Direct naar inhoud

Strijd om saldering woedt voort in het parlement — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 18 januari 2023

De coalitie sluit de gelederen om de afbouw van de salderingsregeling mogelijk te maken. Maar een meerderheid in de Eerste Kamer is onzeker, nu GroenLinks en PVDA eerst meer duidelijkheid willen over de situatie voor huurders.

Het einde van de populaire salderingsregeling wordt al jaren aangekondigd door opeenvolgende bewindslieden. In plaats van saldering moet er een redelijke terugleververgoeding komen. Eveneens al jaren verzetten groene partijen, woningcorporaties, gemeenten en consumentenclubs zich tegen die ombouw. Afgelopen dinsdag werd het wetsvoorstel, dat al meer dan twee jaar geleden naar de Tweede Kamer werd gestuurd, dan eindelijk besproken. Het wetsvoorstel zoals dat nu voorligt gaat uit van een geleidelijke afbouw van salderen vanaf 2025, tot het in 2031 helemaal is afgeschaft. De Kamerleden hadden hier veel over te zeggen, zoveel zelfs dat de minister niet meer aan antwoorden toe kwam.

Haken en ogen

Alle partijen zagen veel haken en ogen aan het wetsvoorstel zoals dat nu voorligt. De coalitiepartijen focusten op de vormgeving van de terugleververgoeding, en het garanderen van een terugverdientijd van zeven jaar. Ook de vraag tegen welk tarief leveranciers gedurende het afbouwtraject moeten salderen kwam aan bod. Nu veel leveranciers in elk geval elk half jaar maar in sommige gevallen maandelijks hun tarieven aanpassen, bestaat daar onduidelijkheid over. GroenLinks, PVDA en de SP maakten zich bovendien grote zorgen over de gevolgen van de salderingsafbouw voor de huursector, en voor de mensen met lage inkomens waar het leggen van panelen juist het grootste effect zou hebben op de huishoudportemonnee.

Nederland is één van de koplopers wereldwijd als het gaat om het leggen van zonnepaneelsystemen op woningen. (Foto: Ruud Morijn/ANP)

Maar waar de coalitiepartijen met een vloed aan amendementen het voorstel wilden aanpassen tot het gewenste resultaat, wezen GroenLinks, PVDA en SP het voorstel in de huidige vorm resoluut van de hand. De SGP hield de kaarten vooralsnog op de borst. Daarmee is er wel een meerderheid in de Tweede Kamer, maar niet in de Eerste Kamer, en bestaat de kans dat het voorstel alsnog in de Eerste Kamer sneuvelt.

Even leek de PVV onverwachts soelaas te bieden, toen Kamerlid Alexander Kops nadrukkelijk stelde dat de PVV tégen salderen is, en daarmee dus vóor afschaffing. Maar later diezelfde avond verduidelijkte de PVV-man dat hij weliswaar voor afschaffing van saldering voor nieuw te leggen panelen is, maar vóór behoud van saldering voor huishoudens die al panelen hebben liggen. PVV-fractieleider Geert Wilders tweette daar nog eens ondubbelzinnig bovenop: “De PVV stemt dus tegen de wet van Jetten om de salderingsregeling voor kleinverbruikers af te bouwen.”

Hogere kosten huishoudens

Tijdens het debat was er aan de zijde van de coalitie veel aandacht voor het feit dat de salderingsregeling zorgt voor hogere kosten voor alle huishoudens. Enerzijds omdat de regeling energiebedrijven op kosten jaagt. Hoe? Zonnestroom die wordt opgewekt op zonnige, goedkope uren moet worden ingenomen door de leverancier die daar op dat moment helemaal niet op zit te wachten. Die goedkope zonnestroom wordt door de salderende huishoudens weggestreept tegen de afgenomen stroom op donkere, dure uren, die door de leverancier gewoon tegen marktprijzen wordt ingekocht. Dat kostenverschil komt terug in de leveringstarieven voor iedereen, of je nou zonnepanelen hebt of niet.

Een andere kostenpost zit aan de kant van de infrastructuur. Omdat door de populariteit van zonnepanelen het elektriciteitsnet overbelast raakt, moeten netbeheerders extra kosten maken. Die extra kosten komen terug in de gesocialiseerde nettarieven. Door de salderingsregeling bestaat er voor zonnepaneelbezitters geen enkele prikkel om productie en verbruik op elkaar af te stemmen.

