Direct naar inhoud

Speciaal coördinator moet flexibel gebruik van stroomnet vlot trekken — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 23 juni 2023

De capaciteitsproblemen op het elektriciteitsnet zullen nog jaren aanhouden, en het flexibel gebruik van het stroomnet komt nog maar mondjesmaat van de grond. Om flexibel verbruik te stimuleren, stelt minister Rob Jetten (Klimaat en Energie, D66) daarom deze zomer een speciale coördinator flexibiliteit aan die moet helpen onzekerheden bij het investeren in flexibiliteit op te lossen.

Jetten schrijft dat in een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij een update geeft over het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN). Het LAN is eind vorig jaar in het leven geroepen en is bedoeld om alle maatregelen voor de aanpak van netcongestie te coördineren en de samenwerking te bevorderen tussen alle partijen die hierin een rol spelen, van netbeheerders en overheden tot de ACM en alle netgebruikers.

In de brief schetst Jetten allereerst de ernst van het probleem. Al jaren is duidelijk dat het netbeheerders niet lukt om de groei van de vraag naar transportcapaciteit bij te benen: de bouw van wind- en zonneparken en de installatie van zonnepanelen op daken, warmtepompen en andere verbruiksinstallaties gaat veel sneller dan dat netbeheerders nieuwe kabels en transformatorstations kunnen bijbouwen.

Werkzaamheden van Tennet aan het elektriciteitsnet bij Lelystad vorig jaar. (Foto: Sander Koning/ANP)

Zo werd bij hoogspanningsnetbeheerder Tennet in 2022 voor 53 GW aan transportcapaciteit aangevraagd, terwijl dit in eerdere jaren zo’n 6 tot 8 GW was. Er staan nu zo’n 5.600 bedrijven op een wachtlijst voor een nieuwe of zwaardere aansluiting, omdat er geen capaciteit voor hen beschikbaar is. In alle provincies is op dit moment in meer of mindere sprake van een tekort aan netcapaciteit, met als meest recente ontwikkeling een vooraankondiging van congestie die netbeheerder Enexis deze week in Overijssel deed voor afname van elektriciteit.

Flexibiliteit gaat niet vanzelf

De situatie dat er meer vraag naar transportcapaciteit is dan de netbeheerders kunnen bieden, zal naar verwachting zeker tot 2030 aanhouden. In de tussentijd is het zaak het net zo efficiënt mogelijk te gebruiken, want ook in gebieden waar transportschaarste is, is er het grootste deel van de tijd wel transportcapaciteit beschikbaar. Alleen op piekmomenten is er daadwerkelijk sprake van congestie. Grootverbruikers én consumenten moeten hun verbruik daarom zoveel als mogelijk verschuiven naar die momenten dat het net minder intensief gebruikt wordt. Maar dat gaat niet vanzelf, constateert Jetten.

“Flexibiliteit is de sleutel om te voorkomen dat Nederland op slot gaat tijdens de verbouwing van het elektriciteitsnet”, schrijft Jetten. Maar de afgelopen maanden is steeds duidelijker geworden dat het netbeheerders niet goed lukt om voldoende flexibiliteit los te krijgen bij bedrijven. Er worden hier en daar wel flex-contracten gesloten, maar lang niet zoveel als nodig is.

Volgens Jetten is het niet alleen de businesscase voor flexibiliteit die bedrijven tegenhoudt, maar vooral ook de cultuurverandering die er voor nodig is. “De permanente beschikbaarheid van het net en betaalbare elektriciteit is decennialang de norm geweest”, aldus Jetten, “en bijna alle processen in de economie en de samenleving zijn daarop ingericht”. Dat maakt het “technisch complex om een verbruiksprofiel aan te passen van constant energieverbruik naar flexibel verbruik”, maar het vergt bovendien “een heel andere manier van denken en doen”.

