Direct naar inhoud

Onderzoek: aanscherping ETS mogelijk niet genoeg om klimaatdoel te halen — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 26 januari 2022

De aanscherping van het Europese emissiehandelssysteem EU-ETS gaat mogelijk niet ver genoeg om de doelen van Fit for 55 te halen. Dat schrijft het Belgische adviesbureau Climact na een analyse van het voorstel van de Europese Commissie. In het slechtste geval dalen de emissies voor de sectoren onder het ETS tot 2030 met 57%, in plaats van de voorziene 62% die nodig is om het overkoepelende 55%-doel te halen.

Climact voerde een eerste analyse uit van de voorstellen van de Europese Commissie op het gebied van het ETS, in opdracht van de European Climate Foundation. Het bureau ontwikkelde een model waarmee het de werking van het ETS kan simuleren. De aannames onder dit model sluiten waar mogelijk aan bij de beleidsscenario’s van de Europese Commissie.

Het gaat hier om het bestaande ETS waar onder meer de industrie en de elektriciteitsproductie onder vallen, niet om het nieuw op te richten ETS voor de gebouwde omgeving en de transportsector.

Surplus groeit na 2026

De crux in de analyse van Climact zit hem erin dat het surplus aan rechten op de markt aanvankelijk zal dalen, maar tussen 2026 en 2030 weer zal stijgen. Dit heeft een aantal redenen. Ten eerste blijven de emissieniveaus naar verwachting “aanzienlijk” onder het emissieplafond voor het grootste deel van de periode 2021 tot 2030. Ondanks de aanscherpingen in Fit for 55.

Het plafond voor het maximale aantal emissierechten dat jaarlijks wordt uitgegeven daalt in het huidige systeem met 2,2% per jaar, tot er in 2050 geen emissierechten meer worden uitgegeven. De Europese Commissie wil die afbouw versnellen naar 4,2% per jaar, en daarbovenop een eenmalige verlaging van het plafond doorvoeren. Desondanks zal er in de eerste jaren van dit decennium sprake zijn van een overschot aan rechten, denken de onderzoekers.

Buffermechanisme en stabiliteitsreserve

De tweede reden is het buffermechanisme dat elk jaar 3% van de rechten uit de markt haalt om in geval van nood (lees: grote vraag) in te zetten als gratis emissierechten. Als de buffer niet (geheel) nodig is, komen de overgebleven rechten met een omweg alsnog op de markt in de periode 2026 – 2030, schrijven de onderzoekers. Het werkelijke aanbod van emissierechten komt daardoor in een aantal van die jaren hoger uit dan het officiële plafond.

(Foto: Anne Nygård/Unsplash)

Ten derde speelt het marktstabiliteitsreserve (MSR) een rol. Dit mechanisme is na 2008 in het leven geroepen om te voorkomen dat door externe factoren zoals een kredietcrisis een overvloed aan emissierechten zou ontstaan, wat de prijs op een ongewenste manier zou drukken.

In de praktijk bepaalt de Europese Commissie elk jaar op 15 mei het aantal ETS-rechten in omloop. Als dit hoger is dan bepaalde drempelwaarden, wordt een bepaald percentage aan CO₂-rechten uit de markt gehaald en in de MSR geplaatst. Afhankelijk van overschotten of tekorten kunnen deze rechten na verloop van tijd weer terugvloeien naar de markt of helemaal worden afgeschreven. De onderzoekers voorzien dat de MSR tot aan 2026 aanzienlijke volumes rechten uit de markt zal halen en daarna veel minder.

Drempelwaarde of uitstootplafond verlagen

Het voorziene surplus aan rechten kan ertoe leiden dat het doel voor 2030 voor de ETS-sectoren niet wordt gehaald. Dat doel is een reductie van 62% ten opzichte van 2005, maar in het slechtste geval komt de reductie hiermee uit op 57%, stellen de onderzoekers. Hoewel ze zelf spreken van een “theoretisch scenario” waarvan het maar de vraag is of het zal uitkomen, doen ze toch twee aanbevelingen om het ETS-systeem “verder te versterken”.

De eerste optie is om een grotere eenmalige verlaging van het emissieplafond door te voeren in 2024, wanneer de aanscherping in werking zou moeten treden. Volgens de onderzoekers zou het verstandig zijn het plafond in lijn te brengen met de verwachte uitstoot in dat jaar. In de huidige plannen zou het emissieplafond in dat jaar een stuk boven de verwachte uitstoot liggen.

Concreet stellen de onderzoekers voor 300 miljoen rechten minder uit te geven in 2024. Dat zou ook een minder snelle afbouw van het emissieplafond mogelijk maken, namelijk met 2,9% per jaar in plaats van 4,2%.

De tweede optie zou zijn om de MSR-drempelwaarden te verlagen. De onderzoekers stellen voor om deze drempelwaarden niet statisch te houden, zoals de Commissie voorstelt, maar vanaf 2024 te laten krimpen, in tandem met het emissieplafond.

Op dit moment is het zo dat 24% van de rechten uit omloop verdwijnt als het totaal aantal rechten in omloop hoger is dan 1.096 miljoen. Is het aantal rechten tussen de 1.096 miljoen en de 833 miljoen, dan verdwijnt het gedeelte boven de 833 miljoen in de MSR. Tussen de 833 miljoen en 400 miljoen rechten gebeurt er niks, en als het aantal rechten in omloop kleiner is dan 400 miljoen, vloeien er 100 miljoen rechten uit de MSR terug naar de markt.

Behoud flexibiliteit

Jos Cozijnsen, emissie-expert van de Climate Neutral Group, vreest dat de voorgestelde maatregelen “de flexibiliteit uit het systeem” zouden halen. “Je moet toch een beetje handelsruimte overhouden. Want je hebt rechten nodig voor emissies, maar je moet ook zorgen dat je genoeg liquiditeit in het systeem behoudt.”

Daarnaast vreest hij dat een een te krap ETS-budget (lees: een te hoge CO₂-prijs) averechts kan werken. “Zeker als er schokken van buitenaf komen, moeten bedrijven wel gewoon kunnen blijven ondernemen en innoveren. Nu stijgt de inflatie bijvoorbeeld, als je dan ook nog een keer een heel hoge CO₂-prijs moet betalen, dan is het niet meer te betalen.”

Volgens Cozijnsen ligt het in de lijn der verwachtingen dat met het voorstel van de Commissie wel degelijk de doelen gehaald zullen worden. “Innovatie gaat eerder sneller dan langzamer, dus ik ga ervan uit dat ze niet het hele budget gebruiken.” Het risico dat de innovatie toch tegenvalt en de doelen niet gehaald worden, zou hij op de koop toe willen nemen. “In dat geval zou je altijd nog emissierechten kunnen kopen op een andere markt.”