Amendementen

Tien amendementen werden er tijdens het debat ingediend. De meeste waren afkomstig van de coalitiepartijen CDA, VVD en D66.

Bontenbal diende een amendement in om te regelen dat bij het salderen de geldende tariefperiode uit het contract met de energieleverancier aangehouden moest worden. Erkens, Grinwis en Boucke dienden een amendement in dat de eerste twee jaar een bodem legt onder de terugleververgoeding, en deze daarna tweejaarlijks laat vaststellen op basis van advies van de ACM. Ook wilden Erkens, Boucke en Grinwis het afbouwpad voor salderen wijzigen om opslag in thuis- en buurtbatterijen te stimuleren. Grinwis en Erkens hadden een amendement om de evaluatie van de regeling uit te breiden.

Omtzigt, Erkens, Van Haga en Grinwis hadden een amendement om te voorkomen dat de terugleververgoeding ooit negatief zou kunnen worden. Verder diende Omtzigt, samen met Kamerleden Leijten en Van Haga een amendent in dat ervoor moet zorgen dat de Tweede Kamer een stevige vinger in de pap houdt bij lagere regelgeving waarin zaken als de terugleververgoeding wordt geregeld. Leijten diende twee amendementen in, een waarin de terugleververgoeding op 100% van van de consumentenprijs wordt gesteld, en een waarin moet worden geregeld dat huishoudens standaard een digitale meter krijgen, en enkel op verzoek een slimme meter (het wetsvoorstel voorziet hier grotendeels al in).

Kamerleden Boucke en Kröger dienden elk een amendement in dat niet direct op saldering betrekking had; Boucke’s amendement ging over het toevoegen van opslag- en conversie-installaties aan de optie van cable-pooling voor wind- en zonneparken, en Krögers amendement heeft als doel omgevingsdiensten te voorzien van de informatie die zij nodig hebben om de energiebesparingsplicht voor bedrijven te kunnen handhaven.

De zonnepaneelbezitters kunnen een deel van die kosten weg salderen, maar de zonnepaneellozen -vaak juist de minder kapitaalkrachtige huishoudens- blijven met alle extra kosten zitten. Een op de drie koopwoningen heeft zonnepanelen liggen, bleek uit onderzoek van DNE Research, en een op zes socialehuurwoningen, aldus de benchmark van corporatiekoepel Aedes. De huursector loopt daarmee achter op de koopsector.

Consumentenwaakhond Autoriteit Consument & Markt (ACM) sprak zich vanwege de denivellerende werking van de regeling en de consequenties voor het elektriciteitsnet maandag nog eens uit voor afschaffing van de salderingsregeling. Kamerlid Pieter Grinwis van de ChristenUnie noemde het in navolging van JA21 “een omgekeerde Robin Hood-truc”. Kamerlid Henri Bontenbal (CDA) stelde: “Dit is niet sociaal, en klimaatbeleid moet sociaal zijn”.

Links wil duidelijkheid

Desondanks spraken de partijen ter linkerzijde -SP, PVDA en GroenLinks- zich uit tegen het wetsvoorstel waarin de salderingsregeling wordt afgebouwd. De PVDA en GroenLinks willen dat er eerst meer duidelijkheid komt hoe ervoor gezorgd gaat worden dat ook huurders en mensen met een laag inkomen zonnepanelen op hun dak krijgen. GroenLinks-Kamerlid Suzanne Kröger memoreerde dat de Raad van State al had gevraagd om meer duidelijkheid over de consequenties van afschaffing van saldering voor de huursector. PVDA-Kamerlid Joris Thijssen stelde dat zijn partij pas kan instemmen met het wetsvoorstel als er een heldere doorrekening en een goed doordacht actieplan voor huurders en lage inkomens ligt.

