit de basisindustrie. De onderzoekers gaan er wat hem betreft sowieso wat gemakkelijk van uit dat er in 2037 elders op de wereld genoeg halffabrikaten duurzaam geproduceerd worden. “Waar dan?”, vroeg hij zich retorisch af.

Eigen onderzoek

Gert Jan Kramer werkt aan een eigen onderzoek over de toekomst van de Nederlandse industrie, dat volgende maand uitkomt. Dat onderzoek bevat niet zozeer een visie, als wel een uiteenzetting van keuzes en de gevolgen daarvan, zegt de hoogleraar.

In maart gaven Kramer en zijn collega Sanne Akerboom van het Sustainable Industry Lab alvast een voorschot op de resultaten, in het Energeia-artikel ‘Hebben we dat allemaal wel nodig?’

Kramer beaamt dat Nederland niet in de zogenoemde “sun belt” ligt, het gebied met landen die een groot potentieel hebben voor zonne-energie. Daar staat tegenover dat Nederland met de Noordzee veel windpotentieel heeft. “Daarmee zou je de basisindustrie kunnen behouden.”

Directeur Demmers van Natuur & Milieu beaamt dat 2037 relatief snel is. “Ik zou willen dat de tipping points verder weg lagen, maar dit is wat wetenschap ons zegt”, zegt ze. Als Nederland als rijk land er al niet in slaagt om binnen het doel van anderhalve graad opwarming te blijven, dan lukt het wereldwijd sowieso niet, zegt ze. “Daarom zeggen wij dat we op onze kracht moeten inzetten. Dat is kennis en hoogwaardige producten. En dan doen we de ontwikkeling van basisproducten in landen waar het goedkoper kan.”