Direct naar inhoud

Zesde industriecluster vreest vijfde wiel te worden aan verduurzamingswagen — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 29 maart 2023

Bij de verduurzaming van de industrie geeft het kabinet voorrang aan de vijf grote clusters. Het zesde cluster, de benaming voor de overige energie-intensieve industrie in Nederland, is not amused. Bedrijven vrezen hoge kosten voor uitstoot, nu verduurzamingsplannen dreigen te stranden op een gebrek aan infrastructuur.

Een vrachtwagen met suikerbieten komt aan bij een vestiging van Cosun in Hoogkerk. Cosun is een van de bedrijven uit het zesde cluster. (Foto: Venema Media/ANP)

Afgelopen week presenteerde minister Micky Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat (VVD) een plan voor de verduurzaming van de Nederlandse industrie, onder het motto “liever groen hier dan grijs elders”. Daarin schreef ze dat in principe alle Nederlandse industrie, dus ook de zware industrie, een toekomst heeft in Nederland, “mits duurzaam uitgevoerd en passend binnen de randvoorwaarden”.

Tegelijkertijd geeft het kabinet voorrang aan de vijf grote industrie clusters -het Noordzeekanaalgebied, Rotterdam/Moerdijk, de Zeeuwse havens, Eemshaven/Emmen en Chemelot (Limburg)- omdat de beschikbaarheid van voldoende groene energie, herbruikbare grondstoffen en bijbehorende infrastructuur “niet overal tegelijk mogelijk gemaakt kan worden”.

Dat viel niet in goede aarde bij de overige energie-intensieve industrie in Nederland. “Het kan niet zo zijn dat de hele industrie aan de klimaatdoelen moet voldoen en daarop ook wordt afgerekend, en dat dit programma in eerste instantie alleen de vijf grote industrieclusters gaat bedienen”, zegt Ewald van Hal van de vereniging Koninklijke Nederlandse Bouwkeramiek (KNB).

De bouwkeramiek, die dakpannen en bakstenen maakt, is een van de sectoren die onder “het zesde cluster” valt, samen met onder meer de papier-, levensmiddelen- en metaalindustrie. Zij vertegenwoordigen een gezamenlijke omzet van zo’n €125 mrd en een directe werkgelegenheid van 210.000 banen. Het zesde cluster is alleen in naam een cluster. Bedrijven zitten verspreid over heel Nederland. Dat maakt het ook lastig om beleid op te ontwikkelen.

‘Bel na 2030 maar terug’

Ook enkele Kamerleden zien het belang van het zesde cluster, bleek deze woensdag tijdens een debat over de verduurzaming van de industrie. Henri Bontenbal (CDA) vroeg zich hardop af of het kabinet geen fout maakt door zich op de vijf grote clusters te richten. “Wij hameren nu juist op het belang van de regionale economie, en willen ervoor zorgen dat de regio’s vitaal blijven. Ik snap dat de potentie om te verduurzamen in de grote clusters enorm is. Maar ook het zesde cluster heeft pareltjes van bedrijven.”

“Ik denk dat cluster zes meer aandacht verdient”, zei Pieter Grinwis van de ChristenUnie. “Zij zorgen voor banen, juist op de plekken waar we dat graag willen.” Het Kamerlid maakte het probleem inzichtelijk met het voorbeeld van het Brabantse suikerbedrijf Cosun, dat het liefst in 2025 de productie van het aardgas af wil halen door een warmtepomp te installeren. “Dan vragen ze de netbeheerder wanneer de kabel komt, en dan is het antwoord: bel na 2030 maar eens terug.”

https://twitter.com/SilvioErkens/status/1640381627833384960

Silvio Erkens (VVD) diende maandag al Kamervragen in, gericht aan minister Rob Jetten voor Klimaat en Energie (D66). Erkens wil weten hoe Jetten gaat voorkomen dat bedrijven uit het zesde cluster vertrekken uit Nederland doordat noodzakelijke infrastructuur niet op tijd aanwezig is. Hij stelde voor om desnoods met sectoren uit het zesde cluster over te gaan tot maatwerkafspraken, zoals het kabinet dat ook doet met de twintig grootste uitstoters van Nederland.

‘Rol zesde cluster noodzakelijk’

Minister Adriaansens zei in het debat dat ze in gesprek is met het zesde cluster en dat ze bekijkt welke rol dat cluster krijgt in het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie (NPVI), zoals het plan officieel heet. “Dat ze een rol krijgen is absoluut noodzakelijk.” Een mogelijkheid zou zijn dat ook het zesde cluster een vertegenwoordiger krijgt in de stuurgroep van het NPVI, die een belangrijke rol krijgt bij het verwezenlijken van de randvoorwaarden voor de verduurzaming van de industrie, en het afstemmen van vraag en aanbod naar hernieuwbare energie.

“Als het lukt” kan daar een vertegenwoordiger van het zesde cluster bij aanschuiven, zegt Adriaansens. Het is volgens haar wel een uitdaging om een goede vertegenwoordiger te vinden, vanwege de verscheidenheid van de betrokken bedrijven, sectoren en vestigingsplaatsen.

Verder wijst Adriaansens erop dat de provincies komen met speciale infrastructuurprogramma’s (PMIEK’s), waarin zij de provinciale speerpunten opnemen voor de ontwikkeling van de energie-infrastructuur, naar analogie van het landelijke Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). Industrieplannen spelen daarin een grote rol.

Tegelijkertijd benadrukte ze tijdens het debat dat het probleem van ontbrekende energie-infrastructuur niet “met één druk op de knop” op te lossen is, en dat het kabinet daarom bewust kiest voor een focus op de vijf grote clusters.

Niet gerust

Van Hal is er na afloop van het debat niet gerust op dat de belangen van zijn cluster zwaar genoeg meewegen in de kabinetsplannen. “Mijn afdronk is dat we een beetje het vijfde wiel aan de wagen zijn”, zegt hij. “Ik had verwacht dat het kabinet na de Statenverkiezingen toch meer oog zou krijgen voor de bedrijven in de verschillende regio’s, maar dat zie ik hier nog niet terug. Alleen in naam is het een nationaal programma.”

Van Hal pleit vooral voor meer ondersteuning van het rijk bij het opstellen van regionale verduurzamingsplannen, bijvoorbeeld door de kosten die het maken van deze plannen vergt, te betalen. Maar ook door de landelijke plannen beter te laten aansluiten op de regionale plannen. “Bij de maatwerkaanpak zie je heel duidelijk dat het rijk samen met de bedrijven kijkt naar de beste verduurzamingsaanpak, maar in het zesde cluster laten ze alles aan de provincie over.” Een vaste vertegenwoordiger in de stuurgroep NPVI zou wat hem betreft een goede start zijn.