Direct naar inhoud

The United States of Gas — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 30 december 2014
De inhoud van dit artikel is gemigreerd. Lijkt er iets mis te gaan, of onderdelen te missen? Neem dan contact met ons op.

Europese politici hopen dat gas uit de Verenigde Staten Europa minder afhankelijk zal maken van Russisch gas. Dat zal grotendeels een illusie blijken. De VS gaan op termijn wel gas exporteren, maar Aziatische markten lijken het meest attractief. En het leeuwendeel blijft thuis.

Energie_Pro_Flaring_Reuters.jpg
‘Flaring’ gebeurt heel veel in Noord-Dakota | Reuters

Quizvraag: wie is de grootste aardgasproducent ter wereld?

Nee, niet Rusland, het zijn de Verenigde Staten. Met dank aan de beroemde schaliegasrevolutie. De meest recente data van de Energy Information Administration (EIA), een onderdeel van het Amerikaanse ministerie van Energie, wijzen erop dat de VS zich gaan opmaken voor drie tot vier decennia van structureel hoge gasproductie en lage prijzen, in vergelijking tot andere regionale markten zoals Europa en Azië. De vraag op dit moment voor Amerikaanse producenten en beleidsmakers is: wat doen we met al dat gas?

Ondanks de historisch lage prijzen blijft de productie van gas toenemen. Een significant deel van de huidige productie (exacte cijfers ontbreken, schattingen liggen rond de 15%) is ‘associated’ gas, dat wil zeggen, gas dat geproduceerd wordt als bijproduct, veelal van ‘tight oil’ (olie in moeilijk doordringbaar gesteente) alsmede ‘natural gas liquids’ (NGL’s, zoals ethaan en buthaan). In gebieden waar pijpleidingen beschikbaar zijn, wordt het gas op de markt gebracht (er zijn vrijwel geen barrières voor toegang tot de pijpleidingen, in tegenstelling tot in Europa). Dat is mooi meegenomen voor de producent, die zijn geld al verdiende met de olie of NGL’s.

Waar infrastructuur niet aanwezig is, worden de moleculen bij de put afgefakkeld (‘flaring’). Dit gebeurt heel veel in Noord-Dakota, waar drillers voornamelijk geïnteresseerd zijn in tight oil en waar, door een gebrek aan infrastructuur, naar schatting voor $100 miljoen aan associated gas per maand wordt afgefakkeld. Het leverde Noord-Dakota vorig jaar een voorpaginafoto in de Financial Times op, die de helder verlichte prairie op satellietbeelden liet zien. Inmiddels heeft de toezichthouder nieuwe regels opgesteld die flaring aan banden moet leggen, al zal het affakkelen niet compleet worden uitgebannen en zal het verminderen enkele jaren gaan kosten.   

Uitwassen

Mede door dit soort uitwassen is het steeds duidelijker geworden in de VS dat structurele veranderingen nodig zijn om de groei in productie te accommoderen. Ook in dit land kost het enkele jaren om nieuwe gasleidingen aan te leggen. Afgelopen winter werd bijvoorbeeld in New England duidelijk dat het gebrek aan infrastructuur een rem vormde op de mogelijkheid om extra gas aan te voeren. Het gevolg: relatief hoge gasprijzen in dit deel van de VS (tot $6.40/Mmbtu, bijna het dubbele van de prijs op de belangrijkste spotmarkt, de Henry Hub) en zelfs incidentele import van vloeibaar aardgas (LNG).

Meer en meer ook wordt er geïnvesteerd in gasgestookte elektriciteitscentrales. Het EIA voorspelt dat in de periode van 2013 tot 2040 73% van de nieuwe elektriciteitsproductiecapaciteit in de VS gasgestookt zal zijn, 24% hernieuwbaar, 3% kernenergie en 1% kolengestookt. Op de lange termijn lijkt het ook niet onwaarschijnlijk dat een deel van de transportsector meer aardgas (in de vorm van CNG of LNG) gaat gebruiken. Vooral lange-afstands vrachtvervoer lijkt geschikt om gebruik te maken van de structureel lage gasprijzen op het Noord-Amerikaanse continent.

