Direct naar inhoud

Stijging nettarieven richting 2050 onderschat — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 4 juli 2023

Minister Rob Jetten (Klimaat en Energie, D66) verwacht dat de nettarieven voor elektriciteit tussen nu en 2050 harder zullen stijgen dan de 54% die eerder uit onderzoek van PWC bleek. Dit is volgens de bewindsman onder meer het gevolg van hogere ambities voor wind op zee, extra investeringen op land en de gewijzigde marktomstandigheden.

Het onderstel voor het platform Hollandse Kust (noord) van Tennet werd in november 2022 geïnstalleerd. De kosten voor het elektriciteitsnet op zee voor de eerste 3,5 GW aan offshore windvermogen dat nu in aanbouw is, worden op dit moment gedeeltelijk gedekt via een rijkssubsidie van maximaal €4 mrd. De rest van de kosten worden verwerkt in de nettarieven. (Foto: Tennet)

In 2021 becijferde PWC in opdracht van hoogspanningsnetbeheerder Tennet en de drie grote regionale netbeheerders Liander, Enexis en Stedin dat er tot 2050 meer dan €100 mrd geïnvesteerd moet worden in de elektriciteits- en gasnetten. De jaarlijkse kosten die de vier netbeheerders maakten voor het beheer van de elektriciteitsnetten zouden tot 2050 ongeveer verdubbelen van €2,8 mrd per jaar in 2021 naar €5,6 mrd in 2050.

PWC keek in die studie ook naar de gevolgen van de toenemende kosten en investeringen voor de netwerktarieven die afnemers van stroom en gas betalen. De netwerktarieven voor elektriciteit zouden volgens het onderzoeksbureau met 54% stijgen. Een fors percentage, dat echter meeviel in het licht van de verdubbeling van de kosten. Dat kwam volgens PWC doordat de kosten in de toekomst verdeeld worden over meer aansluitingen, deels door bevolkingsgroei en deels door een toename van commerciële aansluitingen zoals laadpalen.

Onderschat

Maar in antwoord op vragen van Tweede Kamerlid Silvio Erkens (VVD) stelt Jetten dat PWC de tariefstijging in 2021 heeft onderschat. “Dit is mede het gevolg van hogere ambities voor wind op zee en de extra investeringen die netbeheerders op land doen om elektrificatie te faciliteren. Ook door minder gunstige marktomstandigheden verwacht ik dat de tariefstijging op de lange termijn hoger uit komt dan eerder ingeschat, denk aan structureel hogere energieprijzen, hogere rentes op de kapitaalmarkt en hogere kosten voor materialen als gevolg van schaarste aan grondstoffen.” Volgens Jetten werkt PWC momenteel aan een update van het onderzoek uit 2021.

De kosten voor het elektriciteitsnet op zee voor de eerste 3,5 GW aan offshore windvermogen dat nu in aanbouw is, worden op dit moment gedeeltelijk gedekt via een rijkssubsidie van maximaal €4 mrd, geld dat uit de SDE-pot wordt gehaald. De rest van de kosten worden verwerkt in de nettarieven. Maar voor de verdere groei van de offshore windparken naar 21 GW in 2031 is het uitgangspunt dat de kosten worden verwerkt in de nettarieven. Jetten: “De kosten voor deze windparken bedroegen in 2023 circa €100 mln en zullen in de komende jaren (sterk) oplopen door de realisatie van steeds meer windparken op zee.”

Aangekondigde stijging

De vragen van Erkens waren ingegeven door de aangekondigde stijging van de nettarieven van Tennet voor 2024. De belangrijkste oorzaak van de tariefstijging van de transmissienetbeheerder zit volgens Jetten in de ontwikkeling van de kosten voor onder andere netverliezen, balansvermogen en de zogenoemde redispatch -een vergoeding van Tennet aan marktpartijen om in een bepaald gebied meer of minder elektriciteit te gebruiken om daarmee overbelasting van delen van het elektriciteitsnet te voorkomen. Bij gestegen marktprijzen voor energie moet Tennet hiervoor dieper in de buidel tasten. Omdat Tennet zelf geen invloed heeft op de stijging van de marktprijzen, mogen deze meerkosten van de ACM verwerkt worden in de tarieven.

Jetten antwoordt aan Erkens dat hij slechts beperkte invloed kan uitoefenen op het drukken van de nettarieven. Op basis van de Europese wet- en regelgeving heeft de ACM als onafhankelijke toezichthouder de exclusieve bevoegdheid om de tarieven van netbeheerders vast te stellen. De minister of Tweede Kamer kunnen daar niet op ingrijpen.

Door de gestegen kosten en investeringen zijn netbeheerders druk bezig om nieuwe financieringsvormen te vinden en voldoende kapitaal in kas te krijgen. De regionale netbeheerders –Stedin voorop– zien graag provincies en gemeenten uit hun werkgebied instappen wanneer die nog geen aandeelhouder zijn. Vorige zomer maakte het kabinet bekend dat ook het Rijk bereid is bij te dragen in de vorm van kapitaalstortingen en aandeelhouderschap in de regionale netwerkbedrijven. Definitieve besluiten hierover verwachtte minister Jetten in de loop van dit jaar te nemen.