Direct naar inhoud

SODM: gebruik aardgasnet voor waterstof levert geen onoverkomelijke problemen op — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 27 januari 2023

Het gebruik van het bestaande aardgasnet voor waterstof om huizen te verwarmen bij een proefproject in Lochem levert “aandachtspunten” op maar geen onoverkomelijke problemen. Dat zegt de Debby van der Pluijm, coördinator waterstof bij het Staatstoezicht op de Mijnen (SODM), verantwoordelijk voor de controle op het project.

Netbeheerder Liander test bij tien woningen in Lochem het gebruik van waterstof voor verwarming -koken gebeurt op elektriciteit. De waterstof wordt aangevoerd via bestaande aardgasleidingen, juist omdat Liander wil testen of deze leidingen hiervoor geschikt zijn. Voorlopig is de conclusie dat dit kan, zegt Van der Pluijm van SODM, dat is aangesteld als toezichthouder op het project. Waterstof heeft geen eigenschappen waardoor aardgasleidingen niet gebruikt zouden kunnen worden, en aan waterstof wordt in dit geval dezelfde geurstof toegevoegd als aan aardgas om mensen op lekken te attenderen.

Wel ligt het project in Lochem onder een vergrootglas. “Met aardgas hebben we een trackrecord van zestig jaar waarin we hebben gezien hoe beheersmaatregelen werken en wat effectief is. Bij waterstof in de bebouwde omgeving hebben we dat nog niet”, zegt Van der Pluijm. “Dit lijkt een open deur, maar is het niet.” SODM is niet alleen verantwoordelijk gesteld voor het toezicht op het gebruik van waterstof in deze gasleidingen naar woningen, maar ook bijvoorbeeld voor toezicht op de productie van waterstof op zee waar nu ook mee wordt geëxperimenteerd en de opslag van waterstof in de diepe ondergrond.

Dit blijkt als Van der Pluijm ingaat op de details van het toezicht. Zo zijn de verschillen tussen waterstof en aardgas zorgvuldig bestudeerd. Waterstof is lichter en vervliegt sneller dan aardgas, en ontbrand minder snel waardoor de kans dat waterstof explodeert kleiner is, aldus Van der Pluijm, maar als waterstof explodeert is de impact wel groter. Qua risico zijn die twee aspecten -kans en effect- tegen elkaar weg te strepen. Wel heeft waterstof het voordeel dat er bij verbranding geen koolmonoxide vrij kan komen zoals bij aardgas. “Er is dus geen risico op koolmonoxidevergiftiging.”

Details zijn er ook als het gaat om de leidingen naar niet meer dan tien huizen die meedoen aan de proef. Zo meldt Van der Pluijm dat Liander “tijdens het testen van de leidingen drie kleine lekkages [heeft] ontdekt die keurig zijn gedicht”. Haar conclusie: “Goed dat er vooraf zo nauwkeurig gecontroleerd wordt.”

Een zelfde detail lijkt te zijn dat monteurs goed oog moeten hebben voor de leidingen die voor waterstof en voor aardgas worden gebruikt. Er lopen nu leidingen voor beide door de straat -de proef wordt als gezegd gedaan met tien huizen, de rest van de wijk ontvangt gewoon aardgas. De huizen moeten na afloop van de proef ook weer terug kunnen op aardgas.

De proef in Lochem is een van vier waterstofpilots in de gebouwde omgeving die momenteel worden uitgevoerd. De andere drie zijn gelijkelijk verdeeld over de regionale netbeheerders: Stad aan ’t Haringvliet (Stedin, 600 woningen), Hoogeveen (Rendo, maximaal 200 woningen) en Wagenborgen (Enexis, 50 tot 60 woningen).

De straat in de Lochemse wijk Berkeloord waar een tiental woningen meedoet aan een proefproject om aardgas te vervangen door waterstofgas voor verwarming van woning en tapwater. (Foto: Jack Tillmanns/Liander)