Direct naar inhoud

Overheid stimuleert olie- en gasindustrie in het buitenland — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 21 juni 2017

De Nederlandse overheid garandeert via het exportkredietgenootschap vooral projecten die ten goede komen aan de olie- en gasindustrie. Projecten voor hernieuwbare energie zijn goed voor slechts 1% van de totale garantiesom in de periode 2012-2015, blijkt uit een rapport van non-profitorganisatie Both Ends. Het ministerie van Financiën laat weten dat het genootschap “vraaggestuurd” is.

Het exportkredietgenootschap geeft garanties en verzekeringen af voor investeringen die het Nederlandse bedrijfsleven in het buitenland doet. Dat gaat dan met name om de landen buiten Europa, al zijn er ook projecten binnen Europa en zelfs een enkel project binnen Nederland, zoals het bouwen van schepen voor een opdrachtgever buiten Nederland. Both Ends heeft op basis van de bedragen waarvoor het exportkredietgenootschap Atradius Dutch State Business garanties en verzekeringen heeft verleend  welke sectoren het meeste steun ontvangen.

Dat blijkt, met stip op één, de olie- en gassector te zijn. Both Ends berekent dat het in de periode 2012-2015 gaat om een totale som van €11,11 mrd, waarvan €7,37 mrd voor de energiesector. Daarvan is weer €7,284 voor de fossiele sector bestemd, met als grootste klapper een floating production, storage and offloading– of FPSO-schip van €1 mrd met als bestemming olievelden voor de kust van Brazilië. De duurzame energiesector ontving garanties en verzekeringen voor een totaalbedrag van €86 mln, driekwart procent van het totale bedrag en 1,2% van het bedrag voor de energiesector.

Een gotspe, vindt de NGO, aangezien Nederland zich heeft verplicht om CO2-uitstoot terug te dringen en het beleid van het exportkredietgenootschap afkomstig is van de ministeries van Financiën en Buitenlandse Zaken. Het exportkredietgenootschap zou zich volgens Both Ends geheel terug moeten trekken uit de olie- en gassector, te beginnen nu en af te ronden in 2020.

Het ministerie van Financiën laat in een reactie weten zich niet te herkennen in de cijfers van de NGO. “Both Ends en het ministerie hanteren verschillende definities”, zegt Financiën-woordvoerder Elise van den Bosch. Both Ends rekent bijvoorbeeld het uitbaggeren van een haven om olie- en gastankers toe te laten ook toe aan de olie- en gassector. In de beleidstoelichting van het exportkredietgenootschap wordt overigens erkend dat het een sterke concentratie kent in de olie- en gassector.

Daar wordt echter iets aan gedaan, aldus woordvoerder Van den Bosch. Het genootschap is weliswaar vraaggestuurd, maar dat wil niet zeggen dat de vraag niet kan worden beïnvloed. Zo is Atradius aanwezig op beurzen en maakt de organisatie reclame om de eigen bekendheid binnen de duurzame sector te vergroten. Ook neemt het exportkredietgenootschap deel aan het fonds Climate Investor One dat institutionele beleggers moet stimuleren om te investeren in duurzame energieprojecten in ontwikkelingslanden.