Direct naar inhoud

Tarieven grootste warmtebedrijven bekend — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 10 januari 2020

De grootste vijf warmtebedrijven in Nederland hebben hun tarieven voor 2020 bekendgemaakt. Alle rekenen zij lagere warmtetarieven aan hun klanten, dan dat zij van toezichtouder ACM maximaal zouden mogen vragen het aankomend jaar. Ten opzichte van 2019 daalt de warmterekening voor een gemiddeld verbruik.

Dat maken warmtebedrijven Stadsverwarming Purmerend (SVP), Ennatuurlijk, Eneco, Vattenfall en HVC Groep deze week bekend. Inmiddels hebben zij ook hun klanten ingelicht, dan wel de tarieven op hun website geplaatst.

Ennatuurlijk rekent met het laagste variabele tarief, Vattenfall met het laagste vaste tarief als de korting wordt meegerekend. Bij HVC is de warmteklant met een gemiddeld verbruik uiteindelijk het goedkoopste uit.

Met een gemiddeld verbruik van 28 GJ komen de vijf warmtebedrijven uit op een eindrekening van rond de €1.200. Vorig jaar lag dat bedrag iets hoger. Daarnaast rekenen de vijf warmtebedrijven lagere tarieven dan zij van de ACM maximaal mogen berekenen.

Energeia heeft deze berekeningen gemaakt op basis van een verbruik van 28 GJ warmte, inclusief warm water en gaat ervan uit dat de consument een gemiddelde kleinverbruikersinstallatie (CW3 of CW4, tot 100 kW) heeft die eigendom is van het warmtebedrijf. Dit is de standaard voor de meeste warmte-aangeslotenen en daarom het meest representatief voor het berekenen van de gemiddelde warmterekening. Daarnaast kunnen de tarieven per regio licht verschillen, ondanks dat het dezelfde warmteleverancier betreft.

Gemiddeld warmteverbruik

Er zijn geen eenduidige cijfers over wat een gemiddeld huishouden aan GJ warmte verbruikt. Volgens Milieucentraal ligt dat gemiddelde op 42 GJ, inclusief warm water gebruik. Het Centraal Bureau voor de Statistiek, die wel berekent wat een gemiddeld huishouden aan gas en elektriciteit verbruikt, heeft geen cijfers voor ‘warmtehuishoudens’, omdat warmtebedrijven hun cijfers niet publiekelijk delen. SVP en Eneco stellen zelf dat het gemiddeld verbruik bij hen ligt op 28 GJ. Voor de berekening van de totale warmterekening heeft Energeia ervoor gekozen 28 GJ aan te houden.

Monopolie

Nagenoeg alle warmtebedrijven in Nederland hebben een monopoliepositie in hun leveringsgebied, dat betekent dat aangeslotenen niet kunnen overstappen van leverancier. Daarom is de Autoriteit Consument & Markt, via de Warmtewet, de organisatie die ieder jaar de maximale hoogten van de warmtetarieven vaststelt. Dat doet zij volgens het uitgangspunt: Niet-Meer-Dan-Anders (NMDA), waarbij de consument voor warmte niet meer zou mogen betalen dan voor aardgas.

Uit de publicatie van de maximaal toegestane tarieven eind vorig jaar, bleek dat de warmtebedrijven van de ACM een lager variabel tarief, maar hoger vast tarief mogen vragen in 2020 (zie tabel hieronder). Het variabele tarief is het bedrag dat de consument per verbruikte GJ warmte betaalt. De vaste kosten zijn een vast bedrag dat de consument betaalt voor, onder meer, onderhoud en beheer van de installatie. Daarnaast betaalt de consument jaarlijks een bedrag voor het meten van het warmtetarief door het warmtebedrijf, en een bedrag voor de huur van de afleverset (tenzij de afleverset in eigendom is van de consument).

Waarschuwing

In 2019 heeft minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) aan enkele warmtebedrijven een waarschuwing gestuurd dat zij, gezien hun monopoliepositie, niet te hoge rendementen mogen halen en, indien zij wel hogere rendementen halen dan redelijk is, de consumententarieven moeten verlagen of moeten investeren in bijvoorbeeld nieuwe warmtenetten.

Navraag bij Eneco, SVP en HVC leert dat de brief van minister Wiebes niet de reden is dat zij dit jaar lagere tarieven rekenen dan het maximum dat de ACM oplegt. Woordvoerder Arie Spruit van Eneco zegt dat het bedrijf het belangrijk vindt dat warmteklanten ervan profiteren dat ze van het aardgas af zijn. “Dat was bij het vaststellen van de tarieven voor 2019 ook al het uitgangspunt.”

Bij SVP heeft de gemeentelijk aandeelhouder Purmerend besloten om het dividend dat SVP in 2019 heeft uitgekeerd deels te gebruiken voor het verlagen van de warmterekening. Dat komt omdat het bedrijf financieel moeilijke tijden achter de rug heeft, en vorig jaar voor het eerst in lange tijd weer goede cijfers liet zien, zei CEO Gijs de Man eerder tegen Energeia.

Volgens product manager energie bij HVC Joris Obbens hanteert het bedrijf zijn eigen rekenmethodiek en is het daarom dit jaar uitgekomen op deze tarieven en staat dat los van de brief van de minister.

In Enschede wordt stadsverwarming aangelegd. Lange buizen liggen klaar op straat om in de grond gebracht te worden. Ennatuurlijk is leverancier in deze stad. (Foto: Flip Franssen/Hollandse Hoogte)

Toekomst

Het NMDA-principe maakt dat de tarieven nu nog gekoppeld zijn aan de aardgasprijs, maar ook de prijs van een cv-ketel. In 2022 zal dit gaan veranderen, minister Wiebes liet onlangs weten dat hij in de nieuwe warmtewet de gasprijskoppeling los wil laten en de warmtetarieven wil baseren op de kosten die warmtebedrijven daadwerkelijk maken. Alleen efficiënt gemaakte kosten mogen in rekening worden gebracht, de ACM zal daar toezicht op houden.