Direct naar inhoud

Zonder maatregelen breekt aardwarmte voor woonwijk in knop — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 14 april 2021

Partijen in de geothermiesector vrezen dat aardwarmteprojecten in de gebouwde omgeving nauwelijks van de grond zullen komen indien knelpunten rondom vergunningen, financiering, subsidiëring en afzet niet worden opgelost. De kavelaanpak bij wind op zee biedt inspiratie, blijkt uit een adviesrapport.

Aardwarmte kan in potentie een kwart van de totale warmtevraag van de gebouwde omgeving voor zijn rekening nemen. Daarmee zou geothermie functioneren als hoeksteen van de warmtetransitie, aldus de sector. Maar vooralsnog worden er buiten de glastuinbouw, het traditionele speelveld van geothermisten, nauwelijks projecten opgestart. Initiatiefnemers zijn terughoudend, omdat de uitdagingen nabij woningen en andere gebouwen een stuk groter zijn.

Kavelaanpak

Sectororganisatie Geothermie Nederland, Stichting Warmtenetwerk, staatsbedrijf EBN en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) doen in een rapport suggesties ter verbetering. Eén van daarvan is te onderzoeken of en hoe een kavelaanpak zoals bij wind op zee ook bij aardwarmte voor versnelling kan zorgen. “De uitgifte van geothermiekavels waarbinnen de geologie voldoende in kaart is gebracht, milieuonderzoeken paraat liggen en daarmee ook de vergunningen en tenderprocessen zijn voorbereid, is de manier om een groot deel van de onderzoeken en risico’s uit het huidige ontwikkelproces weg te halen”, leest het advies.

Presentatie van het rapport. Van links naar rechts: Hans Bolscher (voorzitter Geothermie Nederland), Marco van Soerland (namens de auteurs van het rapport) en Sandor Gaastra (directeur-generaal Klimaat en Energie van EZK) (Foto: Geothermie Nederland)

Aan de kavels zouden garanties en subsidies gekoppeld moeten zijn. Ook beschikken ze idealiter over een gegarandeerde warmtevraag, zodat er sprake is van een rendabele businesscase. De auteurs zijn zich ervan bewust dat dit “een groot idee” is, dat niet zomaar te realiseren is. De eerste stap op weg naar een kavelaanpak zou daarom een snelle verkenning moeten zijn. Vervolgens dient er gekeken te worden naar de noodzakelijke aanpassingen in wet- en regelgeving en moet de ondergrond verder in kaart worden gebracht. Het is tevens van belang dat de vergunningverlening transparanter, sneller en voorspelbaarder wordt.

Aanpassing SDE++

Maar daar houdt het werk niet op. Ontwikkelaars van geothermieprojecten constateren dat de subsidieregeling SDE++ nauwelijks is toegesneden op de sector. De regeling geeft voorrang aan initiatieven die de meeste CO2-besparing voor het minste geld opleveren; in de strijd om de schaarse beschikbare middelen delft geothermie dan vaak het onderspit. Afgelopen januari bleek bij de openbaarmaking van gegevens over de jongste openstelling dat de kans groot is dat aardwarmteprojecten dit jaar geen subsidie zullen ontvangen.

“Het punt is bereikt dat er voor de warmteketen nagedacht moet worden over een meer integrale benadering van beleidsontwikkeling met een daarbij passend financieringsinstrumentarium”, zegt het rapport hier over. “Dat zou ertoe moeten leiden dat (aard)warmteprojecten voor subsidie niet langer concurreren met de in de basis goedkopere elektrische alternatieven.” Op de korte termijn betekent dat in elk geval dat een deel van het budget van de SDE++ gereserveerd wordt voor warmte. Tegelijkertijd moeten de meerkosten van projecten in de gebouwde omgeving in het basisbedrag worden meegenomen, en dienen de termijnen voor realisatie te worden verlengd.

Publieksoffensief

Daarnaast pleiten de opstellers van het advies voor de inrichting van een tijdelijke regeling om het zogenoemde vollooprisico af te dekken –dit is het risico dat er minder aansluitingen worden gerealiseerd dan bij aanvang gedacht. Die regeling kan dan revolverend zijn, waardoor er geen sprake is van subsidiëring. Daarnaast roepen de rapportschrijvers op tot een bredere opzet van de RNES-garantieregeling voor het mislukken van boringen en voor een collectieve schaderegeling.

In het rapport worden verder nog aanbevelingen gedaan om het draagvlak in de samenleving te vergroten, onder meer in de vorm van een “jaarlijks terugkerend publieksoffensief” waarmee “het eerlijke verhaal” over geothermie wordt verteld. Ten slotte opperen de auteurs om tien tot twintig projecten te selecteren en die met voorrang te ontwikkelen. Dit leidt niet alleen direct tot een versnelling, maar het levert ook “leereffecten” op waar volgende initiatieven van kunnen profiteren.

Vervolg?

De adviezen zijn het resultaat van een “brede consultatie”, uitgevoerd door “verschillende deskundigen” uit de vier organisaties. Opvallend is dat de auteurs in hun inleiding benadrukken dat de conclusies niet moeten worden gezien als “gedragen standpunten van de betrokken organisatie[s]”. Met andere woorden: dat de naam van EZK op de kaft prijkt, wil niet per definitie zeggen dat het ministerie nu aan de slag gaat met de ontwikkeling van andere financiële instrumenten. Wel wordt bekeken hoe in een vervolgtraject “een en ander verder op te pakken”.