Direct naar inhoud

Nieuwe uitspraak laat zien dat WKO buiten huurcontract kan blijven

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 5 februari 2024

Woningcorporaties worstelen met het verrekenen van kosten voor WKO-installaties na verschillende gerechtelijke uitspraken. Een nieuwe uitspraak lijkt weer lucht te bieden.

Het begon allemaal met een rechtszaak tussen woningcorporatie Acantus en een Groningse huurder, die bezwaar maakte tegen de berekende onderhouds- en kapitaalskosten voor een WKO-installatie. In de zaak botsten bepalingen uit het huurrecht en de Warmtewet. De Hoge Raad bepaalde uiteindelijk dat het huurrecht voorrang moest krijgen, en dat had tot gevolg dat de woningcorporatie niet langer kapitaals- en onderhoudskosten van de WKO-installatie als servicekosten mocht rekenen.

Sindsdien worstelen de woningcorporaties dus met de vraag wat precies wel en niet mag als het gaat om het in rekening brengen van de kosten voor een dergelijke WKO-installatie. Een mogelijke oplossing zou het model zijn waarbij warmteleverancier en woningcorporatie van elkaar werden gescheiden. Maar de rechtbank Midden-Nederland zette daar eerder een streep doorheen, terwijl de rechtbank Gelderland in een vergelijkbare zaak juist wel oordeelde dat de gekozen constructie de toets der wet kon doorstaan.

Buizen van een WKO-systeem, ten tijde van de aanleg in Amsterdam. Dit systeem heeft geen relatie met het de zaak in het artikel. (Foto: Berlinda van Dam/ANP)

Nu komt de rechtbank Zeeland-West-Brabant in een zaak over vastrecht voor een WKO-installatie tussen Hef Wonen (het voormalige Vestia) en een huurder tot de conclusie dat in die zaak het hele Acantus-arrest niet van toepassing is. Hef Wonen is namelijk niet de warmteleverancier, oordeelt de rechtbank. Dat is dochtermaatschappij Verantwoord Wonen. En ondanks het feit dat de twee dus onderdeel zijn van hetzelfde concern, wil dat niet zeggen dat de twee ook als één geheel moeten worden gezien. De rechtbank schrijft: “Uitgangspunt is immers dat elke rechtspersoon drager is van eigen rechten en plichten.”

“Het Acantus-arrest gaat uit van een stapeling van verschillende omstandigheden”, zegt huurrechtadvocaat Pepijn Eymaal van VBTM Advocaten. “De belangrijkste is dat de verhuurder en de warmteleverancier één partij zijn. De rechtbank Zeeland-West-Brabant zegt: deze zaak is anders dan de Acantus-zaak, want het zijn niet dezelfde partijen. Dat is belangrijk.”

Eymaal wijst ook op een eerdere uitspraak, die nog van voor het Acantus-arrest dateert, waarin de rechtbank bepaalde dat woonruimteverhuur en een contract voor warmtevoorziening twee verschillende zaken waren. Eymaal, die ook nog het voorbeeld van een stadswarmtecontract noemt, zegt: “Dat je met meerdere partijen tegelijk contracteert om bewoning mogelijk te maken is een doodgewoon gegeven.” De WKO-installatie is buiten de huurovereenkomst gehouden, merkt ook een andere advocaat op die Energeia raadpleegde. Het is daarmee dus geen “onroerende aanhorigheid”, zoals door het Hof voorafgaand aan het Acantus-arrest wel was bepaald voor díe zaak.

Dat wil niet zeggen dat met deze uitspraak alles nu duidelijk is. Eymaal merkt op dat advocaten en rechtbanken van oordeel kunnen verschillen. “Daarom zijn er hogere instanties, waar je in beroep kunt gaan.” Navraag bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden leert dat er tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, die dus een streep leek te zetten door de optie van een gescheiden verhuurder en warmteleverancier, hoger beroep is ingesteld.

Corporatiekoepel Aedes laat weten dat elk van de uitspraken een specifieke casus betreft. Dat bemoeilijkt het trekken van algemene conclusies. De koepel is daarom in gesprek met de ministeries van Binnenlandse Zaken en Economische Zaken en Klimaat, om meer helderheid te krijgen over de regelgeving. Eerder leek demissionair minister Hugo de Jonge niet genegen tot ingrijpen, bleek uit antwoorden die hij aan de Tweede Kamer stuurde. Maar Aedes stelt dat er desondanks toch gesprekken lopen.

Laatste artikelen

Delen op sociale media