Column

Goedbedoelde regulering geeft niet altijd de juiste prikkels
 

Regulering is niet meer weg te denken in de geliberaliseerde energiemarkt maar worden de meestal goede intenties wel omgezet in de maatschappelijk gewenste prikkels? Ik geef twee praktijk voorbeelden waarbij deze vraag terecht kan worden gesteld. Dit betreft de Warmtewet en het verplichte energielabel voor woningen.

De Warmtewet

De intentie van de Warmtewet, het beschermen van warmteafnemers in collectieve monopolistische situaties, staat niet ter discussie. Het belangrijkste onderdeel van de wet, de tariefstelling op basis van het N(iet)M(eer)D(an)A(nders) principe, blijft echter een discussiepunt. Belangenverenigingen van afnemers blijven volhouden dat ze teveel betalen. Zelfs de toezichthouder wil nu al weer een herziening terwijl de wet pas een jaar van kracht is. Deze discussie wordt al meer dan tien jaar gevoerd terwijl ingewijden al lang weten waar het echte probleem zit.

De basis van het NMDA-principe is dat afnemers niet meer betalen dan in een vergelijkbare situatie met een HR-ketel als warmtebron. De HR-ketel wordt als referentie aangehouden. Hierbij gaat het echter mis' op vooral de volgende punten:

  • Voor het energetisch rendement van de HR-ketel gaat de Warmtewet uit van het gemiddelde in de praktijk gemeten rendement voor verwarming en warm tapwater. Afnemers vinden echter dat het theoretische haalbare en ook door ketelleveranciers in reclameacties genoemde rendement voor verwarming gehanteerd moet worden. Dit rendement is ca. 20% hoger.
  • Voor de aanschaf en onderhoud van HR-ketels worden normbedragen gehanteerd. In de praktijk zie je een grote bandbreedte van prijzen afhankelijk van specifieke situaties. Dit wordt nog versterkt door de actuele moordende concurrentie. Wat afnemers dan als referentie willen moge duidelijk zijn.
  • Voor de gasprijs wordt het gemiddelde van een aantal openbare tarieven gehanteerd. Afnemers stellen terecht dat in de praktijk bij een slimme aanpak lagere prijzen haalbaar zijn.

Daar naast zijn er nog enkele punten over onder andere warmtewisselaars en heeft ook de verhouding verbruik voor verwarming en verbruik voor warm tapwater invloed op de werkelijke kosten. De Warmtewet werkt dus met gemiddelden terwijl afnemers terecht stellen dat je het in de praktijk goedkoper kunt doen. Het omgekeerde is echter ook waar.

Hier kom je nooit uit. Het echte probleem is echter dat we als referentie de HR-ketel hanteren, die we vanuit duurzaamheid uit willen gaan faseren. Actueel is op de korte termijn, zonder financiële waardering van milieuaspecten, de HR-ketel vaak helaas nog de goedkoopste optie. Bijna alle andere opties, dus ook de collectieve voorzieningen, zijn vaak duurder, beter in milieuprestaties en hebben vaak vooral vaste kosten in plaats van hoge variabele kosten (de gasprijs).

Conclusie: Laat de HR-ketel referentie los, stimuleer duurzamere opties en beoordeel tarieven uitsluitend op de haalbare en te garanderen financiële, energetische en duurzaamheidsprestaties van de betreffende technieken.

Het verplichte energielabel voor bestaande woningen

Ook hier is de intentie weer prima. Een duidelijk keurmerk voor de energieprestatie van een woning geeft (toekomstige) bewoners inzicht in hun kosten en verbeteringsmogelijkheden. Dit begint extra belangrijk te worden omdat de te betalen hypotheekrente bij zeker al één bank afhankelijk is van het label. De praktijk is echter weerbarstig. De overheid heeft als wens dat het energielabel snel en goedkoop kan worden vastgesteld. De huidige aanpak leidt echter tot een situatie dat in veel woningen het echte energieverbruik fors zal afwijken van wat op basis van het label verwacht zou mogen worden.

De belangrijkste tekortkomingen zijn: de systematiek richt zich vooral op de buitenschil van de woning. De mogelijke maatregelen zijn in enkele standaards vastgelegd terwijl er in de praktijk een veelheid aan opties, prijzen en prestaties is. Bovendien wordt ook de kwaliteit niet beoordeeld en wordt er geen infraroodmeting voor het opsporen van warmtelekken uitgevoerd. Ook wordt er nauwelijks aandacht besteed aan de warmwatervoorziening, het elektriciteitsverbruik, hoe wordt de thermostaat gebruikt et cetera. Zie verder Mijn 10 geboden voor energiebesparing in woningen' op mijn site www.teusvaneck.nl

Conclusie: Fors energie besparen in uw woning lukt als de basis is: kwaliteit(controle), (gecertificeerde) goede materialen en apparatuur, vakmanschap en echte interesse in duurzaamheid. Bij een goede aanpak geeft het extra comfort, levert het zeker op termijn geld op, geeft het veel voldoening en draagt het bij aan een duurzaam toekomstperspectief.

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.