De coalitiepartijen wierpen tegen dat er bij het ministerie van Binnenlandse Zaken hard wordt gewerkt aan het verduurzamen van huurwoningen, bijvoorbeeld door de eis dat labels E, F en G voor socialehuurwoningen per 2028 moeten worden uitgefaseerd, en voor particuliere huur per 2030. Ook zijn er afspraken gemaakt met woningcorporaties om, in ruil voor afschaffing van de verhuurdersheffing, tot 2030 675.000 woningen vergaand te isoleren en 450.000 woningen aardgasvrij te maken.

Maar die opmerkingen bleken gericht aan dovemansoren. GroenLinks-Kamerlid Kröger noemde dat “vergezichten, beleidsmiddelen en plannen”, terwijl er de Kamer concreet over een wetsvoorstel debatteerde waarin het stimuleren van zonnepanelen voor de huursector en lage inkomens meteen geregeld zou kunnen worden. Daaraan gaven zij en collega-Kamerlid Thijssen de voorkeur.

PVDA en GroenLinks maakten daarmee duidelijk onder welke voorwaarden zij akkoord kunnen gaan met het wetsvoorstel. Omdat het debat al tot diep in de avond duurde, is de antwoordtermijn van minister Jetten uitgesteld. Daarmee krijgt hij automatisch bedenktijd over hoe hij deze partijen, die voor een meerderheid in de Eerste Kamer nodig zijn, aan boord van het wetsvoorstel kan tillen.

Mordicus tegen

De SP is mordicus tegen afschaffing. VVD-Kamerlid Silvio Erkens vroeg zich vertwijfeld af hoe het mogelijk is dat de SP een regeling wil behouden die geld van armere huishoudens overhevelt naar rijkere huishoudens. SP-Kamerlid Renske Leijten zei over hogere kosten voor zonnepaneelloze huishoudens dat die redenering volgens haar niet klopte, en dat zij de onderbouwing van die berekening niet had gezien.

Zij hechtte wel waarde aan de berekening van de marktpartijen dat het totale voordeel van de salderingsregeling voor huishoudens met zonnepanelen in 2025 zou oplopen €1 mrd. Dat geld stroomt bij afschaffing van de salderingsregeling dus terug naar de energieleveranciers, redeneerde Leijten, en daar ziet de burger met dit wetsvoorstel niets van terug. “Wie wint hier nou precies mee?”, vroeg het SP-Kamerlid zich af, en concludeerde dat het wetsvoorstel alleen maar tot meer marktwerking zou leiden, en niet tot de door de SP gewenste collectivisering en nationalisering van de energievoorziening.

PVV-Kamerlid Alexander Kops reageerde als door een wesp gestoken op Leijtens beschuldiging dat hij mensen met en mensen zonder zonnepanelen tegen elkaar uit zou spelen: “Mensen hebben tegenwoordig niet eens geld om te eten. Mensen komen niet meer rond. Mensen kunnen de boodschappen niet meer betalen. En dan hebben wij het hier over zonnepanelen? […] Ik kom juist op voor de mensen die geen zonnepanelen hebben, die geen zonnepanelen kunnen betalen. […] Zij moeten namelijk indirect bijdragen aan de zonnepanelen van huishoudens die die dingen wel hebben. En dan durft mevrouw Leijten hier te zeggen dat ik mensen tegen elkaar uitspeel!”

Tijdelijke maatregel

De salderingsregeling is ooit opgetuigd als tijdelijke maatregel om het kopen en installeren van zonnepanelen aantrekkelijker te maken van huishoudens. De regeling is een doorslaand succes: inmiddels liggen er op twee miljoen woningen zonnepanelen, en is de terugverdientijd teruggelopen van vijftien jaar naar slechts enkele jaren bij de huidige elektriciteitsprijzen. Volgens de laatste monitor Zon-PV van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zette de dalende trend voor kosten voor zonnepaneelsystemen op woningen ook in 2021 nog door.

Maar volgens het huidige en voorgaande kabinetten is salderen een vorm van overstimuleren. Ook nadat de zonnepaneelsystemen zijn terugverdiend, blijven huishoudens salderen en derft de overheid belastinginkomsten. Volgens berekeningen van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat stegen de kosten van de regeling met de groei van het aantal panelen mee, van €122 mln in 2016 tot €332 mln in 2021. Bij ongewijzigde voortzetting zou dat oplopen tot structureel jaarlijks €709 mln in 2030.