Om deze denksprong te maken, wil Jetten een speciale coördinator flexibiliteit aanstellen: “De urgentie om het aanbod van flexibele capaciteit te vergroten is groot. Tegelijkertijd begrijp ik de terughoudendheid van bedrijven om dit aan te bieden”, schrijft Jetten. “Daarom benoem ik nog deze zomer een speciaal coördinator flexibiliteit die in verschillende regio’s met de netbeheerders aan de slag gaat om gericht (clusters van) bedrijven te benaderen en met ze in gesprek te gaan.”

Naast de aanstelling van een speciaal coördinator wordt in het LAN ook specifiek aandacht besteed aan flexibiliteit bij de grote industrieclusters. Hiervoor kondigt Jetten onder meer een onderzoek aan naar de “knelpunten en onzekerheden bij investeren in flexibiliteit in de industrie”, waarvan de resultaten eind dit jaar verwacht worden.

Stikstofuitzondering

Behalve aan flexibiliteit wordt in het LAN ook gewerkt aan het oplossen van knelpunten die de snelle uitbouw van het elektriciteitsnet in de weg zitten. Dat zijn bekende bottlenecks als personeelsschaarste, lange vergunningenprocedures en ruimtegebrek, maar ook de stikstofproblematiek zorgt voor vertraging een groot deel van de netuitbreidingsprojecten.

Jetten laat daarom in de brief aan de Kamer weten dat het kabinet verkent “of het mogelijk is om […] geen of minder beperkingen op te leggen aan energietransitieprojecten die op korte termijn een toename van stikstofuitstoot en -depositie veroorzaken, maar op de langere termijn een substantiële afname leveren en bijdragen aan natuurherstel”.

Netbeheerders vragen al langer om een uitzondering voor energie-infrastructuur van de stikstofregels, en de derde herziening van de Europese hernieuwbare energierichtlijn (REDIII) lijkt daar volgens Jetten wel ruimte voor te bieden. Er zou daardoor, mits er een plan-MER is, geen passende beoordeling meer nodig zijn voor energie-infrastructuur in aangewezen gebieden. “Dat kan -na implementatie- betekenen dat er geen vergunningplicht meer geldt voor de kleine en tijdelijke stikstofdeposities bij de bouw van deze energie-infrastructuur, maar hiervoor is dan een wetswijziging noodzakelijk”, aldus Jetten.

Maakbaarheidsgat

In zijn brief besteedt Jetten tot slot ook aandacht aan het “maakbaarheidsgat”, het gat tussen wat er aan netuitbreidingen moet gebeuren en wat netbeheerders daadwerkelijk kunnen realiseren. Bij de presentatie van het LAN vorig jaar ontbrak volgens brancheverenigingen Energie-Nederland en VEMW nog “een echte aanpak van het maakbaarheidsprobleem”, waarmee ze bedoelden dat netbeheerders door een gebrek aan tijd, ruimte, mensen en materialen niet al het werk kunnen doen dat eigenlijk nodig is.

Jetten schrijft dat hij in elk geval meer inzicht wil krijgen in hoe groot het maakbaarheidsgat nu eigenlijk is, iets waar de Tweede Kamer via een motie van Suzanne Kröger (GroenLinks) en Joris Thijssen (PVDA) ook om had gevraagd. Jetten heeft de netbeheerders gevraagd een “kwantitatieve indicatie” te geven van het maakbaarheidsgat. Die indicatie zal onderdeel zijn van de investeringsplannen voor de periode 2024-2026 die eind dit jaar gepubliceerd worden.

Met het oog op het maakbaarheidsgat pleitten Energie-Nederland en VEMW eerder ook al voor de introductie van een right to challenge, wat kort gezegd inhoudt dat private partijen zelf de energie-infrastructuur mogen aanleggen die zij nodig hebben als netbeheerders hier door tijd- of personeelsgebrek niet aan toekomen. De “klant sluit zichzelf aan”, in de woorden van Jetten, maar dan wel met “een door de netbeheerder erkende installateur en aannemer”. Eerder deze week zei Jetten in debat met de Tweede Kamer al dat hij niet afwijzend staat tegenover dit principe, en in de brief is het nu opgenomen als actiepunt voor de netbeheerders om verder uit te werken.