En dan is er de mogelijkheid om gas te exporteren, verreweg de meest besproken optie en het heetste politieke hangijzer. Wat we zeker weten is dat regionale exporten per pijpleiding substantieel zullen toenemen. Vooral Mexico zal grootschalig gaan importeren, hoewel het nog maar de vraag is of de recent ingezette markthervormingen in Mexico (die de dominantie van staatsbedrijf Pemex moeten verminderen en nieuw buitenlands kapitaal moeten aantrekken) hier bij gebaat zijn.

Wat veel minder zeker is, is de hoeveelheid gas die in de vorm van LNG zal worden geëxporteerd. Een recente studie van het Peterson Institute for International Economics geeft een aardig overzicht van de schattingen, die op dit moment fors uiteenlopen, van 40 miljard m3 per jaar tot ruwweg 120 miljard m3 volgens echte optimisten. Ter vergelijking, in 2013 haalde Nederland een recordhoeveelheid van 80 miljard m3  uit de grond).

Prijsontwikkeling

Voorlopig wordt er echter niet geëxporteerd, onder andere vanwege een complex vergunningentraject. Naar landen waar de VS een vrijhandelsovereenkomst (free trade agreement, FTA) mee heeft, mag ongelimiteerd worden geëxporteerd. Van de landen met zo’n overeenkomst is op dit moment echter alleen Zuid-Korea een relevante LNG importeur. Er zijn verder geen Europese of Aziatische landen met een vrijhandelsovereenkomst. Exportvergunningen voor landen zonder een FTA vergunning worden per casus beoordeeld, en belangrijk is of export in ‘het nationale belang’ is. Voor het gemak maakt de Amerikaanse wet niet duidelijk hoe dit belang wordt gemeten, en als gevolg is er veel onduidelijkheid over deze beoordelingen door het Department of Energy (DOE).

Het DOE heeft inmiddels zeven projecten groen licht gegeven. Als deze alle gebouwd zouden worden, zouden ze een totale capaciteit van 111 miljard m3 per jaar hebben. Maar goedkeuring door DOE zegt eigenlijk niet veel. Vervolgens moet ook de federale toezichthouder (FERC) toestemming verlenen. Tot op heden heeft slechts 1 exportvergunning dit volledige traject doorlopen. We weten dan ook dat dit bedrijf, Cheniere Energy, per eind 2015 LNG zal gaan exporteren (iets meer dan 22 miljard m3 per jaar), mits de constructie van de terminal volgens schema plaatsvindt.

Zes andere bedrijven zijn door de eerste test van DOE, maar het is dus afwachten of ze ook alle door het vergunningentraject van de FERC komen. De kosten hiervan zijn hoog – rond de $100 miljoen in totaal – en of een bedrijf kapitaal kan aantrekken om een LNG terminal te bouwen of een bestaande import-terminal om te bouwen tot export-terminal hangt af van vele factoren, zoals de prijsontwikkeling van Amerikaans gas, maar ook prijsontwikkelingen en gasaanbod elders in de wereld. De vraag is dan ook hoeveel Amerikaans gas uiteindelijk competitief zal zijn als LNG op de wereldmarkt. In de huidige markt lijkt het waarschijnlijk dat het gas voor het overgrote deel in Azië zal worden verkocht, waar de spotprijzen significant hoger zijn dan in Europa.

Zo vinden de Verenigde Staten een nieuwe balans als een prominente energieproducent. Het zal even duren, maar het lijkt een kwestie van tijd voordat de meest prominente uitwassen van de groeispurt zijn verholpen. Dan zal de markt ook bepalen hoeveel Amerikaans gas Aziatische of misschien zelfs Europese afnemers vindt. Maar het leeuwendeel blijft thuis. Het zal veel Amerikanen geruststellen. Europa zal het met Rusland moeten blijven doen.

Tim Boersma is sinds september 2013 werkzaam als onderzoeker bij het Brookings Institution in Washington DC. Voor FD Energie Pro zal hij regelmatig bijdragen leveren over de ontwikkelingen op de Amerikaanse energiemarkt. Reacties worden op prijs gesteld (energiepro@fd.nl)

Dit artikel verscheen eerder op 27 mei