Column

Nederland: laten we van groen de nieuwe standaard maken

In april tekenden onze wereldleiders het Parijs Klimaatakkoord. Een grote stap voor ons allemaal om klimaatverandering op te lossen. Terwijl onze overheid steeds meer het belang van de situatie in ziet, en ook het Nederlandse bedrijfsleven divesten meer en meer omarmt, zien wij burgers vooral problemen.

We zien windmolens liever in andermans achtertuin, we rijden vrolijk 130 km/uur op de snelweg en we eten graag een biefstukje. Waarom gaan wij niet zelf aan de slag om onze leefomgeving te beschermen voor de gevolgen van klimaatverandering? Dat zijn we toch aan onze kinderen verplicht? Waarom zouden we wachten totdat de overheid onze duurzaamheidsproblemen voor ons oplost?

De klimaatseinen staan op rood
We lijken niet te willen geloven dat klimaatverandering (ook in Nederland) grote impact heeft op ons dagelijks leven en op de omgeving waarin we leven. Concreet vergroot dit onze kans op hittegolven, meer intense regenval, een wisselvalligere watertoevoer in de grote rivieren en een verhoogde zeespiegel. De gevolgen worden gevaarlijk en ingrijpend bij een opwarming van 2 graden boven pre-industriële waarden. Die twee graden kan vertaald worden naar een limiet voor de CO2-concentratie: ongeveer 450 ppm. In het afgelopen jaar is de wereldwijde CO2-concentratie met een recordhoeveelheid van 4,6 ppm gestegen tot 408,7 ppm. Met deze stijging zitten we dus binnen 10 jaar boven die drempelwaarde van 450 ppm!

Ook hebben de gemeten wereldwijde gemiddelde temperaturen van de afgelopen 7 maanden vele records verbroken. Regionaal zien we dit bijvoorbeeld in de Amazone, die droger en droger wordt, en op de Noordpool, waar ongekend hoge temperaturen het versneld afsmelten van zee-ijs tot gevolg hebben. Voor Nederland was de opwarming tussen 1901 en 2013 twee keer zo groot als het wereldgemiddelde: al 1,8 graden Celsius.

Als we nu geen urgentie voelen om het tij te keren, dan weet ik het niet.

Horizonverbreding
Om verandering te bewerkstelligen, moeten we durven vooruit te kijken, en onze eigen verantwoordelijkheid nemen. Een mentaliteitsomslag is vereist.

Dat dit tot grootse resultaten kan leiden, blijkt bijvoorbeeld uit succesverhalen op het Canarische eiland El Hierro en het Deense eiland Samsø. Ambitieuze inwoners hebben hier, samen met lokale bedrijven en overheden, hun samenleving bijna volledig verduurzaamd. Door de aanleg van on- en offshore windmolenparken en de aanschaf van elektrische auto’s wordt hernieuwbare energie de standaard, terwijl de leveringszekerheid op El Hierro wordt beschermd door windenergie op te slaan in een bergmeer. De eilanden worden groen, en een bijkomend voordeel: onafhankelijkheid van het vasteland, dure verbindingen zijn niet meer nodig. Zo’n levensstandaard zouden wij toch ook willen?

En deze mentaliteit werkt niet alleen op lokale schaal. Duitsland is een van de voorlopers in de overgang naar duurzame energie. Hieraan ten grondslag ligt de betrokkenheid van Duitse burgers, en hun grote ambitie om op hernieuwbare bronnen over te stappen: de helft van de investeringen in de ontwikkeling van de duurzame energiesector kwam van burgerinitiatieven en meer dan 90% (!) van de Duitsers ondersteunt de Energiewende. Dit heeft tot grote successen geleid.

In het afgelopen jaar werd gemiddeld bijna 33% van de elektriciteit in Duitsland opgewekt uit hernieuwbare bronnen. Ter vergelijking: Nederland produceerde in 2015 slechts 11,4% groene stroom. Door schaalvergroting en technologische ontwikkeling is deze opgewekte elektriciteit in de afgelopen jaren veel goedkoper geworden, en sterker nog, renewables kunnen nu rendabeler zijn dan energie uit fossiele brandstoffen. Bij de juiste weersomstandigheden kan zelfs alle benodigde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen worden gehaald, en bijvoorbeeld afgelopen 8 mei, een zonnige dag met veel wind, waren de elektriciteitsprijzen op de dagvooruitmarkt negatief als gevolg van de overcapaciteit die ontstond. Met de Europese marktintegratie kunnen we van deze lagen prijzen mee profiteren, maar dat zouden wij toch ook zelf willen aansturen?

Op eigen kracht
Laten we milieubeleid niet meer als een linkse hobby zien, en geld verdienen aan energie niet als rechts kapitalisme. Milieu- en economisch denken zijn niet tegengesteld, ze bieden gecombineerd enorme mogelijkheden. En door nu maatregelen te nemen, wenden we grotere risico’s af en zijn we later minder geld kwijt om ons aan te passen. Het bestuurlijke en economische landschap is al in beweging, maar laten we zelf ook mee doen.

Laten we onze huizen volleggen met zonnepanelen en meer windmolenparken bouwen. Laten we kleine elektrische auto’s kopen in plaats van grote benzine-auto’s. Laten we een keer extra vegetarisch eten. Bovenal; laten we allemaal samenwerken om in onze energiebehoefte te voorzien en te leven in een schonere omgeving!

Nu is het aan ons.

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.